De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)
MENU
Terug naar HOMEPAGINA
Terug naar INHOUDSOPGAVE
RUDDERVOORDE - COUBROUCK
(Antonius Sanderus – Flandria Illustrata 1641)
Op deze prent van Sanderus van omstreeks 1640 is het foncier te zien van de heerlijkheid Coubrouck in Ruddervoorde. Ruddervoorde is thans een deelgemeente van Oostkamp in de provincie West-Vlaanderen.
De “Coubrouckhoeve” langs de huidige Koebroekdreef in Oostkamp herinnert nog aan dit foncier.
In 1090 bevestigde Radbod II, bisschop van Doornik, de rechten van het Brugse Sint-Donaaskapittel over de parochiekerk
van Ruddervoorde, wat meteen voor de oudste historische vermelding van de parochie Ruddervoorde zorgt. Op dat ogenblik was de parochie Ruddervoorde trouwens ingedeeld bij het bisdom Doornik.
Over de bestuurlijke machten in Ruddervoorde in de eerste eeuwen bestaan verschillende versies. Ruddervoorde was een wirwar van heerlijkheden elk met een verschillend statuut. De 4 belangrijkste daarvan waren het Hof van Ruddervoorde, de heerlijkheid Coubrouck, de heerlijkheid den Houtschen en de heerlijkheid van Gentbrugge.
De eerste was wellicht de belangrijkste en was voornamelijk aan de westzijde van het huidige dorpscentrum gelegen. De heerlijkheid het Hof van Ruddervoorde bevond zich waar nu het Tempeliershof langs de Tempeliersstraat is gelegen.
De heerlijkheid Coubrouck lag ten zuidoosten van de kerk, aan de huidige Koebroekdreef, en was vermoedelijk de oudste, gegroeid uit een vroegmiddeleeuws landbouwdomein.
De heerlijkheid Den Houtschen hield geen grondbezit in, maar wel rechtsmacht en heerlijke rechten, onder andere in een deel van Ruddervoorde.
De heerlijkheid van Gentbrugge lag gedeeltelijk op het grondgebied van Hertsberge en was nauw verweven met de proosdij daar.
In 1559 werd Brugge ingesteld als bisdom dat bestond uit negen decanaten. Eén van die decanaten was Torhout, waarvan Ruddervoorde een parochie was.
Het foncier van de heerlijkheid Coubrouck was gelegen binnen een omwalling.
Vooral de Beeldenstorm en de zes jaren calvinistisch bewind (1578-1584) lieten in deze streek diepe sporen na.
Tijdens het bewind van de aartshertogen Albrecht en Isabella (eind 16e en begin 17e eeuw) zorgde het stabiele politieke klimaat voor een tijdelijke heropleving.
Na de Spaanse successieoorlog (1702-1713) kende de regio een periode van relatieve rust en vooruitgang, gekenmerkt door demografische expansie, economisch ontsluiting en verbetering van het wegennet.
Met de Franse revolutie op het einde van de 18e eeuw kwam een einde aan het feodale systeem. Vanaf 1 oktober 1795 werden het Brugse Vrije en de heerlijkheden als bestuursniveau afgeschaft en werd Vlaanderen ingelijfd bij Frankrijk onder het departement van de Leie.
De huidige, nog bestaande, hoeve langs de Koebroekdreef heeft nog een restant van de omwalling en een oud bomenbestand, maar de actuele gebouwen zijn van recentere datum.
(Bronvermelding Onroerenderfgoed.be)