De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)




DIKKEBUS  -  HALLEBAST EN WITTEBROODMOLEN


(Antonius Sanderus – Flandria Illustrata 1641)




Op deze prent van Sanderus van 1641 is het kasteel van de heerlijkheid Hallebast te zien in Dikkebus. Links is ook opvallend de Wittebroodmolen (“Wittebroot Meulen”) weergeven.

Dikkebus is sinds 1977 een deelgemeente van de stad Ieper in de provincie West-Vlaanderen.

De plaats Dikkebus werd reeds vermeld in 1089 als “Thicabusca” en was eertijds bedekt met een dicht bos, dat zich uitstrekte over Voormezele, Ieper, Zonnebeke en Passendale. Er kwam een geleidelijke bosontginning, vooral sedert het ontstaan van de abdij van Voormezele (1100-1794). Tussen 1320 en 1323 werd de natuurlijke laagte waarin de Kleine Kemmelbeek liep, aan de noordkant afgedamd, zodat er een kunstmatige, langwerpige vijver ontstond als watervoorziening voor de lakenstad Ieper.

Dikkebus behoorde eertijds tot het rechtsgebied van de Zaal van Ieper en bezat de heerlijkheden "Zwijnlande" en "Hallebast" met kasteel.

De heerlijkheid Hallebast strekte zich ook uit over Vlamertinge en beschikte over een volledige jurisdictie met een baljuw en een schepenbank. Voorts bevatte het nog enclaves van de heerlijkheden Voormezele (abdij), Wijtschate en Neerwaasten. Bestuurlijk en fiscaal was de heerlijkheid afhankelijk van Ieper Ambacht. Als kerkparochie maakte Dikkebus achtereenvolgens deel uit van de bisdommen Terwaan, later Ieper, na 1801 Gent en na 1834 Brugge.

Deze heerlijkheid bezat eertijds twee staakmolens, zogenaamd de "Wittebroodmolen" aan de Molendreef en de "Dorpsmolen" aan de Dikkebusseweg.

Samen met de dorpskom en een tiental hoeves werden deze molens vernield tijdens de Eerste Wereldoorlog.

Het kasteel van de heerlijkheid Hallebast werd waarschijnlijk gebouwd in de 14e eeuw.

Het kasteel werd volledig verwoest in de Eerste Wereldoorlog en bevond zich in de driehoek Dikkebusseweg-Bellestraat-Hallebaststraat. In 1480 was Jan Wouters heer van de heerlijkheid en deze familie wordt vanaf de 17e eeuw opgevolgd door de families de Pape-de Lokeren en van de Kerchove.

De Wittebroodmolen of Hallebastmolen was een houten korenwindmolen die aan de oostzijde van de Molendreef stond, schuin tegenover de boerderij met het nummer 1.

Deze staakmolen werd voor 1622 opgericht.

De molen werd opvallend aangeduid op deze prent van Sanderus. Hij staat ook op de Ferrariskaart van 1777 getekend als "Witteboot Molen" (dus zonder "r").

Op de oude standplaats stond naast de windmolen een "rossekot" of rosmolen, om ook in windstille periodes te kunnen malen.

De windmolen aan de Molendreef was in 1878 bouwvallig geworden en helde gevaarlijk voorover. Men durfde hem zelfs al een jaar niet meer gebruiken. Daarom werd hij gesloopt en er werd een staakmolen uit Steenvoorde gehaald. De nieuwe standplaats was zo'n 450 meter oostwaarts gelegen van de oude molenwal.

De boerderij in de Molendreef 1, die rond 1920 in een eclectische stijl werd herbouwd, draagt thans de benaming "Wittebroodmolenhoeve", een herinnering aan de oude standplaats van de molen.

(Bronvermelding: Onroerenderfgoed.be; Molenechos.org; Wikipedia)