De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)




LIEDEKERKE  -  KASTEEL


(Antonius Sanderus – Flandria Illustrata 1641)





Op deze prent van Sanderus van omstreeks 1640 is het imposante kasteel van Liedekerke te zien.

Op een boogscheut van het huidige gemeenteplein van de gemeente Liedekerke (provincie Vlaams-Brabant), tussen de oude en de nieuwe Dender, bevond zich dit kasteel op een kunstmatige heuvel, de Kasteelberg geheten. Thans is deze plaats te lokaliseren ten zuiden van de Kasteelstraat. De plaats waar het kasteel stond ligt eigenlijk vandaag niet op het grondgebied van de gemeente Liedekerke, maar op het grondgebied van de gemeente Denderleeuw.

Op deze plaats werd ondertussen een woning met bijgebouwen gebouwd. In de tuin van deze woning zouden er naar verluidt nog bovengrondse overblijfselen van het kasteel te zien zijn.

Na het uiteenvallen van het Karolingische Rijk brokkelde het centrale gezag af en ontstonden in de Nederlanden een aantal onafhankelijke vorstendommen (bijvoorbeeld Vlaanderen en Brabant). Binnen deze vorstendommen verleenden de vorsten het lokaal gezag, de zogenaamde heerlijke rechten, binnen een bepaald territorium, de zogenaamde heerlijkheden, aan lokale heren.

Tot in 1795, toen de heerlijke rechten door de invoering van de Franse wetgeving werden afgeschaft, maakte Liedekerke deel uit van het graafschap Vlaanderen en waren de Heren van Liedekerke de lokale machthebbers.

Tot het midden van de 12e eeuw was de heerlijkheid Liedekerke eigendom van het eerste geslacht van plaatselijke heren die de naam ervan droegen. Nadien ging de heerlijkheid achtereenvolgens over op de families van Gavere, Vilain, Hannaert en de Boussu.

Op de prent van Sanderus lezen we inderdaad het opschrift: “Liedekercke - Domus Ill.mi Comitis de Bossu”.

De geschiedschrijvers De Potter en Broeckaert beschreven het kasteel op het einde van de 16e eeuw als volgt:

«  Een grote vierkante blok gebouwen, rondom in het water, met twee zware hoektorens langs de kant van de Dender en een andere veel hogere ronde toren die de hoek schijnt te hebben uitgemaakt van de rechtervleugel, naar de straat toe. Aan de tegenovergestelde zijde, door een muur van de zo even gemelde toren afgesloten, had men onder meer andere gebouwen, de kapel van het slot. Een zware monumentale poort gaf toegang tot het kasteel. »

Deze beschrijving komt min of meer overeen met de prent van Sanderus.

Het kasteel van Liedekerke was een versterkte burcht. De hoektorens en zijmuren waren voorzien van schietgaten. Op de hoogste toren was er de uitkijkpost van waaruit de omgeving werd geobserveerd. Niet alleen waren de buitenmuren omringd door water; een tweede watergordel omsloot de gebouwen in een wijdere cirkel, die langs de oostelijke zijde, tot aan de Kasteelstraat reikte.

Hierdoor waren er twee ophaalbruggen; een voor de buitenste wallen van de straat naar de ingangspoort, en een tweede hogere en grotere, die de aan het kasteel rakende wallen overbrugde.

Al deze waters werden gevoed door een beek komende van de Dender. Deze beek werd de Broebelaar genoemd. 

Hoe het kasteel er uitzag in nog vroegere eeuwen weten wij niet, er is geen enkele afbeelding uit die tijden overgebleven.

Het kasteel staat nog getekend op de Ferrariskaart van 1777 (zie hieronder).

In de jaren na de Franse revolutie bleef het kasteel zo goed als onbewoond.

De inboedel van het kasteel werd net als de bezittingen van kerken en edellieden in beslag genomen. De goederen werden aan spotprijzen verkocht of ten geschenke gegeven aan vreemde aanhangers van de Franse Republiek.

Nadien geraakte het kasteel hoe langer hoe meer in verval.  Uiteindelijk werd het steen voor steen gesloopt door de plaatselijke bevolking. Mensen recycleerden de stenen om er hun huizen of schuren mee te bouwen.

Bij het begin van de Tweede Wereldoorlog, van september 1939 tot mei 1940, moesten gemobiliseerde soldaten loopgrachten graven, onder meer op de Kasteelberg. Op die manier legden zij ongewild de grondvesten bloot van de grote ronde uitkijktoren van het vroegere kasteel.

Ook nog andere grondvesten van het kasteel kwamen bij later onderzoek, in 1984-1985 weer van onder de aarde tevoorschijn. Zo werden de grondvesten van de hoogste slottoren en de rechterpilaster van de toegangspoort blootgelegd.

Wellicht bevinden zich in de Kasteelberg nog meer grondvesten, gedempte kelders, gangen en andere onderaardse plaatsen omringd door dik en stevig metselwerk.

(Bronvermelding: Heemkring-liedekerke.be/r/kasteel-te-liedekerke)