Villers
 
Abdij van Villers





Villers : Abdij van Villers


Ansichtkaart van 
1930  versus  Foto (Plamen B/ Google Maps) van 2020




Op de ansichtkaart van 1930 is de Abdij van Villers (in het Frans: Abbaye de Villers) te zien, gezien vanaf de nabijgelegen Chapelle Notre-Dame de Montaigu.

Dit is een voormalige cisterciënzerabdij, gelegen in de Belgische gemeente Villers-la-Ville (provincie Waals-Brabant), waarvan een aantal ruïnes bewaard zijn gebleven.

De abdij van Villers werd in 1146 gesticht, als dochterabdij van Clairvaux, door een groepje monniken in opdracht van Sint-Bernardus. De grond werd geschonken door drie plaatselijke landheren, maar de eerste monniken moesten tot tweemaal toe verhuizen vooraleer zij een geschikte plek vonden die beantwoordde aan de behoeften van de gemeenschap. Er werd uiteindelijk gekozen voor een locatie aan de waterloop de Thyle. De bouw van de abdij vond plaats omstreeks 1190-1267.

De abdij beleefde vooral in de 13de eeuw een bloeiperiode, toen de gemeenschap 100 monniken en 300 lekenbroeders telde. Zij verwierf uitgestrekte landeigendommen en stichtte op haar beurt enkele andere abdijen, begijnhoven en nonnenkloosters.

De culturele uitstraling van Villers was groot. De abdij legde een rijke bibliotheek met Bijbelteksten, Bijbelcommentaren, ascetische en theologische werken aan.

In de 14e eeuw verminderde het aantal lekenbroeders (conversen) zodat niet alle gronden meer zelf bewerkt konden worden en verhuurd moesten worden. Met de machtsovername door de Bourgondiërs begon stilaan het verval, toen de hertogen inspraak verkregen bij de aanstelling van de abten.

In de 16de eeuw had de abdij zwaar te lijden onder de godsdiensttroebelen. Onder meer in 1544 werden ernstige verwoestingen aangericht door de plunderende Spaanse troepen. De abdij moest afstand doen van een deel van haar hoeves. De monniken moesten de abdij verlaten en zochten hun toevlucht in verschillende stedelijke refugiehuizen. Vanaf 1587 kende Villers een nieuwe bloei.

De 18e eeuw bracht, met de machtsovername door Oostenrijk, een laatste grote bloeiperiode. De abdij werd uitgebreid met een nieuw abtenpaleis en een gastenhuis. Deze bloei kwam tot een einde toen de uiteindelijk laatste abt van de abdij openlijk in conflict kwam tegen de religieuze hervormingspolitiek van keizer Jozef II. De keizer liet Oostenrijkse troepen de abdij bezetten en de opstandige abt moest een tijdje vluchten.

Toen Frankrijk in 1794 de Zuidelijke Nederlanden binnenviel, koos de abt de zijde van de keizer. Dat was het begin van het einde: op 11 december 1796 werden de kloosterlingen door Franse troepen verdreven. De eigendommen werden openbaar verkocht, en het terrein van de abdij zelf kwam in handen van een aannemer, die de gebouwen stelselmatig sloopte en het "gerecycleerde" materiaal verkocht.

In 1820 werd het terrein verkocht. Wat er overbleef van de gebouwen werd verwaarloosd. In 1893 kwam het terrein uiteindelijk in handen van de Belgische Staat, die sindsdien grootscheepse herstellingswerken liet aanvatten om de ruïne voor verdere aftakeling te behoeden.

De abdij en haar bijgebouwen vormden een besloten geheel van 15 hectare, ommuurd met een hoge vestingmuur waarin 3 poorten waren aangebracht. De abdij werd over de Thyle gebouwd. Deze stroomde onder de eetzaal, de wasplaats, de keuken en de cellen. De rivier dreef een molen aan en voorzag de brouwerij en de vijvers van de abdij van water.

De abdijkerk is nog steeds het meest indrukwekkende bouwwerk van het ruïneveld. Voorts zijn er imposante ruïnes van de refter en het gastenverblijf (beide uit de 13e eeuw), van de kloostergang (14e–15e eeuw, met nog enkele intacte gotische gewelven in kleine tegels), het classicistische abtenpaleis met tuinen (1716-1734), het novicenhuis in regentschapsstijl, de fontein (1720), werkplaatsen (1728) en apotheek (1784).

De brouwerij werd gebouwd rond 1270. Achter de voorgevel, die wordt ondersteund door drie steunberen, bevindt zich een rechthoekige hal verdeeld door een zuilengalerij waarop de gewelven rustten.

De abdijgebouwen en de site werden beschermd als monument in 1972. Er is sinds 2016 een bezoekerscentrum.

(Bronvermelding: Wikipedia)



Bekijk deze locatie in Google Street View