De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)




GENT - BUITENGOED BISSCHOP TRIEST IN EKKERGEM


(Antonius Sanderus – Flandria Illustrata 1641)




Deze prent toont het buitengoed van bisschop Antonius Triest (1577-1657) in Ekkergem.

Ekkergem is een oude stadswijk in Gent.

Gewoonlijk wordt het ontstaan van Gent toegeschreven aan Sint-Amandus bij de stichting van de twee abdijen: Sint-Baafs en Sint-Pieters rond de jaren 630. Het was volop de tijd van de Merovingers. Buiten de stad waren er veel moerassen, met her en der een plek waar heren en boeren zich vestigden. Zo spreken we nu nog altijd bijvoorbeeld van de Wondelgemse meersen en de Blaarmeersen.

Veel bewoning was er nog niet.

Langzamerhand zouden de abdijen her en der moerassen gaan droogleggen om landbouw mogelijk te maken. Zo ontstonden gehuchten als bijvoorbeeld Ekkergem.

Antonius Triest (Beveren-Waas, 1577 - Gent, 28 mei 1657) was de vijfde bisschop van Brugge en nadien de zevende bisschop van Gent.

Antonius Triest werd geboren in een adellijke familie op het kasteel 'Hof Ter Walle' in Beveren-Waas. Antonius Triest was pas 10 jaar toen hij door de tonsuur in de geestelijke stand werd opgenomen. In 1596 promoveerde hij tot licentiaat in de rechten in Leuven en even later werd hij adellijk gegradueerd kanunnik van Sint-Baafs in Gent. Van toen af verbleef hij in deze stad. In september 1602 werd hij tot diaken en priester gewijd.

De kerkelijke benoemingen volgden elkaar snel op. In 1606 werd hij aartsdiaken van de Sint-Baafskathedraal. Hij was al voordien aalmoezenier en hofkapelaan benoemd bij de landvoogden Albrecht en Isabella. In 1610 werd hij deken van het Sint-Donaaskapittel in Brugge.

In augustus 1616 werd Triest tot vijfde bisschop van Brugge benoemd en op 9 juli 1617 werd hij in de Sint-Donaaskathedraal door de aartsbisschop van Mechelen Matthias Hovius tot bisschop geconsacreerd. Hij nam als leuze: 'Confidenter' (Met vertrouwen). Hij was toen slechts 40 jaar oud.

Triest spande zich onmiddellijk in om de relaties met de besturen van de stad Brugge en van het Brugse Vrije te verstevigen. Hij kon ze er allebei toe brengen geldelijke bijstand te verlenen bij de wederopbouw van kerken en kloosters.

Triest verwachtte dat hij als bisschop van Brugge zou sterven. Hij liet een kapel aan de kathedraal aanbouwen, gewijd aan de heilige Carolus Borromeus. Met het kapittel kwam hij overeen dat hijzelf en zijn erfgenamen er zouden bijgezet worden.

Op 10 juli 1620 werd Triest door de aartshertogen onverwacht tot bisschop van Gent benoemd. Hij nam zijn nieuwe zetel in bezit in 1622. Zijn bisschopsleuze was opnieuw Confidenter (Met vertrouwen).

In 1624 bouwde hij in de Biezekapelstraat (waar voorheen het Hof ten Bieze had gestaan) een nieuw bisschoppelijk seminarie.

In 1629 legde hij de eerste steen van de Sint-Pieterskerk (de huidige Onze-Lieve-Vrouw Sint-Pieterskerk).

Tijdens zijn lang episcopaat werd hij de alles-dominerende figuur van de katholieke herleving in Gent. In zijn persoonlijk leven blonk hij uit door vroomheid en liefdadigheid. Daarnaast was hij een onvermoeibaar organisator.

Hij was de eerste Gentse bisschop die het Hof van Sint-Baafs als residentie kreeg toegewezen.

Antonius Triest had een riant buitengoed (“Belvédère”), gelegen in de wijk van Ekkergem, tussen de wallen en de nu gedempte Leie, dat grote bekendheid genoot om zijn prachtige hovingen, serres met exotische planten en oranjerieën.

Hierdoor was de bisschop eigenlijk de grondlegger van de latere bloemen- en plantenkweek in Ekkergem.

Ook het kasteel Borgwal in Vurste en het kasteel de Oude Kluis in Gentbrugge gebruikte hij als buitenverblijf.

Triest stond niet alleen bekend als een kunstminnend maar ook als een sociaalvoelend man. Hij stichtte in 1641 een Gratis-kas verbonden aan de Gentse Berg van Barmhartigheid waar de armen geld konden lenen zonder intrest. In de gevel van dit gebouw in de Abrahamstraat is zijn wapenschild ingemetseld. Hij richtte ook een weeshuis op voor meisjes en zorgde geregeld voor brooduitdelingen aan behoeftigen, wat hem erg populair maakte bij de vele Gentse armen.

Hij was 81 jaar toen hij op 28 mei 1657 overleed. Zijn stoffelijk overschot werd op 30 mei bijgezet in de crypte van de Sint-Baafskathedraal.

(Bronvermelding: Wikipedia; Onroerenderfgoed.be)