De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)




VEURNE - TEN TORRE


(Antonius Sanderus – Flandria Illustrata 1641)




Op deze prent van Sanderus’ Flandria Illustrata is het kasteel met neerhof te zien dat op de prent Praetorium Torelle wordt genoemd.

Tegenwoordig bestaat de hoeve Ten Torre of Ten Torreele nog. Deze bevindt zich in Veurne (provincie West-Vlaanderen), ter hoogte van de Torrelestraat, nabij het kanaal Veurne-Nieuwpoort.

Het kasteel en het neerhof waren in die tijd in handen van de familie Masin. Deze familie leit zich vanaf de tweede helft van de 15de eeuw opmerken door de verwerving (en de creatie) van leenhoven in de kasselrij Veurne. Verschillende leden van deze familie kenden loopbanen in de bestuurlijke instellingen van de stad en vervolgens de kasselrij Veurne.

Verschillende leden van deze familie richtten zich ook op bestuursfuncties in het Brugse Vrije en op militaire loopbanen te Gent. Een tak kwam ook in het bezit van de dorpsheerlijkheid Boezinge. De familie stierf uit eind van de 17de eeuw.

Victor Masin bezat in het begin van de 16e eeuw al twee mooie leengoederen, hij wou voor hem en zijn nageslacht een nog meer prestigieus bezit namelijk een heerlijkheid (leengoed met rechtsmacht). Omstreeks 1510 kocht hij de heerlijkheid Coudenburg. Deze heerlijkheid wees hij toe aan zijn oudste zoon Adriaan, maar hij en zijn echtgenote behielden wel het vruchtgebruik ervan hun leven lang. Maar Victor Masin had 2 zonen die hij beide een leengoed wou nalaten (een derde zoon, Joris, werd priester). Hij wou zijn tweede zoon Elooi (1509-1574) ook een leengoed nalaten.

Hij had de hofstede Ten Torre gekocht dat geen leengoed was maar waarvoor hij een verzoek indiende om het statuut te veranderen in dat van een leengoed. Dit werd hem toegestaan bij akte van 6 april 1519, gegeven te Mechelen door de dan 19-jarige Karel, koning van Castilië (de latere keizer Karel). De hofstede Ten Torre situeerde zich iets buiten Veurne, in de parochie Sint-Walburga, langsheen het kanaal Veurne-Nieuwpoort. Omstreeks 1512 had Victor reeds een kasteeltje gebouwd op de site. Het neerhof (de hoeve) was waarschijnlijk al gebouwd.

Door de toewijzing werd de 10-jarige Elooi Masin dus heer van het leengoed Ten Torre. Mogelijk ging hij er later effectief wonen bij zijn eerste huwelijk maar in de loop van zijn tweede huwelijk woonde hij in elk geval te Brugge.
Elooi huwde 3 keer. Uit deze huwelijken werden 2 zonen geboren: Adriaan (1537-1595) en Elooi junior (1566-1612).

Adriaan was na het overlijden van zijn vader (in 1575) enige tijd de heer van Ten Torre.

Bij het overlijden van de kinderloos gebleven Adriaan in 1595 ging het leengoed Ten Torre over in handen van de halfbroer Elooi Junior. Na diens overlijden in 1612 verviel de heerlijkheid ten Torre (Torreele) op diens zoon Joris (1594-1656)  die toen dus 18 jaar oud was.

Blijkens een akte was Ten Torre omstreeks 1620 verpacht aan een zekere Pieter Clais. Een gebouw was ook nog steeds bewoond door de weduwe van Adriaan Masin, die er nog de helft van het vruchtgebruik over bezat.

Allicht toen zijn tante overleden was en Joris ten volle eigenaar, bouwde hij er een nieuw kasteel. Het gebouw werd gedomineerd door een toren.

Na de dood van Joris Masin werd de heerlijkheid Ten Torre geërfd door zijn zoon Jan-Idesbald (1631-1694).

(Bronvermelding: gebaseerd op "De familie Masin in de kasselrijen Veurne en Ieper en de heerlijkheden de Quynte, Coudenburg, Ten Torreele en Boezingee" - Pieter Donche via uncius.be)