De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)




MECHELEN - JEZUÏETENKLOOSTER


(Antonius Sanderus – Chorographia Sacra Brabantiae 1659 - Herwerkte editie 1726-1727)




Op deze prent van Sanderus is de herwerkte versie te zien van een prent van het Jezuïetenklooster in Mechelen.

Deze prent werd gepubliceerd in de heruitgave in 1726-1727 van de Chorographia Sacra Brabantiae van Sanderus (1659).

De kerk van dit Jezuïetenklooster is thans de parochiekerk Sint-Pieter-en Paulus, gelegen langs de Keizerstraat in Mechelen in de provincie Antwerpen. Het is de voormalige Jezuïetenkerk Sint-Franciscus Xaverius.

De jezuïeten vestigden zich te Mechelen in 1611. Daartoe deden de aartshertogen Albrecht en Isabella afstand van het paleis van Margareta van York, het zogenaamde “Keizershof” (langs de huidige Keizerstraat) voor de inrichting van het noviciaat en een college.

Oorspronkelijk stond op deze plaats het zogenaamde "Hof van Kamerijk", de verblijfplaats van bisschop Jan van Bourgondië. In 1477 werd het gebouw verkocht aan Margareta van York, de weduwe van Karel de Stoute.

Het complex werd vergroot met onder meer een ontvangstzaal (langs de zijde Keizerstraat) en uitgestrekte hovingen reikend tot aan de Blokstraat, dit dankzij subsidies van de stad en de aankoop van een reeks huizen in de Keizerstraat.

In 1487 kocht de stad het paleis en schonk het aan Maximiliaan van Oostenrijk en diens zoon Philips de Schone. Het gebouw werd sterk verfraaid en stond vanaf dan bekend als het "Keizershof". Van 1501 tot 1516 werd het paleis bewoond door Filips' kinderen: Eleonora, Isabella, Maria en Karel; nadien werd het de verblijfplaats van Charles de Mouchet en in het vierde kwart van de 16e eeuw was het gebouw een toevluchtsoord (refuge) van de begijnen.

In 1602 werd het dan eigendom van de aartshertogen Albrecht en Isabella die het in 1611 afstonden aan de jezuïeten om het tot klooster en college om te vormen. De voormalige ontvangstzaal werd aangepast en als een toneelzaal ingericht; het oorspronkelijke Hof van Kamerijk werd afgebroken.

De bestaande gebouwen van het Jezuïetencollege bleken vlug te klein en nieuwe gebouwen werden opgericht.

In 1633 werd aanleunend bij het “Keizershof” ten noorden de kapel Onze-Lieve-Vrouw Onbevlekt Ontvangen gebouwd, ter uitbreiding van een oudere kapel van 1611, ingericht in de voormalige keizerlijke keukens (die werden afgebroken in het vierde kwart van de 17e eeuw).

Deze prent van Sanderus geeft ons een idee van het toenmalig kloostercomplex, met de verschillende gebouwen gegroepeerd rondom rechthoekige tuinen en binnenplaatsen.

Aan de straatzijde is het voormalige Keizershof te zien, met aanleunend ten noorden de kapel van Onze-Lieve-Vrouw Onbevlekt Ontvangen; erachter het convent (voltooid in 1669); ten oosten het noviciaat, en ten westen de Sint-Franciscus Xaveriuskerk, opgericht tussen 1670 en 1677.

Op deze prent wordt het “Keizershof” weergegeven als een gebouw met straatgevel verlicht door bol-, klooster- en kruiskozijnen, met uiterst rechts een aanbouw met toegangsdeur en ten zuidwesten een flankerende octogonale traptoren onder een piramidale bekroning; drie geledingen aangegeven door waterlijsten en verlicht door middel van kleine getraliede vierkante venstertjes.

De kerk werd tussen 1670 en 1677 gebouwd.

Vanaf 1677 werd de zogenaamde "Sodaliteitskapel" gebouwd; dit was een sober eenbeukig traditioneel bak- en zandstenen gebouw onder een zadeldak.

In 1694 werd de kerk gewijd.

De geveltop van de kerk was pas in 1709 voltooid.

In 1773 werd de jezuïetenorde door paus Clemens XIV opgeheven. De goederen werden in 1774 verkocht. Het klooster werd in 1775 als een krijgshospitaal ingericht.

Na de afschaffing van de jezuïetenorde werden de voormalige ontvangstzaal en Sodaliteitskapel van het “Keizershof” respectievelijk in 1775 en 1777 ter beschikking gesteld van de Academie der Beeldende Kunsten; de kapel werd daartoe in 1784 voorzien van een tussenvloer.

In 1778 werd de kerk ingericht als parochiekerk Sint-Pieter-en-Paulus ter vervanging van de oorspronkelijke Sint-Pieterskerk (in de Gerechtstraat), die later afgebroken werd.

Van 1798 tot 1802 werd de kerk door de Fransen omgevormd tot "Tempel der Rede". In de voorgevel van de kerk was een beeld van Sint-Franciscus Xaverius aangebracht met vier knielende figuren boven de pilasters. Deze beelden werden tijdens de Franse Revolutie vernield of meegenomen.

Na het vertrek van de Academie in 1811 bleef de ontvangstzaal van het “Keizershof” haar functie van toneelzaal behouden met inlijving van de kapel.

In 1830 werd de gevel van de kerk hersteld.

De meeste gebouwen op de kerk, de kapel en het “Keizershof” na, werden begin 19e eeuw gesloopt. De gronden werden opgekocht door het Bestuur der Burgerlijke Godshuizen, voor de bouw in 1854 van het Stedelijk Onze-Lieve-Vrouwziekenhuis.

Volgens archieffoto's van voor 1893 onderging het “Keizershof” een wijziging in de gevelordonnantie, namelijk behoud van slechts twee traveeën en weglating van dakkapellen. Tijdens de grondige restauratie van in- en exterieur in 1893 werd het gebouw grosso modo volgens het oorspronkelijk uitzicht (zoals op de deze prent) gereconstrueerd met natuursteen, naast bewaarde resten van het zandstenen parement.

Thans is in het “Keizershof” de Stadsschouwburg van Mechelen gevestigd.

(Bronvermelding: Onroerenderfgoed.be)