De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)
MENU
Terug naar HOMEPAGINA
Terug naar INHOUDSOPGAVE
KOEKELARE - KASTEEL ZUIDHOF
(Antonius Sanderus – Flandria Illustrata 1641)
Op deze prent van Sanderus van omstreeks 1640 is het (intussen verdwenen) Kasteel Zuidhof te zien in Koekelare. Koekelare is een gemeente in de provincie West-Vlaanderen.
Het Zuidhof zien we hier aangeduid als een omwald kasteel met een spits torentje.
Het kasteel was te bereiken via een kasteeldreef, die de aanzet was van de Belhuttebaan. Bij het kasteel was de “Zuidhofhoeve” gevestigd. Op de plaats In Koekelare waar vroeger dit kasteel en de hoeve stonden, is nu het Sint-Martinusinstituut gevestigd.
Op burgerlijk vlak situeerden zich in Koekelare drie heerlijkheden: het "Oosthof", het "Zuidhof" en de "heerlijkheid Avelgem". Over hun ontstaan en hun vroegste geschiedenis is weinig geweten. Het oudste is het "Oosthof" (9e eeuw?), met een foncier en residentie ten oosten van de kerk. Circa 1100 zouden de broers Willem en Robert Maleth de grondeigendom hebben verdeeld en kwam er een "Zuidhof" met een foncier ten zuiden van de kerk. Het "Hof van Avelgem" werd reeds vermeld in 1176. De heren van deze heerlijkheid speelden echter geen beleidsrol in de parochie Koekelare.
De oudst bekende, adellijke figuur was Radulf I (circa 1107). Wellicht was hij heer van het "Oosthof" en heer van Koekelare. In 1273 werd Rogier van Gistel heer van het "Zuidhof" genoemd. Hij droeg de titel van heer van Koekelare, hoewel de toenmalige heer van het "Oosthof" Walter V van Koekelare eveneens als dusdanig figureerde. De verhouding tussen beide personen blijft onduidelijk. Beide heerlijkheden bleven tot in 1795 afhankelijk van de Burg van Brugge. Het “Oosthof” was blijkens historische bronnen reeds in 1510 een ruïne te zijn geworden.
In 1437 trok Jan van Uitkerke, ‘kapitein’ van Nieuwpoort, met 130 manschappen naar Brugge om te plunderen. Op hun terugtocht werden ze door Bruggelingen in Koekelare ingehaald. Een aantal plunderaars verschuilden zich in het "Zuidhof". De Bruggelingen namen toen het kasteel in en staken het in brand. Het werd in de volgende jaren herbouwd tot een eigentijds luxeverblijf.
In 1574 werd Joris van Montmorency eigenaar van het "Zuidhof". Zijn grootvader Anthuenis van Montmorency was al in 1501 eigenaar van het "Oosthof". Joris oefende zo de rechten van het "Oost"- én het "Zuidhof" uit. Hij was grootbaljuw van het Brugse Vrije (1585-1615). Hij liet een siertuin met draineringgrachten (onder meer de ‘Wallaart’) aanleggen ten zuidwesten van zijn verblijf. Daarin kwam er een hermitage onder de vorm van een omwalde ‘mote’. Die ‘mote’ bevindt zich nu in het gemeentelijk park (1976) en geeft er zijn naam aan.
Het kasteel werd reeds vóór 1705 afgebroken.
De Franse bezetter schafte bij de aanhechting in 1795 de heerlijkheden met hun feodale rechten af. De Franse staat neemt de goederen van de heer van Koekelare, toen Louise Pauline de Brancas, in beslag. Ze kreeg die gesekwestreerde goederen, waaronder het "Oosthof" en het "Zuidhof" in 1800 terug maar louter als grondeigenaar. Ze was gehuwd met Louis-Engelbert, hertog van Arenberg, die bij haar dood in 1812 grootgrondbezitter in Koekelare wordt.
De hoevegebouwen aan de Ichtegemstraat werden in 1936 afgebroken.
In 1962 wordt hierop het Sint-Martinusinstituut (middelbaar onderwijs) ingeplant.
Bij de bouw van de school gingen de laatste restanten van de site van het kasteel en de "Zuidhofhoeve" verloren. Er werd geen archeologisch onderzoek uitgevoerd.
(Bronvermelding: Onroerenderfgoed.be)