De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)
MENU
Terug naar HOMEPAGINA
Terug naar INHOUDSOPGAVE
LOCHRISTI - KASTEEL ROZELAAR
(Antonius Sanderus – Flandria Illustrata 1641)
Op deze prent van Sanderus is het kasteel, gekend als het Kasteel Rozelaar, te zien in Lochristi, een gemeente in de huidige provincie Oost-Vlaanderen.
Het kasteeldomein bevond zich op de plaats die nu nog steeds bekend staat als het kasteeldomein Rozelaar, dat gelegen is langs de huidige Kasteeldreef.
Het is een rechthoekig omgracht kasteeldomein tussen de Rozelaredreef, Stationsstraat en de Ledebeek.
De site is nog voorzien van walgrachten die in oorsprong opklimmen tot de late middeleeuwen.
De plaats werd als curtis Roeselaer, één van de jonge ontginningscentra van de Gentse Sint-Baafsabdij, waarschijnlijk in de 13e eeuw opgericht in het boscomplex ten noordoosten van Gent en door een ontginningsweg (de huidige Voordestraat) via de oudere curtis Lichtelaar verbonden met het vroegmiddeleeuwse "Goed te Achtene" in Oostakker.
In de tweede helft van de 13e eeuw zou het landbouwuitbatingscentrum omgevormd zijn tot een kasteel van de heerlijkheid Lochristi met een ringgracht, dienstig als lustverblijf voor de abten.
De site omvatte vanouds een opperhof en een neerhof, volgens een vermelding van 1480 "'t Hof te Rooselaere" en "Neder-Rooselaer" geheten.
In het eerste kwart van de 16e eeuw onderging het vervallen waterslot herstellingen en later in de 16e eeuw werd het kasteel verder verfraaid.
In 1563, na de afschaffing van de Sint-Baafsabdij, namen de bisschoppen van Gent "Kasteel Rozelaar" als zomerresidentie in gebruik.
We zien het kasteel op deze prent van Sanderus zoals het eruit zag omstreeks 1640.
Het kasteel zou tijdens de Franse invallen van 1677-78 in brand gestoken zijn en nadien hersteld.
Prins de Lobkowitz, de laatste bisschop die op Kasteel Rozelaar resideerde, liet in 1782-83 het kasteel volledig herstellen, aanzienlijk verfraaien en vergroten met toevoeging van onder meer paardenstallen en een ijskelder.
Ten zuiden van het waterkasteel liet de prins een prachtige Engelse tuin aanleggen met exotische planten, in feite een volledig omgrachte formele rococotuin met onder meer parterres, bosquets "à l'anglaise" en chinoiseries.
In 1783 werd het kasteel afgebrand en vernietigd.
In 1797 werden de resten van het kasteel samen met de kapel van Lobos als domaniaal goed aangeslagen en verkocht aan de familie Caude.
In 1806 werd Kasteel Rozelaar eigendom van de familie Lacroix die in 1808 het kasteel verder liet slopen.
Nadien kwam het voormalig lustgoed in handen van de familie de Cock-Kuyper. Deze familie liet de vroegere paardenstallen met oranjerie en serre ombouwen tot het nog bestaande zomerverblijf.
Nadien werd het domein eigendom van de familie Goffénet-de Cock en de Gellinck d'Elseghem. In 1866 richtte de familie Vuylsteke een tuinbouwbedrijf op tussen Kasteel Rozelaar en de Antwerpse Steenweg. Vandaag is Kasteel Rozelaar als buitenverblijf nog steeds eigendom van de heer R. Vuylsteke.
Vandaag is het domein ook nog steeds een omgracht gebied. De tuinaanleg is volledig verdwenen.
De stervormig aangelegde dreven met het kasteel als centrum bleven deels bewaard en herkenbaar in het omgevend stratenpatroon.
De Kasteeldreef leidt van Dorp-West recht naar het ijzeren toegangshek met een brug over de walgracht in de as van het huidige kasteel Rozelaar met het omringende kasteelpark. Een tweede dreef, de Rozelaredreef, leidt vanouds naar de bij Kasteel Rozelaar horende bedevaartskapel van Onze Lieve Vrouw van Lobos.
Deze dreef begrenst de voorzijde van het kasteelpark en is een dubbele populierendreef.
Het enige restant van de gesloopte middeleeuwse waterburcht Rozelaar is de onderkelderde versterkte poort van het kasteel met de twee toegangstorens.
In het oostelijk deel van de huidige voortuin van het kasteel, op de tot schiereiland gewijzigde site van het vroeger waterslot was er een onderkelderde versterkte poort op het nog grotendeels door brede grachten en vijvers omringde vroegere opperhof.
Twee, oorspronkelijk hogere, ronde zandstenen torens (mogelijk opklimmend tot de 13de of 14de eeuw) met een massief voorkomen, markeerden vroeger de toegang in de westvleugel van het waterkasteel.
Er zijn schaarse rechthoekige muuropeningen in de linker toren en een schietgat in de rechter toren tussen grote natuurstenen blokken.
De leien spitsen werden vernieuwd bij de restauratiewerken van 1967-68 met een scherpere dakhelling dan voordien.
De torens zijn onderaan verbonden door een bakstenen muur met een gedichte brede korfboogpoort.
De rechte doorgang tussen beide torens werd overbouwd met een leien zadeldak dat beide torens verbindt.
(Bronvermelding: Onroerenderfgoed.be; Wikipedia)