De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)
MENU
Terug naar HOMEPAGINA
Terug naar INHOUDSOPGAVE
LEUVEN - JEZUÏETENCOLLEGE
(Antonius Sanderus – Chorographia Sacra Brabantiae 1659 - herwerkte editie 1726-1727)
Op deze prent van Sanderus is de herwerkte versie te zien van een prent van het Jezuïetencollege in Leuven.
Deze prent werd gepubliceerd in de heruitgave in 1726-1727 van de Chorographia Sacra Brabantiae van Sanderus (1659).
Bij het verschijnen van de eerste versie van de Chorographia in 1659 was de kerk die zichtbaar is op deze prent nog niet gebouwd.
De jezuïeten verblijven sinds het midden van de 16e eeuw in de stad Leuven, in de huidige provincie Vlaams-Brabant.
Eenmaal in Leuven aangekomen verspreidden de jezuïeten zich doorheen de stad. Ze hadden immers onvoldoende geld om een huis aan te schaffen. Aanvankelijk konden ze een lokaal dicht bij het Sint-Michielskerkhof gebruiken. Vervolgens werd hen een huis aangeboden in de Nieuwstraat, tegenover het klooster van de Rijke Claren. De pastoor van de Sint-
Michielsparochie gaf hen ook een aangrenzend huis ter beschikking. Daar zij niet over een eigen kerk beschikten mochten zij preken en de biecht afnemen in de Sint-Michiels- en Sint-Pietersparochies.
In 1560 stichtten ze hun eerste college in wat vandaag de Vital Decosterstraat heet. Ze onderwezen er filosofie, maar in
1595 supprimeerde de paus dit onderricht vanwege klachten van de Universiteit Leuven. Datzelfde jaar kocht de Sociëteit van Leuven drie grote huizen in de 's Meiersstraat, waaronder het Hof van Chièvres dat diende als woning van hertog Willem II van Croÿ. Een jaar later kochten ze vier aangrenzende huizen in de Kattenstraat (huidige Charles Deberiotstraat). In de vroegere woning van de hertog vestigden de jezuïeten een kapel. Ze kochten ook het College van Craenendonck in dezelfde straat.
In 1650 startte de bouw van een eigen kerk. Op dat moment reikte hun grond van de 's Meyersstraat tot de Kattenstraat, van het Koningscollege in de Naamsestraat tot het De Bay College waar vandaag het Hogeschoolplein ligt. De bouw was in 1671 voltooid.
De Sint-Michielskerk in Leuven bestaat nog steeds en is gelegen langs de Naamsestraat.
De voorgevel in Barokstijl had een sterk beklemtoonde middenpartij, verticaal gebonden door doorlopende kolossale zuilen en pilasters met krachtig geprofileerde vlakken en presenteerde zich als het belangrijkste architecturaal element van de kerk.
Ten gevolge van een beslissing van keizer Jozef II werd de orde van de jezuïeten in de Zuidelijke Nederlanden opgeheven. In Leuven sloot de Jezuïetenkerk haar deuren in 1773.
Aangezien de parochie van Sint-Michiel in de Tiensestraat op zoek was naar een nieuwe parochiekerk, viel hun keuze op de gesloten Jezuïetenkerk. De oude Sint-Michielskerk was te vervallen voor verder gebruik. In 1778 vond de plechtige overdracht van relikwieën van de oude Sint-Michielskerk naar de nieuwe plaats.
De kerk deed vervolgens dienst als parochiekerk van de Sint-Michielsparochie uit de Tiensestraat en kreeg de naam Sint-Michielskerk.
De meubels in de gebouwen van het college werden verkocht en de boeken uit de bibliotheek naar Brussel gebracht of verkocht. Het college kreeg een herbestemming als het Collegium Veteranorum, een verblijfplaats voor oud-theologiestudenten. Het college deed achtereenvolgens dienst als seminarie-generaal (1786), hospitaal (1801), opslagplaats (1810) en afdeling Scheikunde van de pas opgerichte Rijksuniversiteit Leuven (1816). Later kreeg het de naam Maria-Theresia- en Veteranencollege, thans onderdeel van de Katholieke Universiteit Leuven.
In 1837 werd de jezuïeten onderdak aangeboden in het voormalige Minderbroedersklooster in de Minderbroedersstraat.
Na de suprematie van het klooster was het minderbroedersklooster immers eigendom van het Seminarie van Mechelen.
Tegenover het klooster lag het voormalige refugium van de norbertijnenabdij van Park dat in 1838 ook in handen van de jezuïeten kwam. Ze kochten het over van de zusters ursulinen. Ze richtten er een college op waar theologie en filosofie werd onderwezen. In 1841 kochten de jezuïeten een aanpalende woning en in 1852-1856 nog drie woningen. In 1852 verdween tevens een deel van het voormalige refugium ter uitbreiding van het college.
In 1854 en 1855 kochten de jezuïeten twee panden in de nabijgelegen Parijsstraat. Enkele jaren later volgde een derde aankoop. In de jaren 1860 bouwden de jezuïeten een kerkgebouw in de Minderbroedersstraat.
De Onze-Lieve-Vrouwekerk werd in 1866 ingewijd. Ook in de jaren 1860-1880 breidden de gebouwen van de jezuïeten en het college uit. In 1913 sloopten de jezuïeten de gebouwen in de Parijsstraat en werd daar een nieuw gebouw opgetrokken.
Na het vertrek uit de Minderbroedersstraat in de jaren 1950 werden de panden verkocht aan diverse partijen, waaronder het Sint-Pieterscollege en de Boerenbond. Ook het woonzorgcentrum Dijlehof nam haar intrek op het voormalige perceel van de jezuïeten. De kerk werd in 1971 gesloopt.
Het voormalige klooster in de Parijsstraat kwam in handen van de KU Leuven die haar personeelsdienst onderbracht in dit pand alsook in de herenwoning ernaast.
De jezuïeten kochten in 1953 een terrein In Heverlee en bouwden er een nieuw klooster.
Een deel van het kloostergebouw doet thans dienst als privaat studentenhuis.
(Bronvermelding: Wikipedia)