De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)
MENU
Terug naar HOMEPAGINA
Terug naar INHOUDSOPGAVE
HEVERLEE - CELESTIJNENPRIORIJ
(Antonius Sanderus – Chorographia Sacra Brabantiae 1659 - Herwerkte editie 1726-1727)
Op deze prent van Sanderus is de herwerkte versie te zien van een prent van de Celestijnenpriorij in Heverlee.
Deze prent werd gepubliceerd in de heruitgave in 1726-1727 van de Chorographia Sacra Brabantiae van Sanderus (1659).
Heverlee is thans een deelgemeente van de stad Leuven (provincie Vlaams-Brabant) gelegen aan de zuidkant van de stad.
Heverlee was een zelfstandige gemeente tot aan de gemeentelijke herindeling van 1977.
Het Celestijnenklooster (1525-1784) in Heverlee was een priorij van de kloosterorde van mannelijke celestijnen. Het was het enige celestijnenklooster in de Nederlanden. Sinds 2019 is het de campusbibliotheek van de KU Leuven campus Arenberg.
In de jaren 1522-1525 liet Filips II van Croÿ, markies van Aarschot, het Celestijnenklooster bouwen. Dit verrees naast zijn kasteel dat hij bezat in Heverlee. De beslissing voor dit klooster was evenwel genomen door zijn oom, Willem II van Croÿ.
De dynastie van Croÿ voorzag in het Celestijnenklooster in Heverlee als een memoriaal met familiegrafkelders.
In 1525 had het kloosterpand een voorlopig houten dak, doch voldoende voor huisvesting. De eerste celestijnen trokken erin, 8 priesters en 4 lekenbroeders die uit het hertogdom Lotharingen kwamen. In 1540 was het klooster afgewerkt; het had bovendien een grote hoeve en een kloosterkerk gewijd aan Onze-Lieve-Vrouw Boodschap.
Alle kloosters der celestijnen hadden een kerk gewijd aan Onze-Lieve-Vrouw-Boodschap. De orde was bekend voor haar soberheid en ascese.
Vanaf 1555 werkte de priorij samen met de oude universiteit Leuven, zoals ook andere mannelijke kloosters in de stad deden. Dit leverde hen fiscale voordelen op, alsook voordelen bij het beheer van kerkschatten en leerboeken.
Doch de kloosterlingen moesten vluchten naar de veiligheid van de stad bij de beeldenstormers in 1566 en in 1583. Het klooster kende vernielingen.
Karel III van Croÿ, de laatste telg van het huis Croÿ-Aarschot trok zich het lot van de celestijnen aan, alsook de erbarmelijke staat van het geplunderde klooster. Hij bedacht verfraaiingen in het domein rond het klooster en het kasteel van Heverlee. Hij liet het landschap rond het kasteel van Heverlee afgraven, naar de Dijle toe. Zo kwam de Sint-Lambertuskapel op een kunstmatige heuvel te staan.
Hij legde een dreef aan van duizend passen van het Celestijnenklooster naar de stad Leuven. De naam van de dreef vandaag is Kardinaal Mercierlaan.
Karel III van Croÿ liet restauraties uitvoeren aan het Celestijnenklooster. Na zijn dood in 1612 kwam het kasteel van Heverlee in handen van de dynastie Arenberg.
In 1774 schafte de paus de orde der celestijnen af. Keizer Jozef II van Oostenrijk volgde de paus en schafte het Celestijnenklooster in Heverlee (Oostenrijkse Nederlanden) af in 1784.
Het kloostercomplex werd geplunderd in de Franse tijd. Van de kloosterkerk bleef niets meer over; de stenen werden gebruikt voor andere gebouwen.
In de 20e eeuw kwam het kloostercomplex in handen van de Katholieke Universiteit Leuven. Zij herstelden het kloosterpand en richtten er de campusbibliotheek Arenberg in, genoemd naar het nabij gelegen kasteel van Arenberg.
(Bronvermelding: Wikipedia)