De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)




NIEUWKERKE  -  PANORAMA


(Antonius Sanderus – Flandria Illustrata 1641)




Op deze prent van Sanderus van 1641 is een panorama te zien van het dorp Nieuwkerke.

Nieuwkerke is sinds 1977 een deelgemeente van Heuvelland in de provincie West-Vlaanderen. Het werd tot in de 19e eeuw ook Westnieuwkerke genoemd (om het te onderscheiden van het dorp Oostnieuwkerke dat nu een deelgemeente is van Staden).

Op de heuvel van het huidige Nieuwkerke kwam zeer vroeg een nederzetting tot stand, gelegen langs de heirweg die over Terenburg, Kassel, Belle, Mesen en verder over Wervik liep. Doordat de Noormannen in de 9e eeuw het kustgebied onveilig maakten, vluchtten de meeste kustbewoners naar deze bosachtige streek.

Nieuwkerke komt voor het eerst voor in 1080 onder de benaming “Nova Ecclesia”.

Bij het begin van de 11e eeuw werd de toenmalige kapel immers tot een kerk verbouwd met de hulp van de monniken van de abdij Sint-Jan-ten-Berg. De Onze-Lieve-Vrouwekerk, de parochiekerk die in 1080 door de bisschop van Terwaan werd ingewijd, was in romaanse stijl opgetrokken met een toren op het kruispunt van de beuken. De bisschop was verheugd dat zijn bisdom met een nieuwe christelijke gemeenschap en een 'nieuwe kerk' werd verrijkt. Zo kreeg het landgoed de benaming 'Nova Ecclesia' of 'Nieuwe-Kerk'.

Deze plaats behoorde aanvankelijk toe aan de abdij van Zonnebeke. Er was reeds een kapelanie in 1271. De zuidelijke uitloper tot aan de Leie, "La branche d'Oosthove", sloot op bestuurlijk vlak aan bij Nieuwkerke, maar behoorde kerkelijk tot de aangrenzende parochie Ploegsteert. Naast de dorpsheerlijkheid lagen op het grondgebied Nieuwkerke nog een aantal andere heerlijkheden. Nieuwkerke behoorde tot de kasselrij Belle (Bailleul) en tot de kasselrij Waasten sinds het grensverdrag (1769) tussen de Oostenrijkse Nederlanden en Frankrijk.

Tijdens de middeleeuwen kende Nieuwkerke een bloeiende lakennijverheid; de wolwevers verkochten hun producten in eigen hallen te Ieper, Antwerpen en Gent. Nieuwkerke was een belangrijk centrum met een grote kerk, een ruime marktplaats waar wekelijks markt werd gehouden, een hal met gemeentehuis en een kasteel.

In de middeleeuwse bloeiperiode wedijverde de gemeente, met zowat 10.000 inwoners, met Ieper.

Op deze prent is de kerk te zien en ook, oostelijk ten opzichte van de kerk, de hal met gemeentehuis. 

Het kasteel was gelegen op een terp ten zuiden van de kerk. Deze cirkelvormige, omwalde terp is ook nog duidelijk zichtbaar op de prent.

Het kasteel werd verwoest in 1477 door de Fransen. 

De lakenindustrie, sinds 1427 gekenmerkt door een lichte recessie tengevolge de beperkende maatregelen van Filips de Goede, kende een ware terugval ten tijde van de godsdienstoorlogen.

Als industriële agglomeratie was Nieuwkerke in de 16e eeuw een brandpunt van radicaal calvinisme, dat fel werd bestreden door de autoriteiten.

Door de godsdienstoorlogen kwam de lakennijverheid in een impasse terecht.

In 1582 vernietigde een geweldige brand de ganse gemeente, waarna verschillende lakenwevers definitief uitweken naar Engeland.

Ook de Onze-Lieve-Vrouwekerk werd in 1582 volledig vernield.

In 1592 was de toren van de kerk weer hersteld.

In 1608 waren het stadhuis, de hal en de kerk volledig terug opgebouwd.

Geleidelijk hernam de weverij van lichte wollen stoffen, "bayen" genaamd; deze textieltraditie bleef, naast de vlas- en linnenindustrie, doorleven tot in de Franse tijd.

De hal en het stadhuis werden in 1647 nogmaals verwoest door de Fransen; de in 1648 heropgerichte zogenaamde "Halle-jong", was gelegen op de westkant van de Markt en werd terug afgebroken in 1844.

In 1683 waren er aanpassingswerken aan het schip van de kerk.

In 1870 en 1911 gebeurden er restauratiewerken aan de kerk.

Het dorp werd tijdens de Eerste Wereldoorlog volledig verwoest.

Na de Eerste Wereldoorlog werd de gemeente wederopgebouwd.

De vooroorlogse configuratie, zoals afgebeeld op deze prent, werd behouden.

In 1922-1923 werd de Onze-Lieve-Vrouwekerk volledig herbouwd. Grosso modo betrof dit een identieke reconstructie van de vooroorlogse, laatgotische hallenkerk met kruisingstoren.

In 1933 werd een nieuw (thans “oud”) gemeentehuis gebouwd op de Markt.

Van 1981 tot 1986 gebeurden er restauratiewerken aan de kerk.

Er is nog steeds een dorpskom met een centraal plein, de Markt genaamd, die gedomineerd wordt door de Onze-Lieve-Vrouwekerk. De bebouwing is nog steeds geconcentreerd rondom de Markt en langs de uitvalswegen.

Thans is er in Nieuwkerke voornamelijk landbouwactiviteit. Het is tevens een woongemeente voor pendelaars.

(Bronvermelding: Wikipedia; Onroerenderfgoed.be)