De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)




SCHERPENHEUVEL - ONZE-LIEVE-VROUWEKERK


(Antonius Sanderus – Chorographia Sacra Brabantiae 1659 - Herwerkte editie 1726-1727)




Op deze prent van Sanderus is de herwerkte versie te zien van een prent van de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Scherpenheuvel.

Deze prent werd gepubliceerd in de heruitgave in 1726-1727 van de Chorographia Sacra Brabantiae van Sanderus (1659).

Hieronder tonen we ook de originele prent die in de Chorographia verscheen.

Deze kerk werd later verheven tot basiliek en bestaat nog steeds. De basiliek is gelegen op het Albertusplein in Scherpenheuvel-Zichem, een deelgemeente van Scherpenheuvel in de provincie Vlaams-Brabant. 

Scherpenheuvel was lange tijd slechts een gehucht van Zichem en werd door de toeloop van bedevaarders belangrijker dan Zichem. Het kreeg in 1605 stadsrechten en grachten en tegelijkertijd ook een grondplan in de vorm van een zevenpuntige ster met de kerk in het centrum.

Een miraculeus Onze-Lieve-Vrouwebeeld, dat reeds sinds de 14e eeuw vereerd werd, lag aan de oorsprong van het bouwen van deze bedevaartkerk. Ze werd in opdracht van de aartshertogen Albrecht en Isabella door architect Wenceslas Cobergher ontworpen en ingeplant in het midden van de stad.

De aartshertogen verbleven vlak tegenover de basiliek in het nog bestaande huis “Het Gulden Vlies” (gelegen langs het huidige Isabellaplein) tijdens hun bezoeken aan Scherpenheuvel. Het huis werd rond 1600 gebouwd in renaissancestijl.

Het gebouw vertoonde zowel verschillen als overeenkomsten met de vroegbarok van de kerk, waarvoor nauwelijks een paar jaar later de eerste steen werd gelegd.

Tijdens de bouw van de kerk bood "Het Gulden Vlies" onderdak aan een leger beeldhouwers en schilders, maar ook belangrijke gasten zoals de aartshertogen Albrecht van Oostenrijk en Isabella van Spanje vonden er een slaapplaats toen zij regelmatig de bouwwerf bezochten. Er werd zelfs beweerd dat de herberg en de basiliek met elkaar verbonden waren via een onderaardse gang. Via deze gang konden de beeldhouwers en schilders, maar ook de aarsthertogen zelf zich naar de kerk begeven.

Na voltooiing van de kerk kon men als bedevaarder overnachten in “Het Gulden Vlies”.

De kerk is een van de oudste koepelkerken in de Lage Landen en werd ingewijd in 1627 door de aartsbisschop van Mechelen. Bij de inwijding offerde aartshertogin Isabella juwelen op de altaartrappen. Ze wilde hiermee aantonen dat aardse goederen niet het belangrijkst zijn.

De hoofdthematiek van deze kerk werd voornamelijk beïnvloed door de Romeinse hoog-renaissance met hier en daar verwerking van nog maniëristische en tevens reeds doorgedreven barokke vormen.

De kerk werd gebouwd op een symbolische, zevenhoekige plattegrond met een overkoepeld centraal volume, geflankeerd door zes lagere kapellen en een portaal. Een oosttoren werd niet afgewerkt. Cobergher koos voor de vorm van een zevenster als een symbool voor de zeven vreugden en zeven smarten van Maria.

De basiliek is het belangrijkste bedevaartsoord in België. De koepel heeft geen lichtopeningen en is met lood afgedicht. Hij is versierd met 298 zevenpuntige vergulde sterren. De zijkapellen zijn opgetrokken in ijzerzandsteen die in het nabijgelegen Langdorp werd gedolven.

Ten oosten van de basiliek werd in 1624 ook een oratorianenklooster gebouwd. De heilige Filippo Neri stichtte in de 16e eeuw de orde der Oratorianen. Die geestelijke gemeenschap regelde de werking van het bedevaartsoord Scherpenheuvel.

Vanaf de 17e eeuw tot aan de Franse Revolutie leefde de groep in het oratorium of klooster achter de basiliek.

Er liep een overdekte verbindingsweg tussen de kerk en het klooster, de Barokgang. Het klooster werd namelijk via een gaanderij met de kerk  verbonden.

De prent van Sanderus geeft een duidelijk beeld van de "neapolis Montis-Acuti" en van het plantsoen rond de kerk: een ommuurde, met bomen beplante zeshoek waarin voor de basiliek een stervormige open ruimte werd uitgespaard. Langs de binnenzijde van de omheiningsmuur liep de processieweg. De westelijke helft van de stad was bestemd voor bewoning (gesloten bebouwing met achterliggende tuintjes), de oostelijke helft (bovenaan op het plan) werd in beslag genomen door het oratorianenklooster, waarvan de tuinen zich langs twee zijden van de zevenhoek uitstrekten. De nieuwe bewoners werden aangetrokken door allerlei tijdelijke voordelen en fiscale vrijstellingen.

De Oratorianen werkten niet alleen als priesters, maar ook als leraren. In de 17e eeuw openden zij een Latijns College in Scherpenheuvel.

De vierkante toren van de kerk, met een beiaard van 49 klokken, werd gebouwd uit zandsteen. De lantaarn (bovenste verdieping) kon pas worden gebouwd na een gift van Filips IV van Spanje. De toren was voorzien van een trap aan de binnenzijde.

Tussen de sobere oorspronkelijke kapellen werden tijdens de 19e eeuw neo-barokke bidplaatsen bijgevoegd.

De toren werd in de Franse Revolutie zwaar beschadigd door het naar beneden gooien van de door Franse revolutionairen verbrijzelde klokken.

Ook het Oratorianenklooster kreeg het tijdens de Franse Revolutie sterk te verduren.

De toren werd pas in 1859 hersteld.

De kerk werd pas tot basiliek verheven in 1922.

Begin jaren 1970 gaf de toenemende stroom bedevaarders aanleiding tot de bouw van de Mariahal dicht bij de basiliek.

Tijdens het bedevaartseizoen kan men er elk weekend terecht om misvieringen bij te wonen.

Vandaag heeft het Oratorianencollege een nieuwe bestemming. De school maakte plaats voor het Onthaalcentrum Huis van Maria.

(Bronvermelding: Onroerenderfgoed.be; Wikipedia)