Sint-Niklaas
 
Sint-Nicolaaskerk en Parochiehuis





Sint-Niklaas :  Sint-Nicolaaskerk en Parochiehuis 


Ansichtkaart van 
1903  versus  Foto (Google Maps) van 2024




Op de ansichtkaart van 1903 is de Sint-Nicolaaskerk te zien in Sint-Niklaas (provincie Oost-Vlaanderen). 

Links op de kaart bevindt zich de vroegere Groentenmarkt (huidige Houtbriel); rechts situeert zich de Grote Markt van Sint-Niklaas.

De Houtbriel is een langwerpig plein ten noordoosten van de Grote Markt. Delen van het plein werden vroeger ook Beestenmarkt (1659), Varkensmarkt en Groentenmarkt (1779) genoemd; volksnamen waren voorts Fruitmarkt en Vogelmarkt. Vanaf 1926 werd het plein Kardinaal Mercierplein genoemd. Sinds 1981 heet het plein opnieuw Houtbriel.

Op de ansichtkaart van 1903 staat de vermelding ”Marché aux Légumes” (Groentenmarkt) vermeld.

De Sint-Nicolaaskerk bestaat nog en bevindt zich langs de Grote Markt. Deze kerk wordt door de bouw van appartementen thans wel grotendeels onttrokken aan het zicht vanaf de Grote Markt.

Ook het zogenaamde “Parochiehuis” of "Prochiehuis" is duidelijk zichtbaar op de ansichtkaart van 1903. Ook dit huis is zeer goed bewaard gebleven en bevindt zich rechts van de toegangsweg naar de kerk en het Sint-Nicolaasplein.

De Sint-Nicolaaskerk  is een in hoofdzaak gotische kruisbasiliek, die geprangd staat tussen huizenrijen in de huidige straten Houtbriel, Heilige Sacramentstraat en Apostelstraat. Het voormalige kerkhof is na talrijke inkrimpingen in de loop der eeuwen verwijderd in 1810 en is thans omgevormd tot parkeergelegenheid.

Archeologisch onderzoek heeft uitgewezen dat er in Sint-Niklaas reeds bewoningsactiviteit was voor de Romeinse tijd. De vicus Pontrave (Waasmunster), gelegen aan de Durme, vormde tijdens de Romeinse periode het economische centrum van het Waasland. Vanaf het einde van de derde eeuw na Christus ging de Gallo-Romeinse beschaving teloor. Frankische volksstammen vestigden zich in het Waasland. Vanuit het klooster van Waasmunster werd de heidense bevolking, die leefde van landbouw en veeteelt, gaandeweg gekerstend door rondreizende monniken.

In 1217 richtte de Doornikse bisschop Gosuinus in 1217 een zelfstandige Sint-Nicolaasparochie op, onafhankelijk van Waasmunster. In een oorkonde, gericht aan gravin Johanna van Constantinopel, wees de bisschop erop dat de afstand tussen beide dorpen de geloofspraktijk hinderde. Om de levensvatbaarheid van de nieuwe parochie te garanderen drong hij er bij de gravin op aan gronden ter beschikking te stellen voor het optrekken van een kerk en priesterverblijven. In 1219 schonk gravin Johanna effectief een stuk grond aan de Sint-Nicolaasparochie.

De bij de stichting van de parochie in 1217 bestaande kapel werd in 1262 voor het eerst door een stenen kerk vervangen, gevormd door een nagenoeg rechthoekige ruimte van twee traveeën met een vlakke oostelijke muur op de plaats van het huidige koor van de Sint-Nicolaaskerk.

De toewijding van kerk en parochie aan de Heilige Nicolaas, patroon van de handelaars, duidde op het mercantiele karakter van de nederzetting.

De machtspolitiek van de graven van Vlaanderen, die van oudsher op gespannen voet leefden met de heren van Beveren, zorgde voor een versnelde ontwikkeling van Sint-Niklaas. De spoedige uitbouw van een vrije, handelsgerichte en goed georganiseerde gemeenschap in het hart van het Waasland was voor hen van primordiaal belang in hun concurrentiestrijd met de feodale landadel. In 1241 kreeg Sint-Niklaas het statuut van administratief centrum van de regio door de uitvaardiging van de Keure van het Land van Waas. Door deze wettekst werden alle grafelijke domeinen van de streek onder het beheer gesteld van het hoofdcollege, dat zou zetelen te Sint-Niklaas. Het hoofdcollege bestond uit zeven voor het leven benoemde schepenen en werd bijeengeroepen en voorgezeten door de baljuw, die de rechtstreekse vertegenwoordiger was van de graaf.

De bijzondere band tussen de graven van Vlaanderen en de Sint-Nicolaasparochie werd in 1248 definitief bezegeld door een nieuwe schenking van grond ten westen van de kerk. Margareta van Constantinopel stond het terrein af onder de voorwaarde dat het voor altijd onverdeeld en onbebouwd zou blijven. Het zou moeten dienst doen voor het algemeen welzijn. De schenkingsakte van 1248 ligt aan de basis van de uitzonderlijke omvang van het Sint-Niklase marktplein, dat het grootste van het land is.

Sint-Niklaas groeide langzamerhand uit tot het voornaamste handelscentrum van het Waasland.

In 1336 voegde men een toren tegen de westgevel van de Sint-Nicolaaskerk toe. Daarna bouwde men in 1346 het hoogkoor dat door een blikseminslag in 1348, evenals de toren, veel schade leed.

De nooit ommuurde of omwalde gemeente was een gemakkelijke buit voor de opeenvolgende machthebbers en hun krijgsheren. De bevolking werd tijdens de 14e en 15e eeuw meegesleurd bij de Gentse rebellie tegen de hertogen van Bourgondië en Habsburg. In 1381 werd het dorp platgebrand en geplunderd.

Na voorlopige herstellingen wordt het hoogkoor van de kerk in 1446 ruimer dan vroeger heropgebouwd en voorzien van glasramen. De toren werd pas in 1462 voltrokken en had dan een hoogte van circa 70 meter.

In 1508 begon de uitbouw van de huidige benedenkerk: eerst werd de noordelijke zijbeuk toegevoegd.
Pas in 1513 kreeg de parochie de officiële toestemming vanwege de Habsburgse keizer Maximiliaan om een wekelijkse markt te houden.

In 1538 volgde de bouw van de zuidelijke transeptarm van de Sint-Nicolaaskerk en in 1552 deze aan de noordkant.

Tot 1558 stond de Sint-Nicolaasparochie onder de supervisie van de bisschop van Doornik, daarna kwam zij onder het gezag van de Gentse bisschop.

Tijdens de beeldenstorm van 1579 onderging de Sint-Nicolaaskerk grote schade: behalve de muren en het dak werd alles verwoest.

Begin 17e eeuw ving het volledig herstel van de kerk aan. In 1635 werd de hele binnenruimte voorzien van een stenen kruisribgewelf om het steeds dreigende brandgevaar af te weren. Circa 1648-57 bouwde men de bovenkerk uit tot een driebeukige koorpartij en in 1659 verhoogde men het torengewelf om een betere doorgang te verzekeren.

Rijke oogsten van vlas, graansoorten, aardappelen en rapen verstevigden de positie van Sint-Niklaas als draaischijf voor de verhandeling van landbouwproducten.

Het optrekken van grote gebouwen zoals het zogenaamde “Parochiehuis” (of "Prochiehuis") bevestigden de groeiende status van de gemeente.

Het Parochiehuis werd in een barokstijl gebouwd in 1663-1664. Dit gebouw heeft verschillende functies gehad. Op het einde van de 16e eeuw, in 1598, werd er op het midden van de Grote Markt reeds een schepenhuis gebouwd. In 1653 werd echter beslist dat op een deel van het kerkhof een nieuw gebouw zou opgetrokken worden. Deze plannen liepen echter vertraging op waardoor een ander gebouw (de Cipierage) gebouwd werd op het voorziene perceel. Daarom werd er besloten het nieuwe schepenhuis juist naast de Cipierage op te trekken.

Het gebouw was oorspronkelijk de zetel van de vierschaar van de parochies van Sint-Niklaas en Nieuwkerken.

Op 25 mei 1690 werd Sint-Niklaas geteisterd door een rampzalige brand, de zogenaamde "brand van Sint-Niklaas". Bij die brand brandden alle kerkdaken evenals de torenspits volledig af; het inwendige van de kerk bleef gespaard. Bij de brand werden er niet minder dan 565 huizen verwoest. Enkel de weinige gebouwen van steen bleven gespaard: de gotische Sint-Nicolaaskerk, het “Parochiehuis", het "Landhuis", de "Ciperage", en het "Castrohof". 

Pas in 1705 waren de daken van de kerk hersteld. De toren kreeg nu een stompe spits en een nieuw uurwerk, terwijl in 1733 een zonnewijzer werd aangebracht tegen de zuidelijke transeptarm.

In de 18e eeuw profiteerde Sint-Niklaas van de economische vooruitgang onder Oostenrijkse voogdij.
Het traditionele patroon van kleinschalige nijverheden zoals olieslagerijen, garenspinnerijen, brouwerijen en artisanale steenbakkerijen werd doorbroken door de oprichting van pre-industriële wolweverijen in de eerste helft van de 18e eeuw.

In 1764 begon de eerste industriële katoenweverij te werken.

In 1768 werd de sacristie van de kerk vergroot. In 1772 werd de kerkruimte opnieuw vergroot: de twee uiterste zijbeuken werden aangebouwd.

De textielproductie ontwikkelde zich in deze periode intensief.

De bezetting door de Franse republikeinen (1794-1815) betekende zowel het einde voor de instellingen van het ancien regime als de invoering van een modern administratief apparaat. Kloosterorden werden afgeschaft, kerken werden gesloten en hun bezittingen werden in beslag genomen en verkocht.

In 1796 kreeg de gemeente het Parochiehuis toegewezen door de Franse overheersers. Vanaf toen werd het gebruikt als stadhuis.

Eind 1798 vond de Boerenkrijg plaats, een kortstondige maar hevige revolte van de plattelandsbevolking tegen de Fransen.

In 1803 bracht consul Napoleon Bonaparte een bezoek aan Sint-Niklaas, dat hij het jaar daarop tot stad bevorderde op grond van het inwoneraantal.

In 1823 werd de gevel van het Prochiehuis in een classicistische geest aangepast door het wit bepleisteren van alle bakstenen muurvlakken, het verwijderen van alle vensterkruisen en -luiken, en het aanbrengen van houten ramen.

Na de Belgische omwenteling kwam de Sint-Niklase economie in een diep dal terecht, onder meer door het wegvallen van commerciële transacties met Nederland en zijn kolonies. De textielbranche schakelde echter met succes over op het vervaardigen van met wol gemengde stoffen, wollen fantasieweefsels en later ook tapijten en breigoedartikelen. Sint-Niklaas transformeerde zich vanaf 1830 geleidelijk tot de voornaamste Oost-Vlaamse industriestad na Gent.

In 1844 werd het nieuwe stadhuis opgeleverd, waardoor het Parochiehuis terug vrij kwam te staan. Toen kreeg het de functie van gerechtshof. Onder meer de rechtbank van koophandel, het vredegerecht en de politierechtbank kregen hier hun zetel.

Het vredegerecht vertrok in 1875 uit het Parochiehuis.

Na meer dan een eeuw had de laatste uitbreiding van de Sint-Nicolaaskerk plaats in 1896. Bij die werken werd onder meer de voorgevel van de midden- en aanpalende zijbeuken afgebroken en de vervangen door een naar voren geschoven neogotische gevel. De stompe torennaald werd vervangen door een veel hogere. Na de voltooiing hiervan, werden circa 1900 de beide zij-ingangen toegevoegd.

Een reconstruerende restauratie van het Parochiehuis had plaats van 1905 tot 1909.

De Eerste Wereldoorlog vertraagde tijdelijk de industriële en urbanistische ontwikkeling van de stad. Tijdens het interbellum floreerde de textielnijverheid, maar ook de bouwsector en de metaalconstructie deden het goed.

De textielindustrie kreeg na de Tweede Wereldoorlog af te rekenen met een structurele crisis. Een dynamische reconversiepolitiek kon het tij keren.

In 1971 verlieten de nog aanwezige rechtbanken het Parochiehuis. In de volgende vijf jaren was het Parochiehuis een bibliotheek.

In 1977 fusioneerde Sint-Niklaas met de gemeenten Belsele, Sinaai en Nieuwkerken.

In 1979 voltooide men een vrij ingrijpende restauratie van de Sint-Nicolaaskerk.

In 1980-1981 kreeg het Parochiehuis een nieuwe renovatie.

Anno 2021 is het Parochiehuis in gebruik als kantoorruimte voor de stad Sint-Niklaas, onder meer voor de diensten toerisme, cultuur en sport.

(Bronvermelding Ontdeksintniklaas.be; Wikipedia; Onroerenderfgoed.be)



Bekijk deze locatie in Google Street View