De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)
MENU
Terug naar HOMEPAGINA
Terug naar INHOUDSOPGAVE
SINT-NIKLAAS - PANORAMA
(Antonius Sanderus – Flandria Illustrata 1641)
Deze prent van Sanderus toont ons een panorama van omstreeks 1640 van de stad Sint-Niklaas in de huidige provincie Oost-Vlaanderen.
Archeologische vondsten in Sint-Niklaas wijzen op een ononderbroken bewoning sinds de prehistorische tijd, maar het was pas in de 12e eeuw dat er een nieuwe bewoningskern rond de huidige Grote Markt ontstond.
Reizende handelaars vestigden zich aldaar naast de agrarische bevolking op de zandige glooiing, het kruispunt van de handelswegen Brabant-Zeeland en Antwerpen-Brugge.
De karige documenten met betrekking tot het ontstaan van deze dorpskern dateren pas van 1217, het jaar waarin de moederparochie Waasmunster overging tot de stichting van een nieuwe parochie met als beschermheilige de Heilige Nicolaas van Myra, patroon der handelaars. In het begin van de 13e eeuw werd de parochiekerk gebouwd, de Sint-Nicolaaskerk. De naam Sint-Niklaas is hiervan afgeleid.
Ter ondersteuning van de jonge parochie schonk Joanna van Constantinopel in 1219 zes bunders grond palend aan de kerk.
Sint-Niklaas is nooit ommuurd geweest, waardoor deze stad steeds gemakkelijk te veroveren was. In 1381 bijvoorbeeld, werd Sint-Niklaas geteisterd door brand en plundering.
De Sint-Nicolaasparochie was tot 1559 kerkrechtelijk afhankelijk van het bisdom Doornik.
Staatsrechtelijk was de stad onderdeel van het Land van Waas, op zijn beurt deel van het graafschap Vlaanderen.
In 1241 werd Sint-Niklaas door gravin Johanna in de 'Keure van het Land van Waas' tot administratief centrum van het Waasland gepromoveerd. Hierdoor ontstonden er drie schepenbanken: het Hoofdcollege met zeven Hoogschepenen, onder leiding van een Hoogbaljuw; de schepenbank van de parochie, met een vierschaar voor de parochies van Sint-Niklaas en Nieuwkerken en de schepenbank van de heerlijkheid van het 'Beversche', wiens territorium ten westen van het marktplein lag.
Binnen de parochiegrenzen lagen de volgende heerlijkheden, met een eigen leenhof: Puymbeke, Aarschot, Paddenschoot en Walburg.
Een oorkonde uit 1248 beschrijft dat Margaretha II, gravin van Vlaanderen zes bunders grond ten westen van de kerk aan de parochie schonk. Dit werd de huidige Grote Markt. In de oorkonde werd als voorwaarde gesteld dat deze grond voor altijd onverdeeld en onbebouwd moesten blijven. Desondanks werden er drie grote inbreuken gepleegd, waaronder de bouw van het stadhuis en de bouw van een nieuwe kerk in de 19e eeuw. Deze voorwaarde verklaart wel de ongewoon grote omvang van het marktplein vandaag. De Grote Markt is nog steeds het grootste marktplein van België.
Dit plein groeide snel uit tot het hart van de handeldrijvende gemeente.
In 1513 werden door keizer Maximiliaan I marktrechten verleend die Sint-Niklaas toestonden wekelijks een markt te organiseren en tevens een jaarmarkt.
In 1559 kwam de stad Sint-Niklaas af te hangen van het pas opgerichte bisdom Gent door een pauselijke bul.
Enige tijd later werd de stad bezet door calvinisten van de Gentse Republiek. Rond 1580 veroorzaakten rondtrekkende beeldenstormers hevige schade aan de Sint-Nicolaaskerk.
In 1652 besliste de toenmalige bisschop van Gent, Antonius Triest dat de voogdij van de parochie werd toegekend aan de oratorianen. Een kleine gemeenschap kwam hiervoor uit Temse en vestigden hun klooster in de Ankerstraat.
Op 25 mei 1690 brak de grote "brand van Sint-Niklaas" uit, waarbij 565 huizen vernield werden. Deze brand breidde zich uit over de hele dorpskern. Enkel de weinige gebouwen van steen bleven gespaard: de gotische Sint-Nikolaaskerk, het "Landhuis", de "Ciperage", het "Oud Prochiehuis" en het "Castrohof".
In hetzelfde jaar 1690 vonden de minderbroeders een nieuwe thuis in de stad, nadat ze uit Hulst waren verdreven. Zij bouwden in 1690 een kloosterkerk.
In het begin van de 18e eeuw lag Sint-Niklaas, en de omliggende regio, middenin het strijdgewoel van de Spaanse Successieoorlog.
Na de oorlog profiteerde Sint-Niklaas van de economische vooruitgang onder Oostenrijkse voogdij.
In 1764 begon de eerste industriële katoenweverij te werken. Het was de start van een intensieve ontwikkeling van de textielproductie, die Sint-Niklaas omstreeks 1830 transformeerde tot de voornaamste Oost-Vlaamse industriestad na Gent.
Aan het einde van de 18e eeuw bracht de Franse Revolutie religieuze intolerantie. Daarnaast werd de bestuurlijke situatie door de Fransen gemoderniseerd.
Zo werd in 1795 de kasselrij Waasland afgeschaft, waardoor Sint-Niklaas de status van regionale hoofdstad verloor. Er werd een gemeente opgericht, met een burgemeester aan het hoofd.
Het marktplein was het vertrekpunt voor de belangrijkste uitvalswegen, met name naar Antwerpen, Gent, Dendermonde, Temse, Hulst en Sint-Gillis-Waas. Later volgden nog de Nieuwstraat, Kollegestraat en Walburgstraat (1788).
Dit stratennet onderging tot in de eerste helft van de 19e eeuw geen ingrijpende wijzigingen meer. Pas door de aanleg van een spoorweg van Antwerpen naar Gent in 1844, werd voor het eerst planmatig en geleidelijk een ander deel van het grondgebied van straten voorzien en met de stadskern verbonden.
In de jaren 1860 begon de uitbreiding van de hospitalen en rusthuizen gelegen in de Hospitaalstraat, wat ook de aanleg van nieuwe straten errond met zich meebracht.
In de 19e eeuw werden een groot aantal kloosters opgericht, hetzij voor onderwijs, hetzij voor ziekenverzorging, die een zeer snelle uitbreiding kenden en aldus heel wat binnenblokken in beslag namen. De zwartzusters vestigden zich bijvoorbeeld in de stad en bezorgden de regio onderwijs, religie en medische zorgen.
Vooral vanaf 1877 ontstonden op verschillende plaatsen in Sint-Niklaas nieuwe wijken.
Deze evolutie, die zich voortzette tot het begin van de 20e eeuw, kende een tijdelijke onderbreking tijdens de Eerste Wereldoorlog.
Na een korte herstelperiode werden in de jaren 1920 al snel opnieuw een aantal nieuwe wijken ontworpen.
Ook na de Tweede Wereldoorlog werden er nog verschillende nieuwe wijken gerealiseerd.
Vanaf de jaren 1960 werden er verschillende industrieparken aangelegd buiten de stadskern. Het beleid was erop gericht alle fabriekscomplexen uit de stadskern te verdrijven zodat bouwgronden vrijkwamen. Het uitvoeren van deze plannen, in een vrij snel tempo, heeft tot gevolg dat van de belangrijkste industrie uit de 19e eeuw, namelijk de weverijen, zo goed als geen overblijfselen meer bestaan.
In de 21e eeuw werden in Sint-Niklaas reeds verschillende megalomane infrastructuurwerken uitgevoerd. Vandaag is het historische centrum voornamelijk geëvolueerd naar een winkel- en dienstencentrum.
(Bronvermelding: Onroerenderfgoed.be; Wikipedia)
Hieronder tonen we de meest markante plaatsen van omstreeks 1640 die op de prent van Sanderus werden afgebeeld:
1. Sint-Nicolaaskerk
In 1217 ging de moederparochie Waasmunster over tot de stichting van een nieuwe parochie met als beschermheilige de Heilige Nicolaas van Myra, patroon der handelaars.
Ter ondersteuning van de jonge parochie schonk Joanna van Constantinopel in 1219 zes bunder grond palend aan de kerk.
Op 15 mei 1238 werd een tijdelijke houten kerk ingewijd.
In 1262 kreeg de parochie een stenen kerk, op dezelfde plaats waar het huidige gebouw staat. De kerk had dan een simpele, rechthoekige vorm.
In 1336 kreeg de westgevel een toren met spits.
In 1346 werd het koor gebouwd.
In 1348 leden zowel de toren als het koor schade door een blikseminslag.
In 1446 kreeg de kerk een nieuw koor en in 1462 een 70 meter hoge toren.
In 1508, 1538 en 1552 werden de noordelijke zijbeuk in de benedenkerk en de transeptarmen gebouwd.
De Sint-Nicolaasparochie was tot 1559 kerkrechtelijk afhankelijk van het bisdom Doornik.
In 1559 kwam de stad Sint-Niklaas af te hangen van het pas opgerichte bisdom Gent door een pauselijke bul.
Later werd de stad bezet door calvinisten van de Gentse Republiek. Rond 1580 veroorzaakten rondtrekkende beeldenstormers hevige schade aan de Sint-Nicolaaskerk. Enkel de muren en het dak bleven gespaard. Het gebouw werd in deze periode aangewend voor protestantse kerkdiensten.
Na een overwinning van de Spanjaarden werd de kerk weer geconsacreerd in 1584 door de bisschop van Brugge.
Dankzij de zorgen van de oratorianen, die de voogdij van de hoofdkerk verkregen, kende de kerk en parochie in de 17e eeuw een bloei- en herstelperiode. Er volgden ook verschillende uitbreidingen, waaronder de uitbouw van drie beuken bij het koor van 1648 tot 1657.
Bij de grote brand op 25 mei 1690 werden het dak en de toren van de Sint-Nicolaaskerk in lichterlaaie gezet; het interieur kwam echter ongeschonden uit de brand.
In 1705 werden de daken hersteld en werd er op de toren een stompe spits gezet.
In 1768 werd een nieuwe sacristie gebouwd en in 1772 werd de benedenkerk vergroot tot vijf beuken.
Gedurende de Franse overheersing mochten er geen erediensten meer gehouden worden in het gebouw. Het kerkbezit werd geconfisqueerd.
Vanaf 9 mei 1802 liet Napoleon de eredienst weer toe.
De laatste uitbreiding van de Sint-Nicolaaskerk vond plaats in 1896. Toen werd de voorgevel afgebroken en in neogotische stijl herbouwd. De middenbeuk werd ook hoger en de toren kreeg een nieuwe, hogere spits. Aan het einde van de werken, in 1900, kreeg de kerk ook twee zijportalen.
In 1940 liep de kerk lichte oorlogsschade op.
In 1979 werd de kerk in zijn geheel hersteld.
(Bronvermelding: Onroerenderfgoed.be; Wikipedia)
2. Schuttershof van de handboogschutters
Het schuttershof van de handboogschutters bevond zich omstreeks 1640 op de Grote Markt. Iets verderop op de Grote Markt stond ook de hoge gaaiwip.
3. Landhuis
Het Landhuis bevindt zich aan de oostkant van de Grote Markt en is het oudste nog bestaande bouwwerk op het plein.
Het was de zetel van het hoofdcollege van het Land van Waas.
In 1241 werd Sint-Niklaas de hoofdplaats van het Land van Waas. Er werd een hoofdcollege geïnstalleerd dat de hoogste instantie van de streek was. Het bestond uit zeven schepenen en een baljuw. Zij hielden zich bezig met rechtszaken in beroep die van de plaatselijke vierscharen kwamen, met het verdelen van belastingen en oorlogsbijdragen, en met het regelen van algemene zaken. Oorspronkelijk kwamen zij samen onder een linde op de Grote Markt. Vanaf 1518 deden zij dat in een houten gebouw.
Omstreeks 1550 werd er een pand aangekocht door het hoofdcollege op de plaats van het huidige gebouw.
Het uitzicht van het gebouw veranderde sterk door de jaren heen. Zo werd de achtergevel verbouwd in 1610 en de huidige, kenmerkende rode voorgevel kwam tot stand in 1637.
In 1672 kreeg het gebouw een uitbreiding met de bouw van een raadkamer. Deze bestaat thans niet meer.
In 1690 doorstond het gebouw als een van de weinige de stadsbrand van Sint-Niklaas.
Bij het aanbreken van de Franse periode verloor het Waasland zijn administratieve status. Na enkele jaren gediend te hebben als kazerne voor de Rijkswacht, als gemeentelijke raadszaal en als politierechtbank, werd het in 1808 verkocht.
In het Landhuis werden de herbergen "In de tinnen pot" en "Belle-vue" ondergebracht.
In 1875 kwam het gebouw in handen van de letterkundige kring Societé Civile de Saint-Nicolas, die het liet restaureren en uitbreiden met een travee aan de rechterkant van het gebouw.
Van 1988 tot 1989 vond een renovatie van de voorgevel plaats. Tot 2012 was het gebouw een oosters restaurant. Daarna stond het jaren leeg. Na een renovatie kreeg het in 2021 opnieuw een horecafunctie. Daarnaast is dit pand een ondernemerscentrum voor bedrijven en beschikt het pand over een mix van private kantoren, een co-workingplek en meeting- en eventrooms die verhuurd worden.
De gevel van het gebouw is in barokstijl gebouwd. De later toegevoegde travee behoort tot de neobarok.
(Bronvermelding: Onroerenderfgoed.be; Wikipedia)
4. Drenkplaats voor paarden
We zien op deze prent van Sanderus van omstreeks 1640 dat er de Grote Markt en ook vlakbij de Sint-Nicolaaskerk ruim voorzien werd in drinkwater voor de paarden.
5. Grote Markt
Pas in de 12e eeuw ontstond er in Sint-Niklaas een nieuwe bewoningskern rond de huidige Grote Markt.
Reizende handelaars vestigden zich aldaar naast de agrarische bevolking op de zandige glooiing, het kruispunt van de handelswegen Brabant-Zeeland en Antwerpen-Brugge.
De karige documenten met betrekking tot het ontstaan van deze dorpskern dateren pas van 1217, bij het ontstaan van de parochie. Ter ondersteuning van de jonge parochie schonk Joanna van Constantinopel in 1219 zes bunders grond palend aan de kerk.
Een oorkonde uit 1248 beschrijft dat Margaretha II, gravin van Vlaanderen zes bunders grond ten westen van de kerk aan de parochie schonk. Dit werd de huidige Grote Markt. In de oorkonde werd als voorwaarde gesteld dat deze grond voor altijd onverdeeld en onbebouwd moesten blijven. Desondanks werden er drie grote inbreuken gepleegd. In 1639 werd een stuk grond aan de noordzijde van het plein bebouwd met winkels en huizen. Op een stuk van het kerkhof werd in 1771 een huizenrij opgetrokken. In 1841 werd op een stuk grond van één hectare een stadhuis en een nieuwe kerk gebouwd.
De merkwaardige voorwaarde verklaart wel de ongewoon grote omvang van het marktplein vandaag. De Grote Markt is nog steeds het grootste marktplein van België. Het plein heeft een nagenoeg driehoekige vorm.
Dit plein groeide snel uit tot het hart van de handeldrijvende gemeente.
In 1513 werden door keizer Maximiliaan I marktrechten verleend die Sint-Niklaas toestonden wekelijks een markt te organiseren en tevens een jaarmarkt.
Het marktplein was het vertrekpunt voor de belangrijkste uitvalswegen, met name naar Antwerpen, Gent, Dendermonde, Temse, Hulst en Sint-Gillis-Waas. Dit stratennet onderging tot in de eerste helft van de 19e eeuw geen ingrijpende wijzigingen meer. Pas door de aanleg van een spoorweg van Antwerpen naar Gent in 1844, werd voor het eerst planmatig en geleidelijk een ander deel van het grondgebied van straten voorzien en met de stadskern verbonden.
In 1950 kreeg de markt aan de zuidkant een nieuwe straat die de stad met de N70 verbindt, de Parklaan.
In 1966 verdween het park aan de zuidkant en een busstation werd in de plaats gebouwd. Een kiosk verdween naar het Romain De Vidtspark.
De Grote Markt is in 2005 grondig opgeknapt.
In mei 2024 werd gestart met een herinrichting van de Grote Markt.
(Bronvermelding: Onroerenderfgoed.be; Wikipedia)
6. Veemarkt
De veemarkt werd omstreeks 1640 gehouden langs de huidige Houtbriel.
Dit is een langwerpig plein ten noordoosten van de Grote Markt.
In 1926 werd het plein Kardinaal Mercierplein genoemd, ter vervanging van de naam Houtbriel (sinds 1540; plein waar het hout verhandeld werd).
Waarschijnlijk werden op dit plein ook nog andere producten verkocht.
Delen van het plein werden ook Beestenmarkt (1659), Varkensmarkt en Groentenmarkt (1779) genoemd; volksnamen waren voorts Fruitmarkt en Vogelmarkt. Vandaag heet het plein opnieuw Houtbriel.
(Bronvermelding: Onroerenderfgoed.be)
7. Vismarkt
De vismarkt werd omstreeks 1640 gehouden op de Grote Markt.
8. Vleesmarkt
Ook de vleesmarkt werd omstreeks 1640 gehouden op de Grote Markt.
9. Vierschaar van de parochie
In 1241 werd Sint-Niklaas door gravin Johanna in de 'Keure van het Land van Waas' tot administratief centrum van het Waasland gepromoveerd. Hierdoor ontstonden er drie schepenbanken: het Hoofdcollege met zeven Hoogschepenen, onder leiding van een Hoogbaljuw; de schepenbank van de parochie, met een vierschaar voor de parochies van Sint-Niklaas en Nieuwkerken en de schepenbank van de heerlijkheid van het 'Beversche', wiens territorium ten westen van het marktplein lag.
Binnen de parochiegrenzen lagen de volgende heerlijkheden, met een eigen leenhof: Puymbeke, Aarschot, Paddenschoot en Walburg.
De Vierschaar van de parochie bevond zich omstreeks 1640 centraal op de Grote Markt. Een vierschaar is het gerechtelijk bestuur van een plaatselijk gebied in de gewesten van de Lage Landen tijdens de middeleeuwen en het ancien régime.
In 1795 werd de kasselrij Waasland afgeschaft, waardoor Sint-Niklaas de status van regionale hoofdstad verloor. Er werd een gemeente opgericht, met een burgemeester aan het hoofd.
(Bronvermelding: Onroerenderfgoed.be; Wikipedia)
10. Glashuisjes
Over de zogenaamde glashuisjes, in de legende « glashuyskens » genoemd, konden we weinig informatie vinden.
Een glashuis of glashut is een werkplaats waarin glas werd vervaardigd. Deze glashuizen werden in geheel Europa opgericht in de 15e en 16e eeuw, waarbij de Altaristen en uit Murano uitgeweken glasblazers een belangrijke rol hebben gespeeld. Iedere glashut beschikte over twee of drie ovens: een smeltoven, een werkoven en eventueel ook een koeloven.
We kunnen niet met zekerheid zeggen of deze « glashuyskens » in dit verband moeten worden gezien.
11. Pastorie
De Pastorie die werd afgebeeld op de prent van Sanderus van omstreeks 1640 is thans de nog bestaande dekenij met bijhorend poortgebouw ; gelegen in de huidige Philippus Neridreef in Sint-Niklaas.
Het huidige complex omvat de dekenij, het poortgebouw met de aanpalende vleugel met stallen van de dekenij, een oprijlaan en een park.
De dekenij werd , voormalig Orantorianenconvent, met 17e-eeuwse barokke zandstenen poort, chronogram op boog, nis met beeld en omwalde tuin
De pastorij werd in de loop van de 17e eeuw een klooster van de oratorianen. Dit was een gemeenschap van wereldlijke priesters binnen de Katholieke Kerk, die in 1574 was gesticht door Philippus Neri.
De oratorianen waren tussen 1652 en 1806 actief in Sint-Niklaas en voerden daar het pastorale werk uit.
Ze waren aanwezig in de stad naast andere religieuze gemeenschappen, zoals de minderbroeders en de zwartzusters, wat bijdroeg aan de religieuze structuur van Sint-Niklaas tijdens die periode.
(Bronvermelding: Onroerenderfgoed.be)
12. Kokkelbeek
Omstreeks 1640 stroomde de Kokkelbeek langsheen de kern van Sint-Niklaas. De beek liep vlakbij de omwalling van het kasteel Walburg. Deze omwalling werd waarschijnlijk gevoed met het water van de Kokkelbeek.
De naam Kokkelbeekstraat is afgeleid van deze vroegere waterloop.
De term "kokkel" zou kunnen verwijzen mogelijk naar de aanwezigheid in de beek van brakwaterkokkels, tweekleppigen die in drassig, nat terrein leven en in die tijd waarschijnlijk minder zeldzaam waren dan vandaag.
13. Staande wip
De hoge gaaiwip (« de mast om de papegay te schieten ») stond omstreeks 1640 op de Grote Markt. Ook het schuttershof van de handboogschutters bevond zich iets verderop op de Grote Markt.
14. Twee waterputten
Sanderus duidt hier 2 waterputten aan op de Grote Markt.
Middeleeuwse waterputten (bronnen of “borren”) evolueerden van vroege boomstam- en tonnenputten naar plaggenputten en later gemetste putten van baksteen, die werden gebruikt voor drinkwater en brandbestrijding, zowel in steden en dorpen als in kastelen.
15. Vierschaar van de heerlijkheid van Aarschot
In 1241 werd Sint-Niklaas door gravin Johanna in de 'Keure van het Land van Waas' tot administratief centrum van het Waasland gepromoveerd. Hierdoor ontstonden er drie schepenbanken: het Hoofdcollege met zeven Hoogschepenen, onder leiding van een Hoogbaljuw; de schepenbank van de parochie, met een vierschaar voor de parochies van Sint-Niklaas en Nieuwkerken en de schepenbank van de heerlijkheid van het 'Beversche', wiens territorium ten westen van het marktplein lag.
Binnen de parochiegrenzen lagen de volgende heerlijkheden, met een eigen leenhof: Puymbeke, Aarschot, Paddenschoot en Walburg.
De vierschaar van de parochie bevond zich omstreeks 1640 op de Grote Markt.
De vierschaar van Aarschot bevond zich in die periode waarschijnlijk op de hoek van de huidige Nieuwstraat en Dalstraat.
(Bronvermelding: Onroerenderfgoed.be; Wikipedia)
16. Kasteel Walburg
Het Kasteel Walburg bevindt zich in het huidige Romain De Vidtspark in Sint-Niklaas en is gelegen langs de huidige Walburgstraat.
Het kasteel is thans nog steeds gelegen in een circa 7 hectare groot, openbaar park en bestaat uit een kasteel, een terras met prieeltjes en een duiventoren. De parkingang langs de Walburgstraat wordt gerealiseerd door middel van een bakstenen, gekanteelde muur, geflankeerd door twee kleine trapgevels.
Het kasteel was de verblijfplaats van de heer van Walburg. De heerlijkheid Walburg ontstond in 1550 door de vereniging der heerlijkheden van der Moeren en Willemaers door ridder Willem van Waelwijck, onder de benaming "Hof van Walburg", naar diens echtgenote Walburgis. Hij sloopte het in puin vallende kasteel en verving het door het huidige.
Door erfenissen en verkopingen werd het kasteel in 1618 onder meer ingericht als brouwerij. In 1846 kwam het in handen van J.F.G. van Naemen-Boeye, die het in 1851 volledig herstelde en aan de 19e-eeuwse smaak aanpaste.
Het is een waterburcht met een polygonale traptoren waartegen een slotkapel is gebouwd. Rechts van de noordvleugel bevindt zich een nagenoeg vierkante woontoren.
(Bronvermelding: Onroerenderfgoed.be)
17. Paddeschoothof
Het Paddeschoothof is gelegen langs de huidige Paddeschootdreef.
Het is thans een alleenstaande omwalde herenwoning, omgeven door een ruime tuin met een bakstenen afsluitmuur en een korfboogpoort aan de straatzijde.
Het Paddeschoothof is de voormalige zetel van de gelijknamige heerlijkheid die opklimt tot de 15e eeuw. De heer van Paddeschoot resideerde er; zijn feodaal hof was er gevestigd.
Meer dan 500 jaar is de heerlijkheid in bezit geweest van een aantal oude Wase geslachten.
De omwalde hofstede zou zijn gebouwd in 1626 op vraag van jonkvrouw Gertrudis Roelant, weduwe van Karel de Hertoghe, heer van Belleghem en Paddeschoot.
Haar zoon jonkheer Karel Filips de Hertoghe, heer van Puyvelde en Paddeschoot, liet beide heerlijkheden aan zijn dochter, jonkvrouw Antonia Clara de Hertoghe.
Haar echtgenoot ridder Jacob de Castro y Toledo, heer van Berlare en Baereldoncq verkocht de heerlijkheid in 1680 aan de edele familie van Turnhout, deze liet toen het wapenschild boven de ingangspoort aanpassen.
Het gebouw werd in 1787 grondig verbouwd en ook in de loop van de 19e eeuw merkelijk aan de tijdsgeest aangepast.
In de 19e eeuw kwam het in eigendom van Pieter Antoon Boëyé. Vervolgens ging het in erfenis over naar diens schoonzoon industrieel en politicus Joseph Felix Van Naemen, gehuwd met Maria Josepha Boëyé.
Daarna is het domein jaren in handen geweest van de familie Nobels, van het metaalbedrijf Nobels-Peelman.
In het begin van de 21e eeuw werd het domein te koop gesteld en verdeeld in 3 delen. De vroegere schuur van het Paddeschoothof werden intussen omgebouwd tot een woning. Ook het kasteel en parkdomein werden verkocht en grondig gerenoveerd. Ook de vroegere paardenstallen zijn ondertussen gerestaureerd en kregen een nieuwe invulling.
De buitengevels en het dak van het kasteel zijn hersteld, met aandacht voor oudere bouwsporen. De oprit werd opnieuw aangelegd en de kasteelvijver vrijgemaakt. De overwoekerde tuin werd omgevormd tot een voedselbos, kruidenweide en hoogstamfruitboomgaard.
(Bronvermelding: Onroerenderfgoed.be; Wikipedia; Waseerfgoed.be)