De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)




SINT-ANDRIES  -  SINT-ANDRIESABDIJ


(Antonius Sanderus – Flandria Illustrata 1641)




Deze prent van Sanderus toont ons een panorama van Brugge, gezien vanaf Sint-Andries. Op de achtergrond zijn het Belfort, de Sint-Donaaskathedraal, de Onze-Lieve-Vrouwekerk en de Sint-Salvatorskerk van Brugge te zien.

Op de voorgrond is de Sint-Andriesabdij met de Sint-Andries en Sint-Annakerk te zien.

De gemeente Sint-Andries is thans een deelgemeente van Brugge, gelegen ten westen van deze stad in de provincie West-Vlaanderen.

De plattegrond van de gemeente vertoont een vreemde, tweelobbige structuur. De oorzaak hiervan is te vinden in het feit dat bij de oprichting van de gemeente ook alle gronden van de voormalige Sint-Andriesabdij werden opgenomen.

De zuidelijke helft van Sint-Andries is sterk bebost door de aanleg van grote park- en bosgebieden op het einde van de 18e eeuw maar vooral in de 19d eeuw. Die situatie is te danken aan adellijke families die grote kasteeldomeinen bezaten, vaak met een continuïteit tot op vandaag en gebaseerd op het grondbezit van de oude Sint-Andriesabdij.

De Sint-Andries en Sint-Annakerk (ook wel Sint-Andreaskerk genoemd) bestaat thans nog als parochiekerk in Sint-Andries. De kerk is gelegen langs de Gistelse Steenweg.

De parochie Sint-Andries behoorde kerkrechterlijk toe aan het bisdom Doornik (vanaf hun stichting), Brugge (vanaf 1561), Gent (vanaf 1801) en terug Brugge sinds 1834.

Het grondgebied van Sint-Andries en Sint-Baafs was verdeeld over de heerlijkheid van Straeten en het ambacht van Sijsele. De heerlijkheid van Straeten, onderdeel van het ambacht van Straeten en reeds vermeld in 941, oorspronkelijk deel uitmakend van het domein Snellegem, strekte zich uit over Sint-Andries en Varsenare en was een rechtstreeks leengoed van de graaf.

De domeinen Beisbroek en Tudor maakten in de 7e eeuw deel uit van het Merovingische kroondomein Snellegem. In de 9e eeuw kwam dit domein in handen van Boudewijn I, de eerste graaf van Vlaanderen. Het oostelijke deel maakte tot de 10e eeuw deel uit van het grafelijk domein Snellegem.

Tancmar, heer van Straeten wilde een klooster stichten op zijn grondgebied. De heerlijkheid was gelegen in de hoek waar drie wegen samenkwamen in Brugge. De weg naar Cassel langs Wijnendale, de weg van Oudenburg op Brugge en die van Gistel. Vanaf de stichting van de Sint-Andriesabdij loopt de geschiedenis van Sint-Andries hier parallel mee.

De Sint-Andriesabdij werd gesticht in 1100. De eerste monniken kwamen aan op 1 augustus 1117. In de loop van de 12e eeuw waren er problemen met de moederabdij met als gevolg dat ze vanaf 1188 onafhankelijk werden. De abdij van Sint-Andries had door de doordachte verwervings- en aankooppolitiek een groot deel van Sint-Andries in haar bezit.

De Sint-Andriesabdij kwam in bezit van alle gronden gelegen tussen de huidige Torhoutse Steenweg en de Gistelse Steenweg.

Rond 1115 wordt het domein van "Beysbroeck", de oostelijke helft van de oude fiscus Snellegem, door graaf Boudewijn VII Hapken aan de Sint-Andriesabdij geschonken; er werd ook een hoeve gebouwd die tot aan de afschaffing van de abdij door haar werd uitgebaat.

De eerste vermelding van een kerkje in Sint-Andries dateert van 1117. Dit romaanse kerkje was de kloosterkerk van de Sint-Andriesabdij. Tevens fungeerde deze kerk toen al als parochiekerk. 

De 13e eeuw betekende voor de Sint-Andriesabdij een periode van belangrijke economische ontwikkelingen. Zij was gedurende eeuwen feitelijk de grootste machtsfactor op het grondgebied. Hierdoor was er relatief weinig bebouwing. In deze 13e eeuw werd ook een nieuwe abdijkerk gebouwd.

In 1348 stond de Sint-Andriesabdij vijftig hectare grond af aan enkele poorters voor het bouwen van een Kartuizerinnenklooster Sint-Anna-ter-Woestijne, gelegen tussen de Doornstraat, de Diksmuidse Heerweg en de Zeeweg.

Het klooster was gelegen binnen een brede omwalling (ter hoogte van de huidige Oude Sint-Annadreef).

Tussen de Legeweg en het kanaal Brugge-Oostende en ook in het stuk ten noorden van de vaart (de Moeren) hadden verschillende Brugse kerkelijke instellingen gronden liggen; ook de Sint-Andriesabdij.

In 1530 werd de kerk voorzien van een nieuwe toren.

In 1566 vond de godsdienstoorlog plaats. De alleenstaande kloosters zoals het klooster van Sint-Anna-ter Woestijne ontsnapten niet aan de godsdiensttroebelen en moesten vluchten binnen de muren van de stad Brugge.

In 1580 werd het klooster van Sint-Anna-ter-Woestijne afgebroken naar aanleiding van de godsdiensttroebelen.

Onder het Frans bewind werden in 1796 de parochies Sint-Andries en Sint-Baafs één gemeente. Als gevolg van de sekwestratie van religieuze gebouwen werd de Sint-Andriesabdij in 1797 verkocht als "nationaal goed". In dat jaar werd de abdij opgeheven en de kloosterkerk was enkel nog als parochiekerk dienstig.

Bijna onmiddellijk hierna werden de abdijgebouwen gesloopt en de kunstschatten en het meubilair verkocht.

Ook het domein Beisbroek, eigendom van de abdij, werd in 1798 verkocht.

Het deel ten zuiden van de Diksmuidse Heirweg werd eigendom van Emmanuel van Outryve d’Ydewalle, het deel ten noorden van zijn schoonbroer Jacques de l’Espée. Op de gronden van de familie van Outyve d'Ydewalle werden de kastelen Perenboomveld, Tudor en Ter Heide gebouwd.

De familie de l’Espée liet het kasteel Beisbroek circa 1835 bouwen in een sobere classicistische stijl. De heide werd ontgonnen door de aanleg van voornoemde bossen of door omvorming tot weide of akkerland.

De Sint-Andries en Sint-Annakerk werd in 1839-1843 uitgebreid. In 1850 werd de toren hersteld.

Tot het midden van de 19e eeuw was Sint-Andries een hoofdzakelijk agrarische gemeente met een rijke bebossing. De bewoningskernen concentreerden zich rond de kerk van Sint-Andries en de kerk van Sint-Baafs.

In 1869 werd de toren getroffen door de bliksem. De kerk werd verwoest door brand, maar van de toren hoefde enkel de spits te worden vernieuwd. De kerk werd geheel in neogotische stijl heropgebouwd.

Omstreeks 1900 werd grond ter beschikking gesteld uit het domein Beisbroek voor de oprichting van een nieuwe abdij, de Sint-Andriesabdij Zevenkerke, die tot stand is gekomen circa 1910.

De huidige Sint-Andries en Sint-Annakerk is een driebeukig bakstenen neogotisch kerkgebouw met een naastgebouwde westtoren die dus grotendeels dateert van 1530. De kerk is omgeven door een kerkhof.

(Bronvermelding: Onroerenderfgoed.be)