De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)




LOVENDEGEM  -  KASTEEL VAN LOVENDEGEM


(Antonius Sanderus – Flandria Illustrata 1641)





Op deze prent van Sanderus van omstreeks 1640 is het Kasteel van Lovendegem te zien. Links op de prent is de Sint-Martinuskerk, de parochiekerk van Lovendegem, te zien.

Lovendegem is thans een deelgemeente van Lievegem in de provincie Oost-Vlaanderen.

De eerste materiële sporen van een nederzetting op deze plaats dateren uit de late IJzertijd.

De dorpskouter van Lovendegem was de eerste in cultuur gebrachte grond die op deze plaats vanuit de Bredestraat ontgonnen werd, de oudste met naam vermelde straat (1403) die begon aan het Kasteel van Lovendegem. Archeologische vondsten wijzen op een permanente bewoning vanaf het Mesolithicum.

In 1140 werd voor het eerst melding gemaakt van een kerkgebouw (Sint-Martinuskerk) in Lovendegem.

Lovendegem werd de eerste maal vermeld in 1190 als Lovendenghien, een Frankische nederzettingsnaam vermoedelijk opklimmend tot de 7e eeuw (woonplaats van de lieden van Lubantos; later Luvand genoemd).

De feodale structuur van de gemeente bestond uit drie hoofdheerlijkheden. De heerlijkheid van Lovendegem, later de baronie van Lovendegem, leenhof van de Oudburg, was te situeren in het centrum van de gemeente met het Kasteel van Lovendegem en de kerk.

De heerlijkheid Lovendegem was van ongeveer 1200 lange tijd bezit van de familie Van Nevele.

Het dorp werd in 1452 verwoest door Filips de Goede, voortvloeiend uit de Gentse Opstand.

In 1461 werd het verkocht aan Jan Coustin welke in 1464 vanwege samenzwering tegen Karel de Stoute onthoofd werd.

Daarop kwam het goed aan ene Boudewijn die bastaardzoon was van Karel. Vervolgens kwam de heerlijkheid aan Jacob van Bourgondië en Gaspard Douchy welke de heerlijkheid verruilde voor die van Kruibeke met Keizer Karel V.

In 1578-1656 kwam het Kasteel van Lovendegem in handen van de familie Triest.

Tijdens de Beeldenstorm werd de Sint-Martinuskerk grotendeels verwoest en in 1616 was de herbouw voltooid. De kerk was afhankelijk van de Gentse Sint-Pietersabdij.

Het oorspronkelijke Kasteel van Lovendegem zou tot in de 17e eeuw bestaan hebben uit een donjon met een klein stenen huis.

Vermoedelijk in het eerste kwart van de 17e eeuw werd het Kasteel van Lovendegem vergroot toen Joos Triest de noordelijke vleugel met een kapel bijbouwde.

Na Joos Triest werd de eigenaar de familie De Mol.

In 1700 werd de heerlijkheid eigendom van Gillis Dons die ook heer van Scheldewindeke was. In 1716 werd Lovendegem tot baronie verheven. Gillis Dons kreeg de titel van baron en veranderde zijn naam in Dons de Lovendeghem.

In 1721 werd de rechtervleugel van het kasteel in opdracht van Gillis Dons gebouwd, alsook een nieuwe voorgevel met uitzicht op de binnenplaats.

Een tweede belangrijke heerlijkheid, de keure van Sleidinge - Lovendegem - Waarschoot, opgericht in 1248 door gravin Margaretha, hoorde toe aan de graaf van Vlaanderen en was een afgescheiden fractie van de Keure van Sleidinge-Desteldonk. De dubbelheerlijkheid Vinderhoute-Merendree tenslotte, gelegen ten zuiden van de gemeente, was het belangrijkste leen van het leenhof van Dendermonde, waarvan de heer voogd was van de Sint-Baafsabdij.

Kleinere heerlijkheden op het grondgebied van Lovendegem waren Ten Broecke, Nieuwenhove, Ter Straeten en Ten Walle.
Lovendegem behoorde op kerkelijk gebied tot het bisdom Doornik, vanaf 1559 tot het bisdom Gent. Het patronaatsrecht kwam toe aan de Gentse Sint-Pietersabdij.

Midden 18e eeuw werd de toren van de Sint-Martinuskerk gerestaureerd en in 1770 werd een sacristie aangebouwd.

In 1788 werd de Sint-Martinuskerk in westelijke richting vergroot met drie traveeën.

In 1822 werd het koor van de Sint-Martinuskerk herbouwd.

Het huidig uitzicht van het Kasteel van Lovendegem dateert van circa 1858 en 1888. Een dubbele eikendreef leidt van de Brugse Vaart voorbij het gemeentehuis naar het omwalde kasteel in een rechthoekig omgracht park naar verluidt voorzien van een neogotische kapel (ten noorden) en een ijskelder en toegankelijk via een ijzeren hek aan bakstenen pijlers. Op het voorplein vindt men enkele bijgebouwen en de voormalige kasteelhoeve.

In 1896-1897 werd de Sint-Martinuskerk ingrijpend gerestaureerd in een neogotische trant, waarbij een portaal, zijkapellen en een transept werden toegevoegd.

Thans heeft Lovendegem voornamelijk een residentieel karakter.

Langs de zogenaamde "heyrwech naer Gendt" is op deze prent van Sanderus een windmolen te zien. De molen was aanvankelijk een houten windmolen en stond eertijds op de splitsing van de huidige Oostveld Kouter en Bredestraat Kouter. Het is de zogenaamde "Koutermolen", die vermoedelijk dateert uit de 16e eeuw.

Rond 1860 werd de molen herbouwd tot een stenen graan- en oliemolen.

In 1911 werd een benzinemotor geplaatst en in 1914 werd de molen omgevormd tot magazijn. In 1926 werd de molenwal afgegraven en kwam een woonhuis in de plaats. Tot in 1926 was de familie Dons de Lovendeghem de eigenaar van deze molen.

Het Kasteel van Lovendegem is (anno 2025) nog steeds in het bezit van de familie Dons de Lovendeghem.

(Bronvermelding: Onroerenderfgoed.be; Wikipedia; Molenechos.org)