De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)




LAARNE - KASTEEL


(Antonius Sanderus – Flandria Illustrata 1641)




Het Kasteel van Laarne is een kasteel in de gemeente Laarne (provincie Oost-Vlaanderen), langs de Eekhoekstraat.

Omstreeks 1200 werd er een houten paalconstructie opgetrokken. Kort daarop hoogde men de grond op en kwam er een nieuwe, sterkere opbouw. Pas circa 1300 verrees het eerste stenen gebouwtje waaruit later het huidige poortgebouw ontstond. Daarna evolueerde de kasteelzone in minder dan anderhalve eeuw naar de huidige waterburcht.

Het poortgebouw, de weermuur, de drie ronde torens en de donjon van Kasteel Laarne zijn opgetrokken uit Balegemse steen. De donjon was via de weermuur verbonden met de drie verdedigingstorens. Deze vallen op door de stenen torenspitsen.

Beatrix van Massemen, dochter van Diederik werd tussen 1213 en 1222 uitdrukkelijk vermeld als vrouwe van Laarne. Zij was getrouwd met Geraard van Zottegem, de tweede zoon van Walter, heer van Zottegem. Zij hadden minstens tien kinderen. Hun zoon, Giselbrecht van Zottegem, overleefde zijn oudere broers en werd heer van Ressegem, Leeuwergem, Massemen, Laarne en Kalken.

Naar aanleiding van zijn huwelijk van Mathilde van Bethune, dochter van de heer van Dendermonde, werd hij in 1228-1229 beleend met de heerlijkheden Laarne en Kalken. Vermoedelijk kort nadien werd het "hof van Laarne" aangelegd, de voorloper van het kasteel.

Toen omstreeks 1380 de stad Gent in opstand kwam tegen het grafelijk gezag werd het Slot belegerd en ingenomen. De brandsporen zijn nog steeds zichtbaar. Pas in 1390 kon Jan van Massemen, zoon van Geraard, opnieuw bezit nemen van zijn burcht.

In 1426 ging het domein over in handen Boudewijn III de Vos, zoon van Boudewijn II de Vos en van Elisabeth van Massemen. Hij was tevens heer van Lovendegem, Zomergem en van Pollare.

In 1505 ging Laarne over naar de familie van der Moere, dan gedurende een korte periode naar de familie van Gavere.

Van ca 1570 tot 1656 was de familie de Schoutheete van Zuylen d’Erpe, er de houder van.

Tijdens de godsdiensttroebelen werd het slot in 1579 vrijwel volledig vernield, maar opnieuw hersteld.

De prent van Sanderus van dit kasteel geeft een goed beeld van hoe het kasteel er omstreeks 1640 uitzag. Het slot is omringd door een brede gracht, de houten ophaalbrug ter hoogte van het middeleeuwse poortgebouw biedt in die tijd nog steeds de enige toegang, vlakbij ligt een mooi aangelegde moes- en siertuin, en het complex is omgeven door een boomgaard, velden en bos.

De uit de streek van Zwolle afkomstige familie van Vilsteren kocht het domein aan in 1656. Geraard van Vilsteren was tevens heer van Aartselaar en van Ter Straten te Belsele en Waasmunster. In 1673 werd Laarne tot baronie verheven. In die jaren kreeg het domein zijn huidig uitzicht: de hoofdingang werd verlegd naar het dorp; de 150 meter lange dreef naar de kerk werd aangelegd; op de erekoer werden vier paviljoenen opgetrokken. Twee jaar later ontsnapte het kasteel ternauwernood aan vernieling: de troepen van Lodewijk XIV staken zowel de huizen als de kerk in brand, maar spaarden het slot omdat de vorst er zou overnachten tijdens zijn inspectiereis.

Na het overlijden van Geraard van Vilsteren in 1683 trad zijn tweede echtgenote, Livina-Maria de Beer, dochter van de baron van Meulebeke, in het huwelijk met Jan van Brouchoven, graaf van Bergeyck. Dit illustere personage was een briljant dienaar van de Spaanse Kroon en thesaurier-generaal der Zuidelijke Nederlanden.

De dakconstructie van de donjon stamt uit de tweede helft van de 17e eeuw. In de loop der tijd verdwenen de kantelen, de valbrug en valhekken. Een vaste brug met drie bogen en de loggia (het barok voorgebouw) stammen uit de 17e eeuw toen de hoofdingang naar het dorp werd verplaatst. Daarnaast werden de verbindingsmuren tussen de verdedigingstorens vervangen door woongedeelten. Die worden gekenmerkt door grote ramen met kruiskozijnen.

Het Slot vererfde nadien achtereenvolgens op Jacques Joseph van Vilsteren en dan diens zonen François, Nicolaes en Théodore die allen kinderloos stierven. Met als gevolg dat het domein in handen kwam van Maria-Theresia van Vilsteren, hun zus die gehuwd was met Libert-François Christijn (1703-1785), telg uit een familie van ambtsadel die door een weloverwogen huwelijkspolitiek een indrukwekkend aantal heerlijkheden en baronieën had verworven, waaronder Ribaucourt in Frankrijk. In 1796 ontsnapte het slot aan een volledige vernieling bij de bezetting door de Sansculotten.

Een van zijn nakomelingen, Robert-Jean Christyn, graaf de Ribaucourt (1875-1959), die de bedoeling had het goed permanent te bewonen, liet het restaureren.

Maar de Eerste Wereldoorlog en het schielijk overlijden van zijn zoon Maurice (1903-1914) maakten een einde aan die plannen en het kasteel werd stilaan  een ruïne. Van 1923 tot 1927 woonde de volksschrijver en reporter Jef Crick er samen met zijn vrouw in een vleugel. Ook enkele kunstenaars namen er een tijdlang hun intrek.

Om het te redden van de totale ondergang werd het kasteel in erfpacht gegeven aan Charles, baron Gillès de Pelichy, die begon aan een restauratie.

Sinds 1943 is het Kasteel van Laarne beschermd als monument. Het kasteel is ingericht als museum. Vanaf 1943 drong zich een blijvende oplossing op. De vzw Koninklijke Vereniging der Historische Woonsteden van België werd bereid gevonden die aanzienlijke taak op zich te nemen. De laatste privé-eigenaar, Robert-Jean Christyn, graaf de Ribaucourt, schonk de bijna compleet tot ruïne vervallen burcht aan de vereniging in 1953, waarop onmiddellijk enkele dringende werken aangevat werden.

Vanaf 1962 ving de nieuwe voorzitter van de vereniging, ridder Joseph de Ghellinck d’Elseghem grootschalige werken aan en in 1967 kon het slot worden opengesteld voor het publiek.

Het was de voorzitter van de vzw Historische Woonsteden, prins Alexandre de Merode, die in 1987 jonkheer Paul de Pessemier 's Gravendries en zijn echtgenote aanwees als inwonende beheerders van het Slot.
Sinds 2023 valt het beheer en de uitbating van het kasteeldomein onder de vzw Herita, die het voor 40 jaar in erfpacht nam.

(Bronvermelding: Wikipedia; Herita.be)