De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)




GISTEL  -  PANORAMA


(Antonius Sanderus – Flandria Illustrata 1641)




Op deze prent van Sanderus is een panoramisch beeld te zien van Gistel omstreeks 1640. Gistel is een stad in de provincie West- Vlaanderen.

Centraal op de tekening vallen 2 indrukwekkende gebouwen op : de kerk en het (intussen verdwenen) kasteel.


Kerk

De kerk is de Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaartkerk. Reeds in 988 zou er in Gistel op die plaats een kleine kerk (eerder een grote kapel) hebben gestaan.

Een eerste echt kerkgebouw, bestaande uit hout en leem, werd vermoedelijk rond de 10e-11e eeuw gebouwd. De aangroei van de bevolking en volkstoeloop naar de laatste rustplaats van Godelieve, maakten het nodig dat er een stenen, grotere constructie nodig was.

Tegen 1400 was de kerk uitgegroeid tot een kruiskerk met twee zijbeuken. Deze kerk werd in 1488 verwoest bij een brand, aangestoken door de legers van Maximiliaan Van Oostenrijk. De kerk werd in 1500 heropgebouwd met de steun van de heer van Gistel.

Op het einde van de 16e en het begin van de 17e eeuw trokken de godsdienstoorlogen een spoor van vernieling door de streek.

In 1584 heroverden de Spanjaarden Brugge op de Geuzen. Oostende, dicht bij de dekenij Gistel, bleef echter een ketters bolwerk tot 1604.

Vanuit Oostende en Sluis terroriseerden deze protestantse troepen de omliggende streken. Ook de kerk van Gistel werd getroffen en in 1581 geplunderd en vernield door de Calvinistische Geuzen. De kerk van Gistel was er erg aan toe. Enkel de muren en de zuilen stonden er nog. De dienst moest tot dan doorgaan in een zijgedeelte.

De aartshertog Albrecht en Isabella zorgden er samen met de abt van Sint-Andries voor dat de belangrijke herstellingswerken aan de toren en het hoogkoor konden worden uitgevoerd.

In 1657 werd de kerk heringericht. Ondanks de vele hulp kon toch slechts een deel van de kerk hersteld worden. Drie beuken ten oosten van de toren waren terug opgetrokken, maar de rest bleef in puin.

Het gerenoveerde deel werd in de 18de eeuw nog getroffen door de Franse revolutionaire troepen.

Omstreeks 1853 werd de oude kerk, met uitzondering van de toren, volledig afgebroken en werd er tussen 1853 en 1867 een nieuwe neogotische kerk gebouwd. Deze was niet zo groot als de vroegere gotische kruiskerk.

Gedurende de 20e eeuw onderging deze kerk enkele wijzigingen.

In 1988 maakte het kerkhof rond de kerk plaats voor een stadspark.


Kasteel

In de tweede helft van de 13e eeuw bouwden de heren van Gistel, die in het spectrum van de Vlaamse adel een vooraanstaande plaats innamen, een kasteel ten zuiden van de kerk.

Het kasteel had in de 13e eeuw een polygonale weermuur (waarschijnlijk achtzijdig) die was uitgebouwd met een viertal waltorens. Zowel tegen de oost- als de westzijde leunde een rechthoekige constructie aan. De toegang bevond zich aan de oostzijde. Een brug met 3 pijlers overspande de 20 meter brede kasteelgracht. De gracht was ook aan de veldzijde voorzien van een gemetselde oeverversteviging.

Dit kasteel werd in de 14de eeuw grondig herbouwd.

Een eerste vermelding van een omwalling van de stad Gistel dateert van 1436. Het bestaan van een aansluitende stadsmuur (met poorten) werd evenwel archeologisch nog niet bevestigd.

Rond het midden van de 16de eeuw werd het kasteel grondig verbouwd en aangepast. Het had nu een rechthoekig grondplan en was voorzien van twee hoektorens (noordwestelijk en zuidoostelijk). De toegangspartij bleef behouden.

Ten westen van het blok met de kerk, de markt en het kasteel sloten twee parallelle straten aan, waarlangs zich een burgerlijke nederzetting ontwikkelde.

In 1852 werd het kasteel gesloopt. De oudste constructie zal eerder puur defensief van aard zijn geweest. De opvolger had eerder een residentiële functie.


Helemaal rechts op de prent is de Abdij Ten Putte of Sint-Godelieveabdij te zien. Dit is een klooster en abdij die nu nog bestaat en gelegen is in de Abdijstraat.

De abdij, in de volksmond "Het Putje" genoemd, werd opgericht op de plaats waar Sint-Godelieve werd vermoord in de 11e eeuw. Het ommuurde beluik met de witte abdijgebouwen en de weelderige tuin vormt er thans nog een oase van stilte en rust. Sinds 2007 wonen er broeders en zusters van de congregatie Moeder van Vrede.

Op een andere pagina in deze website gaan we uitvoeriger in op deze abdij.

(Bronvermelding: Wikipedia; Onroerenderfgoed.be)