De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)




RUPELMONDE - GRAVENKASTEEL


(Antonius Sanderus – Flandria Illustrata 1641)




Op deze prent is het Gravenkasteel te zien in Rupelmonde. De Graventoren in Rupelmonde is een overblijfsel van deze waterburcht.

In de 12de eeuw bouwden de graven van Vlaanderen ter verdediging van de Schelde en de Rupel een kolossale vesting omgeven door een brede wal, die rechtstreeks in verbinding stond met de Schelde. Aangezien indertijd bijna alle transport nog via water gebeurde, waren deze rivieren van zeer groot economisch belang.

In 1254 werd het kasteel in opdracht van Margaretha van Vlaanderen aanzienlijk uitgebreid en vond het archief van het graafschap Vlaanderen er een veilig onderkomen. Ook in de volgende eeuw bleven de opeenvolgende graven de burcht regelmatig renoveren. Rond 1330 trachtte graaf Lodewijk I met allerlei voorrechten de urbanisatie van Rupelmonde te stimuleren, maar opeenvolgende conflicten fnuikten haar groei. Een laatste grote renovatiecampagne vond plaats tijdens de Vlaamse Opstand (1379-1385), waarbij het kasteel min of meer haar uitzicht behield tot in de 17de eeuw, zoals te zien is op deze prent van Sanderus.

In het kasteel werden de charters en keuren van Vlaanderen bewaard. In 1564 gingen ze bijna in vlammen op bij een ontsnappingspoging van de reformator Jan Hendrickx. In 1583 werd de burcht door Servaas van Steelant overgedragen aan de Spaanse veldheer Alexander Farnese. Een tegenaanval van Filips van Marnix van Sint-Aldegonde mislukte. De burcht bleef tot in 1647 in gebruik als staatsgevangenis, maar werd in de decennia daarna stelselmatig gesloopt.

Het kasteel vormde de achtergrond van verschillende historische terechtstellingen en gevangenisstraffen. Hier liet Robrecht III van Vlaanderen zijn oudste zoon Lodewijk I van Nevers arresteren op beschuldiging van hoogverraad omdat deze de zijde van de Franse koning had gekozen.

In 1338 werd Sohier de Courtroisin (Zeger van Kortrijk), bondgenoot van Gwijde van Dampierre, er op bevel van de koning van Frankrijk onthoofd en hield Filips de Goede de gemaal van Jacoba van Beieren, Frank van Borssele, in 1432 in hechtenis op het kasteel. Tot slot zat ook Mercator er in 1544 gedurende zeven maanden gevangen op beschuldiging van ketterij.

Door de lange strijd van Spanje en de Verenigde Provinciën tegen Frankrijk, werd het Gravenkasteel in 1678 opnieuw ernstig vernield en werden de nog bruikbare bouwmaterialen gerecupereerd door de plaatselijke bevolking. Zo werd materiaal van de burcht gebruikt bij de bouw van de plaatselijke Onze-Lieve-Vrouw-Bezoekingkerk.

Hoewel het middeleeuwse Gravenkasteel nooit werd hersteld, deed het nog tot 1748 dienst als militaire verschansing. In 1817 werden in opdracht van baron Guillaume de Feltz (1744-1820), schoonvader van graaf Philippe Vilain XIIII, de laatste bouwresten van de burchtruïne opgeruimd en werd op de oorspronkelijke torenvoet van Doornikse kalksteen een bakstenen jachtpaviljoen opgetrokken.

In 2023 werden de Graventoren en de ernaast gelegen getijdemolen voor 27 jaar in erfpacht gegeven aan Toerisme Vlaanderen.

(Bronvermelding : Wikipedia)