De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)
MENU
Terug naar HOMEPAGINA
Terug naar INHOUDSOPGAVE
GELUVELD - GELUVELDMOLEN
(Antonius Sanderus – Flandria Illustrata 1641)
Op deze uitsnede van de kaart van de Kasselrij Ieper van Sanderus staat de molen “Gheluveltmolen” getekend.
Deze molen behoorde tot de eigendommen van het Kasteeldomein Keingiaert de Gheluvelt te zien. De molen en het kasteel bevinden zich in het tot de West-Vlaamse gemeente Zonnebeke behorende dorp Geluveld. Het kasteel was gedurende vele jaren de eigendom van de familie Keingiaert de Gheluvelt.
Op dezelfde plaats, langs de Oude Komenstraat, in het verlengde van Geluveldplaats in Geluveld, 150 meter oostwaarts van de kerk, staat nu nog een molen, maar de huidige molen is niet meer de oorspronkelijke molen die op de prent van Sanderus werd afgebeeld.
Jonkheer Antheunis van der Stoct, heer van Geluveld, bezat in Geluveld in 1473 een behuusde hofstede en daarbij het recht op het houden van een “wyntmeulne” (windmolen). Het is deze omwalde hoeve die rond 1745 omgebouwd werd tot het nog bestaand - weliswaar herbouwd - Kasteel van Keignaert de Gheluvelt. De molen werd er dicht bij gebouwd.
De genoemde dorpsheer was tevens heer van Elstlande (in Geluwe) en van Cruuseecke (Kruiseke), maar hij liet de molen wel degelijk in Geluveld bouwen.
Deze windmolen van Geluveld werd tussen 1480 en 1490 vernield, heel waarschijnlijk gedurende de Vlaamse Opstand tegen Maximiliaan van Oostenrijk.
Er zijn heel sterke aanwijzingen dat de molen in de periode 1578-1584 vernield werd. In de kasselrij Ieper was er vanaf 1578 een jarenlange periode van oorlogsgeweld met een grondige verwoesting van het platteland, die duurde tot de overgave van de stad Ieper aan de Spanjaarden in april 1584.
Ondanks het verbannen en ombrengen van duizenden protestanten grepen de calvinisten in 1578 de macht in Ieper vanuit Gent.
De katholieke Malcontenten of “de Walen”, onder leiding van Frans van Anjou konden niet overweg met de Calvinisten. Zij namen in oktober 1578 Menen en Wervik in, maar werden er in 1579 uit verjaagd door troepen van de Hugenoten onder leiding van François de La Noue. Het omliggende platteland werd verwoest door Schotse huurlingen in dienst van Willem van Oranje.
De calvinistische 'Ieperse republiek' duurde tot de stad in april 1584 na een langdurig beleg werd ingenomen door de Spaanse veldheer en landvoogd Alexander Farnese, die de protestanten een vrije aftocht liet. Vele andersgelovigen trokken naar het noorden, onder meer naar Oostende en Sluis waar ze als vrijbuiters zorgden voor een onvervalste guerrilla-oorlog in Vlaanderen. Het bloedvergieten leek maar niet op te houden.
Geluveld en zijn molen bleven in deze periode niet gespaard. De molen bleef minstens buiten werking en was naar alle waarschijnlijk vernield. Het is ook mogelijk dat de molen er nog stond, maar de bevolking tijdens de godsdienstoorlogen was verdreven.
De aanduiding van de molen met een symbool op de kaart van Sanderus van de kasselrij Ieper uit 1641 gold lange tijd als de vroegste vermelding, maar de molen dateert dus eigenlijk nog van veel vroeger.
Liénard Beaugrand uit Pollinkhove diende in 1552 een verzoekschrift in om in Geluveld de vernielde molen opnieuw op te richten. Beaugrand nam de plek waarop de Geluveldmolen vroeger stond in cijns van de dorpsheer, met de bedoeling er - namens de heer en de inwoners van Geluveld - een windmolen op te richten.
In 1552 werd aan Beaugrand het zogenaamde “windrecht” toegekend; het gebruik van de wind was immers een feodaal recht.
De molen werd effectief opgericht opgericht omstreeks 1555. Er zijn ons geen bronnen bekend wanneer de molen opnieuw in handen van de dorpsheer kwam. De familie Van der Stoct werd opgevolgd door de familie Van der Gracht (1544-1578), de Vooght (1578-1670), Jean-Baptist de Belver, later zijn weduwe (1670-1704), Vincent Dewilde (1704-1736) en de familie Keingiaert de Gheluvelt (1737-1796).
In het verre verleden ging de heerlijkheid Geluveld af van het Hof van Ingelmunster. In de 12de eeuw zijn er reeds vermeldingen van de heren van Geluveld. Vanaf de 14de eeuw duiken meerdere leden van de familie Keingiaert op als burgers te Ieper. De familie bestaande uit schepenen, geestelijken, ontvangers en militairen, had zijn eigen wapenschild.
Pas op het einde van de 18de eeuw wordt voor het eerst een Keingiaert te Geluveld vermeld, met name Louis-Bruno. Hij was uit Oudezele afkomstig en gewezen kapitein in het Spaanse leger. In 1788 werd Louis-Bruno tot de adelstand verheven onder de naam “Keingiaert de Gheluvelt”.
Vanaf het moment dat de boerenwoonst van de heerlijkheid omgevormd werd tot een herenwoonst, werd er gesproken over het kasteel van Geluveld.
Het kasteel werd waarschijnlijk tussen 1735 en 1745 gebouwd. Het stond op een omwalde site van waaruit een rechte toegangsdreef vertrok naar de kerk op de markplaats. Nog voor het kasteel werd gebouwd stond de molen er dus al in de omgeving. De familie Keingiaert de Gheluvelt was gedurende de periode 1737-1966 eigenaar van de molen.
De molen was van oudsher een banmolen die eigendom was van de heer van de heerlijkheid. Hij alleen had het recht een molen op te richten. Iedere bewoner was verplicht het koren te laten malen door de molenaar van de heerlijkheid.
Na de afschaffing van de heerlijkheden bleef de molen in het bezit van de adellijke familie Keingiaert, dit zelfs tot 1966, met het overlijden van Léonie Keingiaert de Gheluvelt, feministe en de eerste vrouwelijke burgemeester van ons land.
De molen werd steeds verpacht aan molenaars en werd gedurende eeuwen in goede werking gehouden.
Het 18e-eeuwse classicistische kasteel werd verwoest tijdens de Eerste Slag om Ieper (einde 1914).
Ook de Gheluveldmolen werd volledig vernield door de Duitse soldaten. Ze wilden daarmee een potentieel uitkijkpunt elimineren.
Na de Derde Slag om Ieper in 1917 bleef niets meer over van de Gheluveltmolen.
De laatste telg van de familie was Léonie Keingiaert de Gheluvelt (geboren 03/08/1885). Tijdens de oorlog was ze gevlucht naar Monaco. In 1919 keerde ze terug. in 1923 kocht deze kasteeldame de oude Vandoolaeghes molen van Watou op.
Deze staakmolen werd op dezelfde plaats als de voorgaande banmolen gezet en dateert vermoedelijk uit het eerste kwart van de 19de eeuw.
Eerst moest de molenwal heraangelegd worden, want die was volledig omgewoeld tijdens de oorlog.
De oude molen werd opgeknapt maar nooit volledig gerestaureerd. De molen, die maar zelden kon malen, werd uiteindelijk reeds in 1926 stilgelegd wegens maar één koppel stenen en geen bulterij.
In 1959 werden nog enkele herstellingswerken uitgevoerd. De molen behield immers een sterk gebinte.
Bij de dood van Léonie Keignaert de Gheluvelt in 1966 gingen, waarschijnlijk via testament, al haar roerende en onroerende goederen die in België gelegen waren, dus ook de molen, over naar de Vereniging van de Adel van het Koninkrijk België VZW.
De VZW verkocht de kasteelmolen in 1971 aan de provincie West-Vlaanderen, die hem vervolgens doorverkocht aan de gemeente Zonnebeke.
In 1972 werden opnieuw enkele noodzakelijk restauratiewerken uitgevoerd.
De gemeente Zonnebeke nam in 1979 de molen over van de provincie. Er werd tevens een restauratiebestek opgemaakt.
De molen kwam omwille van de hoge restauratiekosten in 1982 toch in private handen terecht. In 1985 vroeg de nieuwe eigenaar wel de verplaatsing aan van de molen wegens de verminderde windvang door nieuwe gebouwen en hogere bomen in de omgeving.
In 2005 kocht de gemeente Zonnebeke de molen terug op van de private eigenaar. Het doel van de gemeente was de molen op hun grondgebied terug op te bouwen en maalvaardig te laten herstellen.
De standaardmolen werd gebouwd op hoge bakstenen teerlingen en was gelegen op een molenwal begroeid met bomen en struiken. De torenvoet was ingemetseld. De molen was in verticale plankenbeschieting bekist. De molen beschikte over een maalzolder en een steenzolder met twee maalstoelen.
De huidige Geluveldmolen is een houten korenwindmolen, type staakmolen met (hoog) gesloten voet en vliegende gaanderij,
Op dezelfde plaats stond reeds eeuwenlang een molen.
Van maart tot mei 2022 werd de molenkast en het torenkot van de molen afgebroken en ontmanteling. De heropbouw wordt voorzien in 2025-2030.
(Bronvermelding: Priem, V. (1996, 1998)
Kastelen en landhuizen in Groot-Ieper
en
Kastelen en landhuizen in de Westhoek -
Ieper – Boussemaere; Molenechos.org)