De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)




SINT-ANDRIES  -  KASTEEL VAN BERTOLF


(Antonius Sanderus – Flandria Illustrata 1641)





Op deze prent van Sanderus van omstreeks 1640 wordt het Kasteel van Bertolf (“Praetorium gentis Bertolfiae”) afgebeeld.

Dit kasteel bevond zich op het grondgebied van Sint-Andries (thans een deelgemeente van Brugge in de provincie West-Vlaanderen) langs de huidige Hogeweg. 

Het neerhof van het kasteel is thans de nog bestaande hoeve genaamd “Goed ter Rietschilde” de zich op het grondgebied van Varsenare (deelgemeente van Jabbeke) bevindt.

De hoeve "Goed ter Rietschilde" of "Rijsseele" zou gebouwd zijn als een versterking tijdens de invallen van de Noormannen, met een eerste vermelding als Rietsalda in 1243. De naam van de heerlijkheid verwijst wellicht naar de ligging in waterrijk gebied, gekenmerkt door rietbegroeiing.

De benaming "Moordenaarskasteel", die sinds eeuwen gangbaar is, berust op een verwarring tussen Bertulf, wiens neef Busschaert in 1127 Karel de Goede vermoordde, en de familie Bertolf, die in 1620 in het bezit kwam van het goed Rietschilde.

De oudste vermelding van deze hoeve vinden we terug in 1381.

Wij noemen het kasteel net als Sanderus het “Kasteel van Bertolf”.

Rietschilde was een leengoed afhangende van de Burg van Brugge, en door de eeuwen heen in handen van erg invloedrijke families, onder meer Goswin de Wilde in de 14e eeuw.

Het goed bestond uit een opperhof met kasteel op het grondgebied van Sint-Andries en ten westen daarvan, op Varsenare, een neerhof met een langgestrekt en twee kleine volumes, versterkt met een 8-vormige omwalling. Het domein had een zuidelijke dreef naar de Hogeweg en een noordelijke tot aan de Ieperleed.

Op de kaart van Ferraris (1777) wordt de meer naar het westen gelegen hoeve “Ter Leye” verkeerdelijk aangeduid als "het Moordenaarskasteel".

Het kasteel had in de tweede helft van de 16e eeuw sterk te lijden onder de terreur van de protestantse opstandelingen. De beschadigingen werden waarschijnlijk niet meer hersteld.

Volgens de literatuur werd het Kasteel op het opperhof circa 1761 afgebroken.

De drie volumes op het neerhof doorstonden de tijd. De walgrachten van het neerhof werden wel grotendeels gedempt; de grachten om het opperhof in Sint-Andries werden bewaard.

Reeds bijna een eeuw is het “Goed Ter Rietschilde” in het bezit van de familie Coudeville.

(Bronvermelding: Onroerenderfgoed.be; Info uit Jabbeke.be: “Hoeven in woord en beeld”)