De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)
MENU
Terug naar HOMEPAGINA
Terug naar INHOUDSOPGAVE
BRUSSEL - KAPUCIJNENKLOOSTER
(Antonius Sanderus – Chorographia Sacra Brabantiae 1659 - Herwerkte editie 1726-1727)
Op deze prent van Sanderus is de herwerkte versie te zien van een prent van het Kapucijnenklooster in Brussel.
Deze prent werd gepubliceerd in de heruitgave in 1726-1727 van de Chorographia Sacra Brabantiae van Sanderus (1659).
Het Kapucijnenklooster nam een terrein in, afgebakend door de huidige Hoogstraat, Sint-Gisleinstraat, Huidevettersstraat en Kapucijnenstraat.
Het Kapucijnenklooster van Brussel bestond van 1587 tot 1796 in de Marollen.
De stichting gebeurde in 1587 vanuit Antwerpen, op vraag van Alexander Farnese, die net een einde had gesteld aan de Brusselse republiek. Ze vestigden zich naast het Sint-Gisleingasthuis in de Hoogstraat en konden in 1595 hun kerk inwijden.
Het geheel was nog bescheidener dan de strenge politiek van de orde voorschreef.
In 1651 werd de eerste steen gelegd van een volledig nieuw klooster en een kerkgebouw. De werken gingen zo snel dat reeds in 1652 de eerste mis werd opgedragen. De Brusselse vestiging van de kapucijnen ging door voor de gezondste van de stad en de mooiste van de orde, onder meer gekend voor de boomgaard en de zonnewijzer. De kerk zelf was nochtans van een weinig elegante eenvoud.
Het einde van de 18e eeuw was een woelige periode voor de Brusselse kapucijnen. In eerste instantie ontkwamen ze aan de opheffing van de onnutte kloosters onder keizer Jozef II (1783).
Enkele jaren later waren ze betrokken in de Brabantse Omwenteling aan de zijde van de statisten.
In de Franse tijd kwam het klooster op de klassieke manier aan zijn einde. De paters werden in 1796 verdreven, de gebouwen werden verkocht als nationaal goed en afgebroken in 1803-1804.
Desondanks verbleven de eveneens opgeheven zusters Apostolinnen er nog enige tijd.
In 1852 maakte de kapucijnerorde haar terugkeer in Brussel. Ze vestigde zich in de Huidevetterstraat (nabij hun vernielde klooster) en stichtten er op vraag van de pastoor van de Miniemenkerk een nieuwe parochie, namleijk Onze-Lieve-Vrouw-Onbevlekt-Ontvangen, aan het Vossenplein (1854).
Tussen 1856 en 1862 werd een deel van hun voormalige kloosterterrein ingenomen door de nieuwe Berg van Barmhartigheid.
De naam “Kapucijnenstraat” herinnert nog aan de vroegere aanwezigheid van de paters, maar van het Kapucijnenklooster zelf blijft thans geen (zichtbare) steen meer over.
(Bronvermelding: Wikipedia)