De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)




RONSE  -  PANORAMA


(Antonius Sanderus – Flandria Illustrata 1641)




Op deze prent van Sanderus uit de Flandria Illustrata is de stad Ronse (provincie Oost-Vlaanderen) te zien zoals die er omstreeks 1640 uitzag.

De afbeelding is gemaakt kijkende vanuit het westen, richting het oosten naar Ronse. Naast de afbeelding van de verschillende torens van de Sint-Pieterskerk, de Sint-Hermeskerk en de Sint-Martinuskerk en de toren van het stadhuis, neemt het kasteel een zeer prominente plaats in. Deze prent is daarom ook opgedragen aan, zoals de tekst linksonder vermeldt:  'aan de zeer illustere heer Joannes Franciscus Desideratus graaf van Nassau, etc. heer van Ronse'.

Joannes Franciscus Desideratus, graaf van Nassau, was de enige zoon van Jan VIII van Nassau-Siegen, die in 1629 de baronnie van Ronse kocht van de familie Granvelle. Jan VIII van Nassau-Siegen overleed echter reeds in 1638; enkele jaren nadat het kasteel gebouwd was. Toen de kaart opgemaakt werd en aan hem werd opgedragen was Joannes Franciscus een jonge twintiger, heer van Ronse geworden na het overlijden van zijn vader.

Onderaan in het midden van de prent zien we de kapel van Wittentak. Deze kapel werd gesticht en opgericht in 1639 onder impuls van Ernestine Yolande de Ligne, de moeder van Joannes Franciscus Desideratus. Vandaar waarschijnlijk dat deze kapel werd afgebeeld op een panorama-prent van de stad Ronse.

Sanderus maakte niet al zijn prenten zelf. Hij had medewerkers. Deze kaart is zoals op de prent zelf ook vermeld, gemaakt door zijn medewerker Vedastus du Plouich.

Het niet-genummerde torentje tussen de Sint-Hermeskerk en de Sint-Martinuskerk is van het Zwarte-Zustersklooster, tussen de Zonnestraat en de Wijnstraat. Rechts van de Sint-Martinuskerk is het torentje te zien van het stadhuis.

Rechtsboven staat het wapenschild van Ronse: een dubbelkoppige zwarte adelaar op een gouden achtergrond. Linksboven staat het wapenschild van Nassau-Siegen.

Het indrukwekkende kasteel dat te zien is op de prent van Sanderus bestaat thans niet meer.

Op 28 maart 1629 kocht Jan VIII van Nassau-Siegen de baronie Ronse van de laatste afstammelingen van de Granvelle’s.

In april 1630 begon hij met de bouw van het kasteel en vestigde hij zich als eerste heer op een regelmatige basis in Ronse. Het werd een monumentaal kasteel, dat moest gelden als een voorouderlijk kasteel van de katholieke tak van de Nassaus in de Zuidelijke Nederlanden. Jan van Nassau spendeerde bijna al zijn geldelijke middelen aan het kasteel, dat werd voltooid na de pestepidemie van 1635-1636.

Het was een U-vormig kasteel in late renaissancestijl op een vierkante plattegrond in 5 bouwlagen en bestond uit een poortgebouw, een centrale binnenkoer met een uitgebreide woonvleugel en een kapel aan de achterzijde, twee zijvleugels en vier hoektorens met een hoogte van 37 m.

Het kasteel was opgetrokken in rode baksteen met natuurstenen elementen als ramen, arcades, profiellijsten en hoekblokken. Jan VIII van Nassau-Siegen was kolonel van een Duits regiment en werd later generaal van de cavalerie in Vlaanderen. Na zijn overlijden op 29 juli 1638 bleef zijn weduwe Ernestine Yolande van Ligne op het kasteel wonen tot aan haar dood in 1663.

Na haar overlijden verbleven de heren van Ronse zo goed als niet meer in Ronse. Deze erfgenamen van Jan van Nassau waren verstrikt in langdurige en ingewikkelde processen over het eigendomsrecht van onder meer van de baronie en uiteindelijk werd de baronie verkocht aan de graven van Merode-Westerloo (1745-1795) die er nooit verbleven hebben.

In 1794 werd de baronie opgeheven en werd het kasteel te koop gesteld nadat het eeuwen in bezit was geweest van de roemrijke geslachten van Nassau-Siegen en de Mérode. Vanaf dan begon het kasteel zeer snel tot een ruïne te vervallen.

De nieuwe eigenaar slaagde er niet in het gebouw te onderhouden.

De regeringsperiode van Napoleon luidde de eerste moderne textielindustrie in te Ronse en het kasteel werd de eerste locatie voor de opkomende textielindustrie. In 1803 introduceerden de gebroeders Lousbergs de eerste grote katoenweverij in de stad met 180 getouwen in de kelders van het kasteel.

Uiteindelijk werd het kasteel in 1823 verkocht. In 1844 werd het domein, dat toen 20 ha groot was, verkaveld. Hij verwierf zelf een groot aantal gronden en bouwde in de jaren 1850 verschillende kleine huizen, een beluik dat nu bekend staat als het "Snoecksteegje". Door de verkaveling van het vroegere domein groeide de stad vanaf de jaren 1850-60 voor het eerst buiten haar oude kleine kern.

Op de plaats van het vroegere kasteel werd door de familie Snoeck omstreeks 1850 op de funderingen en souterrain van het poortgebouw van het gesloopte kasteel een villa gebouwd, gekend als de “Villa Snoeck”. Hierdoor zijn de 17e-eeuwse tongewelven in het souterrain met de één meter dikke witgekalkte bakstenen muren en deuropeningen met sponning in zandsteen bewaard gebleven.

De achterliggende tuin van de Villa Snoeck was de vroegere binnenplaats van het kasteel en is nog begrensd door de oude muren of funderingen van het kasteel.

(Bronvermelding: Ronse-door-de-eeuwen.be; Onroerenderfgoed.be)