De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)
MENU
Terug naar HOMEPAGINA
Terug naar INHOUDSOPGAVE
KORTRIJK - SINT-AMANDSPROOSDIJ
(Antonius Sanderus – Flandria Illustrata 1641)
Op deze prent van Sanderus is de Sint-Amandsproosdij in Kortrijk te zien, zoals deze er omstreeks 1640 moet hebben uitgezien.
Deze proosdij situeerde zich op de plaats waar zich nu het Sint-Amandscollege in de Kollegestraat in Kortrijk bevindt.
Aan de hand van enkele archeologische vondsten kan men afleiden dat het Romeinse Kortrijk zich ontwikkelde tot een vroeg-middeleeuwse bewoningskern. Het is onder de Merovingische vorsten een municipium, een soort administratief centrum van een gouw.
Tijdens de 7de eeuw vond een ruime christianisatie plaats, waarbij zendelingen uit Frankrijk en Engeland onze gewesten kwamen evangeliseren. Zo zou Sint-Amandus (overleden omstreeks 675) een kapel hebben gesticht, gewijd aan Onze-Lieve-Vrouw, waarrond later de proosdij van Sint-Amand ontstond.
Omstreeks 847 zou Karel de Kale 30 ha grond in Kortrijk hebben geschonken aan de Sint-Amandsabdij (in het Frans: Abbaye de Saint-Amand), een benedictijnenabdij in de plaats Elnone (Saint-Amand-les-Eaux) gelegen in het huidige Noord-departement in Frankrijk. Op die 30 ha grond zou door toedoen van de Sint-Amandsabdij op het einde van de 9e eeuw, eerst een kapel (capellula) zijn opgetrokken in de omgeving van de duige Kollegestraat in Kortrijk.
Er is een eerste vermelding van een capellula in een akte van 1093, opgesteld in naam van Robrecht II, graaf van Vlaanderen.
Waarschijnlijk werd de proosdij in het begin van de 12e eeuw uitgebreid.
De proosdij bestond in elk geval reeds in 1221 want in dat jaar werden de proosdij en de kapel onder bescherming van paus Honorius III geplaatst.
In 1578 werd Kortrijk door de Gentse Calvinisten onder de voet gelopen. Ze verwoestten onder meer de Groeningeabdij, de Sint-Joriskapel, een deel van het kasteel, de Magdalenakapel en plunderen de Onze-Lieve-Vrouwekerk en de Sint-Maartenskerk. Tijdens hun kortstondig bestuur (1578-1580) werkten ze verder aan de uitbouw van de vesting. Nadat de opstandelingen verjaagd werden door de katholieke en Spaansgezinde Malcontenten, voltooiden de nieuwe machthebbers de verdedigingswerken van hun voorgangers. De nieuwe vesting, met vijfzijdige vooruitspringende bolwerken of bastions onderling verbonden via grachten en wallen, omsloot de wijken Overleie en Overbeke volledig, waardoor de Sint-Amandsproosdij en de Grote Broel binnen de verdedigingsgordel kwamen te liggen. De nieuwe stadsvesting werd zelfs doorheen het domein van de proosdij geplaatst.
Tussen 1578 en 1580 werd de proosdij geplunderd en zwaar beschadigd.
In 1589 werd de kapel hersteld.
Omstreeks 1630 werden de bestaande gedeeltes van de proosdij gerestaureerd en werd oostwaarts een nieuwe vleugel toegevoegd. Deze gebouwen zijn in een enigszins gewijzigde toestand nog bewaard gebleven.
De toestand omstreeks 1640 is op deze prent van Sanderus te zien.
In 1725 omvatte de proosdij een kapel, een huis, een tuin, een koer, grachten, een poort, een duiventoren, een schuur en een molen.
In 1792 werd de abdij leeggeroofd door Franse soldaten.
In 1794 werd in de proosdij een voorlopig hospitaal van de stad Kortrijk ingericht.
In 1795 annexeerde de Franse bezetter onze gewesten. Het navolgende jaar werden alle kloosters gesloten, en werden hun roerende en onroerende bezittingen onder sekwester geplaatst.
In 1796 werd de proosdij afgeschaft.
In 1797 gebeurde hetzelfde met de andere religieuze instellingen en de kloosters die instonden voor onderwijs en ziekenzorg. Dat jaar werden ook alle uiterlijke godsdienstige tekenen uit het straatbeeld verwijderd. Tussen 1796 en 1813 werden vele aangeslagen goederen, voornamelijk van kerkelijke origine, verkocht.
In 1797 werd de proosdij te koop gesteld als Nationaal Goed en in 1798 toegewezen aan F. de Groiseillier, die handelde in naam van schepen J.B. Delaveleye en Iweins de Oude.
In 1824 werd de site aangekocht door de stad Kortrijk, die er het Koninklijk College in onderbracht (opgericht in 1818). De herstellingswerken werden bekostigd door het stadsbestuur. In 1830 werd het Koninklijk College gesloten.
In 1833 stelde de stad de voormalige proosdij ter beschikking van de nieuw opgerichte instelling Collège de Courtrai. In 1838 werd een vleugel voor de klaslokalen haaks op de oude proosdij gebouwd en een studiezaal achter de kapel van de proosdij. In 1849 werd de westelijke vleugel afgebroken en vervangen door een nieuwe vleugel. In 1887 werd deze voorzien van een bijkomende verdieping. Er werd ook een nieuwe vleugel gebouwd in het verlengde van het gedeelte van de proosdij aan de oostzijde van de duiventoren (deze werd gesloopt in 1988).
Er gebeurde eveneens een uitbreiding van de tegenoverliggende vleugel achter de proosdijkapel.
In 1861 werd de kapel verbouwd en deels gerestaureerd. In 1877 werd een studiezaal ten zuiden van de kapel gebouwd.
In 1897 werd een bijkomende verdieping gebouwd op het proosdijgebouw van 1630.
Omstreeks 1902 werd een muur gebouwd langs de Kollegestraat. In 1904 werden grondige verbouwingswerken aan de gebouwen uitgevoerd, met onder meer een bijkomende verdieping op de duiventoren en een uitbreiding van de studiezaal. In 1909 werd een nieuwe vleugel bijgebouwd. Ook in 1913 gebeurden er verbouwingswerken, onder meer aan de kapel.
In 1914 werden bijkomende gebouwen opgetrokken, maar deze werden sterk beschadigd tijdens de Eerste Wereldoorlog.
De naam Collège de Courtrai werd in 1919 gewijzigd naar Sint-Amandscollege.
In 1922 werd de kapel afgebroken. In 1924 werd een klooster voor 9 zusters gebouwd tegen de oude duiventoren. (gesloopt in 1991). In 1926 werd een nieuwe kleine kapel gebouwd (in 1957 omgevormd tot studie- en speelzaal voor kleine internen). In 1935, 1936 en 1937 werden nieuwe gebouwen opgetrokken op de site.
In 1941 werd de kapel door het oorlogsgeweld zwaar beschadigd. Deze werd reeds in 1945 hersteld.
In de jaren 1946, 1952, 1956 en 1962 gebeurden er verdere bouw- en verbouwingswerken.
In 1971 werd het torengebouw van het Sint-Amandscollege in gebruik genomen.
In 1988 werd een gedeelte van de zuidelijke vleugel (gebouwd in 1849) afgebroken. De vleugel van de proosdij (van 1630) werd gerenoveerd.
(Bronvermelding: Onroerenderfgoed.be)