De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)




UKKEL - KLOOSTER VAN BOETENDAAL


(Antonius Sanderus – Chorographia Sacra Brabantiae 1659 - Herwerkte editie 1726-1727)




Op deze prent van Sanderus is de herwerkte versie te zien van een prent van het Klooster van Boetendaal (1467-1796) in Ukkel.

Deze prent werd gepubliceerd in de heruitgave in 1726-1727 van de Chorographia Sacra Brabantiae van Sanderus (1659).

Dit klooster was gelegen in Ukkel, een gemeente in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, op de plaats van het huidige Brugmannpark.

Het was een vestiging van franciscanen die in de 16e eeuw uitgroeide tot een modelhuis voor de recollettenbeweging en een strikte observantie in acht nam op alle vlakken (zoals armoede, stilzwijgen, vasten, onthouding, frequente gebeden en lezingen, arbeid, en beperkte omgang).

Op verzoek van hertogin Isabella van Portugal was de Mechelse minderbroeder Hendrik Herp een kluizenarij komen stichten in Boetendaal, met behulp van Hendrik van Rijsel. Al in 1458 had paus Pius II ingestemd met de oprichting van observantenkloosters in Brabant.

Het hertogelijk huis verstrekte de gronden, geschonken door woudmeester Filips Hinckaert in 1467 en financierde ook de constructie van de gebouwen. De broeders bedienden met hun zielenzorg en preken de stad Brussel en het Zoniënwoud, in de uitlopers waarvan ze gevestigd waren.

In de volgende eeuw werd het klooster onder de Brusselse republiek platgebrand en verlaten (1579).

Na de heropbouw werd het één van de drie recollettenhuizen in de provincie, om te voldoen aan de eis die de nieuwe generaal Bonaventura Secusio in 1593 gesteld had. Andres de Soto, de biechtvader van aartshertogin Isabella uit het Brusselse minderbroedersklooster, leidde de heropstart in goede banen. De aartshertogen lieten de kapel (1604) en het gastenverblijf (1610) heropbouwen. Toen ze in 1621 weduwe werd, zocht Isabella er een toevlucht in het habijt van clarisse.

Boetendaal ontsnapte aan de opheffing van de "onnutte kloosters" door keizer Jozef II, hoewel de orde te maken kreeg met een opnamestop. Daar kwam een einde aan in 1790, een recordjaar voor het noviciaat van Boetendaal. Korte tijd later trok de algemene kloostersluiting van het Directoire (1796) een definitieve streep onder haar bestaan.

Het convent werd tot nationaal goed verklaard en opgekocht door Pierre-François Tiberghien. Een groot deel van de gebouwen werd gesloopt en de materialen verkocht.

De afsluitingsmuur rond Boetendaal viel ongeveer samen met de huidige Coghenlaan, Messidorlaan, Edith Cavellstraat en Sukkelweg. De gebouwen waren eenvoudig maar harmonieus en omringd door tuinen. Grote hagen stonden langs de wegen en de heuvels waren beplant met bomen. Moestuinen, fruitgaarden en bossen namen de rest van het terrein in.

Na diverse transacties kwam het domein in handen van de bankier Georges Brugmann (1829-1900). Hij verkavelde het gebied en liet er verschillende lanen trekken. Zijn neef Frédéric Brugmann (1874-1945) kocht het deel waar het klooster had gestaan terug van advocaat Fernand Bidart. Die had er een riante woning laten bouwen.

In 1945 erfden de drie dochters van Brugmann de 46 ha grote eigendom. Ze wilden hem verkavelen en bekwamen hiervoor pas in 1966 een bestemmingsplan van de Ukkelse gemeenteraad (17 oktober 1966). Vijf hectare stonden ze af aan de gemeente voor een park en vijf andere werden verkocht aan de Royal Léopold Club. Het Brugmannpark werd geopend in 1975. Het gazon tussen de beboste hellingen valt samen met de Boetendaalvallei.

Een deel van de afsluitingsmuur op de hoek Messidorlaan/Brugmannlaan is nog het enige overblijfsel van het vroegere Klooster van Boetendaal.

(Bronvermelding: Wikipedia)