De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)
MENU
Terug naar HOMEPAGINA
Terug naar INHOUDSOPGAVE
TERVUREN - KASTEEL VAN TERVUREN
(Antonius Sanderus – Chorographia Sacra Brabantiae 1659 - Herwerkte editie 1726-1727)
Op deze prent van Sanderus is de herwerkte versie te zien van een prent van het Kasteel van Tervuren.
Deze prent werd gepubliceerd in de heruitgave in 1726-1727 van de Chorographia Sacra Brabantiae van Sanderus (1659).
Hieronder tonen we ook de originele prent die in de Chorographia verscheen.
Tervuren is een gemeente in de provincie Vlaams-Brabant. Het Kasteel van Tervuren situeerde zich in het huidige Park van Tervuren.
Het Kasteel van Tervuren, ook bekend als het Hertogelijk Paleis van Tervuren, was een voornaam verblijf van de hertogen van Brabant. In het zestal eeuwen van zijn bestaan (ca. 1190-1781) maakte het van Tervuren een belangrijke plaats. De restanten van het kasteel liggen vandaag in het park van Tervuren. Aan het einde van de 12e eeuw liet hertog Hendrik I van Brabant een residentie bouwen op de samenvloeiing van de Maalbeek en de Voer. Ze was door water omringd en bezat een hofkapel. De plaats bevond zich in de zogenaamde Warande van Tervuren, het besloten jachtgebied van de hertogen van Brabant.
Vlak ernaast liet hij een kerk gewijd aan Sint-Jan-Evangelist bouwen. Zijn opvolgers voegden in de 13e eeuw een forse donjon en weermuur toe.
Onder Jan II kwam er omstreeks 1300 een grote, onderkelderde zaal, waarin de Staten van Brabant konden bijeenkomen. Jan II verbleef vooral in de zomermaanden op het kasteel. Na zijn overlijden in 1312 bleef zijn weduwe, Margaretha van York, dochter van Edward I, koning van Engeland, in Tervuren wonen. Zij getuigde door voortdurend toegebrachte versieringen, dat dit verblijf haar dierbaar was.
Ook onder latere vorsten bleef het domein belangrijk, zoals mag blijken uit opeenvolgende uitbreidingen onder Anton van Bourgondië (1408-09), keizer Karel V en Maria van Hongarije.
Een ingrijpende verbouwing vond plaats onder het bewind van Albrecht en Isabella. Van 1608 tot 1617 mocht hofarchitect Wensel Cobergher het complex volledig verbouwen. De middeleeuwse omwallingen moesten daarbij plaats ruimen, maar de hoektorens en de grote zaal bleven bewaard. Nieuwe vleugels werden toegevoegd, alsook siertuinen en een motte. De houten Sint-Hubertuskapel voor de ophaalbrug werd vervangen door het huidige stenen bouwwerk dat nu nog aanwezig is in het Park van Tervuren.
Op deze prent van Sanderus zien we het Kasteel van Tervuren omstreeks 1640. De spitsen en gevels van het kasteel worden weerspiegeld in de uitgestrekte vijver, waarop zwanen staan getekend. Er is op de vijver tevens een bootje te zien met een adellijk gezelschap. We zien dat op het bootje één der opvarenden zich met een spreekhoorn richt tot de wandelaars in de vierkante tuin, die in het midden van de vijver ligt en door 2 bruggen verbonden wordt met de oever en met het kasteel. De tuin is in vier regelmatige vakken verdeeld, waarvan er twee in aanleg verschilden.
In de zomer van 1659 bood het slot onderdak aan Karel II van Engeland, die verjaagd was uit zijn koninkrijk.
Maar het hof zakte niet meer jaarlijks af en het paleis was onderhevig aan verwaarlozing. Ook het verblijf van Olympia Mancini, gevlucht aan het hof van de Zonnekoning, was schadelijk voor de toestand van het kasteel.
Aartshertogin Maria Elisabeth betoonde opnieuw interesse in het domein en liet een grootscheepse renovatie uitvoeren.
Haar opvolger, Karel van Lotharingen, zette de transformatie verder over meerdere decennia. Aan de westzijde verrees een nieuwe hoefijzervormige vleugel voor dienstboden en stallen (Panquinkazerne).
Aan de Gordaalvijver werd dit gespiegeld door een boogvormig complex met nieuwerwetse manufacturen waarin van alles werd geproduceerd: machines, porselein, behangpapier, drukwerk. Dankzij een kanaal waren de werkplaatsen met de kasteelvijver verbonden en kon de eigenaar ze per gondel bezoeken.
Keizer Jozef II wilde breken met wat hij als de spilzucht van zijn oom aanzag. In 1781 trof hij een decreet dat de afbraak beval van het Kasteel van Tervuren. Dit gebeurde zo grondig dat slechts enkele constructies het overleefd hebben. De toenmalige landvoogdes, Maria Christina van Oostenrijk, liet toen elders, namelijk in Laken, een nieuw kasteel optrekken.
Na decennialange verwaarlozing werd het domein in 1815 door het kersverse Verenigd Koninkrijk der Nederlanden geschonken aan Kroonprins Willem II der Nederlanden. De staat schonk hem het domein en een som geld voor de bouw van een nieuwe zomerresidentie als blijk van erkentelijkheid voor zijn heldhaftige optreden in de Slag bij Waterloo.
Tussen 1817 en 1823 werd aan de noordwestzijde van de oude Warande het zogenaamde Paviljoen van Tervuren opgetrokken. Het nieuwe gebouw werd aan alle zijden omringd door terrassen en formele tuinen. Alleen aan de zuidzijde opteerde men voor een landschapspark in Engelse stijl, met een grasperk dat afdaalde tot aan de oude Warandevijver waar ooit het kasteel stond.
Wanneer België onafhankelijk werd in 1830 werd de hele Warande eigendom van de Belgische staat. In 1853 liet koning Leopold I het domein toewijzen aan zijn oudste zoon en troonopvolger, Leopold II. Onder toezicht van de kroonprins werd het Park van Tervuren sterk uitgebouwd.
Het Paviljoen van Tervuren brandde in 1879 volledig af.
De aanzet tot de aanleg van het park (zoals het er anno 2021 ligt) kwam er met de Wereldtentoonstelling van 1897, waarbij het koloniale luik in Tervuren plaats had.
In 1895 werd de Tervurenlaan aangelegd om het park te verbinden met Brussel. In de Warande werden er tijdens de Wereldtentoonstelling Congolese dorpen geconstrueerd die zelfs bevolkt werden met Congolezen.
Op de ruïnes van het in 1879 afgebrande Paviljoen van Tervuren liet Leopold II het Paleis der Koloniën (Afrika-paleis) bouwen als een tentoonstellingsruimte. Wegens de beperkte capaciteit werd in 1905 gestart met de bouw van een museumgebouw (Koninklijk Museum voor Midden-Afrika, sinds 2021 het Afrika-museum).
In 1911 werd dit gebouw ingehuldigd door de nieuwe koning, Albert I.
Een jaar later werd het hele domein als een publiek park overgedragen aan de toenmalige diensten van Waters en Bossen (anno 2021 het Vlaamse Agentschap voor Natuur en Bos).
De belangrijkste gebouwen in het Park van Tervuren zijn thans het Afrika-paleis, het Afrika-museum en uiteraard de (nog bewaarde) Sint-Hubertuskapel van 1617.
(Bronvermelding: Wikipedia)