De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)
MENU
Terug naar HOMEPAGINA
Terug naar INHOUDSOPGAVE
LENDELEDE - KASTEEL
(Antonius Sanderus – Flandria Illustrata 1641)
Op deze prent van Sanderus wordt het zogenaamde “Praetorium de Lendele” afgebeeld. We zien een kasteel met een hoeve. Binnen een vierkante walgracht bevindt zich een herenwoning op een L-vormig grondplan, bereikbaar vanaf het zuidelijke neerhof via een houten brug met poort. Ten oosten van het neerhof bevindt zich een boerenhuis met een centrale duiventoren (met trapgeveltjes) en een stal in het verlengde. Ten zuiden van het erf bemerken we 2 landgebouwen (vermeld in 18e-eeuwse bronnen als schuren).
Dit kasteel was gelegen tussen de huidige Ingelmunstersestraat en de huidige straat Kasteelgoed in Lendelede (provincie West-Vlaanderen). Op de prent zien we dat het erf werd afgesloten door een stenen poort aan de westzijde (tegenover de huidige Pastoor De Beirstraat).
Als oudst gekende heer van Lendelede wordt Jan van Halewin vermeld, als indiener van een denombrement in 1461. Kort daarna werd de heerlijkheid aangekocht door Jan de Beer, eerste secretaris van de Bourgondische hertog Karel de Stoute, zegelbewaarder, griffier van de Raad van Vlaanderen en heer van onder meer Meulebeke, Grammene en Merkem.
In het laatste kwart van de 16e of het begin van de 17e eeuw liet dorpsheer Joos de Beer nabij zijn hoevegebouwen een bescheiden buitenverblijf (kasteel) optrekken.
De heerlijkheid zelf bleef in handen van de familie de Beer tot de dood van Clementia de Beer circa 1631-1636, wanneer de dorpsheerlijkheid overging op haar zoon Firmin de Lodosa y Andueça, Spaans edelman. In 1684 werd diens schoonbroer Boudewijn Bridoul door erfenis heer van Lendelede. Door de andere erfgenamen werd de heerlijkheid in 1700 verkocht aan Bavo de Bisschop. In de 17e eeuw werden de heerlijkheid Meulewalle en de dorpsheerlijkheid "te kercke te Lede" verenigd.
Heer Bavo de Bisschop liet in het eerste kwart van de 18e eeuw herstellingswerken uitvoeren aan het kasteel en de hoeve.
In 1715 liet hij enkele nieuwe dreven aanleggen.
Zijn zoon Bavo II de Bisschop liet in 1758 de heerlijkheid na aan zijn echtgenote Louisa Isabella de la Grange, die de heerlijkheid in 1790 aan haar broer schonk, Valeriaan Amaat Lodewijk Jozef de la Grange.
Het kasteel, dat in onbruik en verval raakte, werd waarschijnlijk reeds vóór 1749 afgebroken.
Op de Ferrariskaart van 1777 wordt binnen de omwalling ook geen bebouwing meer weergegeven, en wordt de site vermeld als "Chateau Oudt Casteelken". Er worden ten zuiden daarvan twee L-vormige hoevevolumes weergegeven.
In de 19e eeuw werden nieuwe hoevegebouwen opgetrokken, onder meer een woonhuis en een stal. De oude schuren verdwenen, het voormalige woonhuis met een aanpalende stal bleef nog gedeeltelijk bewaard als landgebouw.
In 1840 was de omwalling reeds voor de helft gedempt (er bleven hiervan wel overblijfselen bewaard tot de jaren 1940-1950).
In 1925 werd het 19e-eeuwse woonhuis op zijn beurt omgevormd tot stal en werd langs de straatzijde een nieuwe woning opgetrokken. De voormalige kasteelhoeve werd in de loop van de 20e eeuw "Neerhof', "Maaihof of "Hoeve Lampaert" genoemd.
Recent zijn ook deze resterende hoevegebouwen volledig afgebroken. Een resterend kasseipad duidde nog enige tijd de aanzet van de vroegere erfoprit aan, maar op deze site werd ondertussen een verkaveling van 32 woningen gerealiseerd.
(Bronvermelding: Onroerenderfgoed.be)