De prenten van Antonius Sanderus (17e eeuw)
MENU
Terug naar HOMEPAGINA
Terug naar INHOUDSOPGAVE
BORNEM - KASTEEL VAN BORNEM
(Antonius Sanderus – Flandria Illustrata 1641)
Op deze prent van Sanderus van omstreeks 1640 is het Kasteel van Bornem te zien.
Bornem is een gemeente in de huidige provincie Antwerpen.
Het kasteel bestaat thans nog in een gewijzigde vorm, maar de contouren van het kasteel zoals het eruit zag in de 17e eeuw zijn nog zeer herkenbaar.
Het Kasteel van Bornem staat ook bekend als het Kasteel Marnix de Sainte-Aldegonde. Het is gelegen langs de Kasteelstraat in Bornem.
Het dubbel omgracht Kasteel van Bornem bevindt zich in het noordoosten van het grafelijk domein langs de Oude Schelde, een zijarm van de Schelde die in de 13e eeuw werd afgesneden van de rivier.
De omliggende kasteelgronden omvatten vooral bossen en worden gekenmerkt door de aanwezigheid van waterrijke gronden en weilanden.
Het Kasteel van Bornem heeft een rijke geschiedenis.
Volgens de overlevering zou de site opklimmen tot de Romeinse periode, toen een ronde wacht- of uitkijktoren werd gebouwd in een Scheldemeander, op een donk (een zandige verhevenheid).
Er zou op deze plaats reeds in de 9e-10e eeuw een feodaal kasteel zijn gebouwd, opgevat als een verdedigingstoren tegen de invallen van de Noormannen en naderhand de verblijfplaats van de heren van Bornem.
De graven van Vlaanderen lieten het beheer van het Land van Bornem over aan de machtige burggraven van Gent die het Kasteel van Bornem van 1007 tot 1250 in bezit hadden.
Sommigen van hen lieten hun stempel achter. Zo liet burggraaf Lambert I er een castellum in hout oprichten. De burggraven droegen zo bij tot de verdere ontwikkeling van het domein en hadden een aanzienlijke impact op het dagelijkse leven in en rond het Kasteel van Bornem.
In 1250 kocht Margaretha van Constantinopel, gravin van Vlaanderen, het kasteel en de heerlijkheid van de burggraven waardoor het Kasteel van Bornem voortaan deel ging uitmaken van het grafelijke domein.
Haar achterkleinzoon Robrecht van Kassel werd in 1314 heer van Bornem.
Het grafelijk Huis van Vlaanderen had het kasteel tot in 1394 in bezit.
De Bourgondische en Habsburgse periode van het Kasteel van Bornem liep van 1395 tot in 1585.
Door erfenis kwam het Land van Bornem in handen van de belangrijke families van Bar, van Luxemburg en van Bourbon.
In 1544 werd Jan van Bourbon, 31e heer van Bornem, ook de eerste Baron van Bornem.
Hij ruilde het Land van Bornem voor een baronie in Anjou met zijn nicht Anna van Alençon. Zij huwde later met de Italiaanse markies van Monferrato en schonk het Land van Bornem weg aan de families Gonzaga en Avalos.
Vervallen en door Spanjaarden leeggeplunderd tijdens de Geuzenoorlogen werd het Land van Bornem in 1586 verkocht aan de Spaanse edelman Pedro Coloma, heer van Bobadilla, die met het Spaanse leger van Alexander Farnese naar de Nederlanden kwam.
Coloma behoorde tot de rijkste Spaanse adel, en liet het (vervallen) kasteel verbouwen tot een aangenaam lusthof in renaissancestijl.
Pedro Coloma liet in 1592 het sas bouwen om het debiet te regelen op de Oude Schelde. Deze afwateringssluis is het op een na oudste waterbouwkundige waterwerk in België, en het oudste in Vlaanderen.
Hij stierf in 1621 en werd in Bornem begraven.
Pedro's zoon Alexandre volgde hem op.
Deze prent van Sanderus geeft een goed beeld van het uitzicht van het kasteel omstreeks 1640: het kasteel ligt aan de Oude Schelde en wordt aan de drie overige zijden omgeven door een rechthoekige omgrachting.
De inrijpoort binnen de vesting werd omgebouwd tot een hoog rechthoekig gebouw dat aansloot op de vierkante burcht.
De westzijde was een gebouwencomplex en de twee zijden van de Oude Schelde weg bevatten nog de middeleeuwse omwalling met kantelen en vooruitspringende hoek- en weertorens.
Op het middendeel stond de robuuste hoge oorspronkelijke wacht- of uitkijktoren (die later in 1687 zou afgebroken worden).
Tussen deze omgrachting en de omwalling was er een formele tuin met parterres, hagen, boomrijen en constructies aangelegd. De toegangsweg liep van de Oude Schelde weg tot een poort ter hoogte van een dwars verlopende dreef zichtbaar aan de onderkant van de prent.
Pedro Coloma's kleinzoon Jean-François Coloma werd de eerste graaf van Bornem, nadat in 1658 het land van Bornem door koning Filips IV van Spanje tot graafschap verheven was.
De vermelde hoge wacht- of uitkijktoren werd samen met een deel van de ringmuur gesloopt in 1687 als gevolg van het oorlogsgeweld van de 17e eeuw.
De dochter van de eerste Graaf van Bornem, gravin Marie Florence de Coloma huwde in 1694 met Jean-Théodore de Corswarem. Hun dochter Anne huwde met Philippe Adrien François de Marbais.
Hun zoon Bernard die kinderloos was, duidde zijn neef Adrianus de Lannoy als opvolger aan, maar deze aanvaardde de erfenis niet en liet ze over aan zijn zus Eléonore-Aldegonde de Lannoy. Gezien zij gehuwd was met Baudry de Marnix kwam het domein zo in handen van de familie de Marnix en werd hun zoon Claude de 7e graaf van Bornem.
Graaf Karel de Marnix, de achtste graaf van Bornem, vluchtte met zijn moeder naar Nederland om aan de Franse Revolutie (1789) te ontkomen.
Het kasteel en het domein werden verbeurd verklaard en in 1799 in Antwerpen openbaar verkocht.
In 1802 kocht Karel de Marnix het kasteel en een deel van het domein terug, ging er wonen en werd burgemeester van Bornem tot 1832.
Vanaf 1881 werd de naam van het geslacht de Marnix aangevuld met “de Sainte-Aldegonde”, verwijzend naar een vroegere heerlijkheid die lange tijd in handen van de familie was.
In de periode 1890-1894 werden het kasteel en de bijgebouwen in opdracht van Ferdinand Jozef, 11e graaf van Bornem en gehuwd met Adriana de Marnix, zeer grondig verbouwd op de grondvesten van het middeleeuwse kasteel. Grote delen van het kasteel werden volledig gesloopt en herbouwd.
De buitenaanleg bij het nieuwe kasteel bestond uit een eenvoudig grasveld dat de verharding rondom het kasteel omkaderde. De omgrachting was aan de oostzijde onderbroken.
Een toegangsbrug tot het kasteel kreeg twee cilindrische wachttorentjes onder een piramidaal dak.
In dezelfde periode werden ook verschillende bijgebouwen gesloopt en nieuwe bijgebouwen opgetrokken.
Zijn zoon John I de Marnix beheerde daarna het domein 50 jaar tot zijn dood in 1963.
John II de Marnix, 14e graaf van Bornem en 54e kasteelheer, beheert ondertussen ook al meer dan 50 jaar het domein en kasteel met hart en ziel. In 1985 stelde hij een deel van het kasteeldomein open voor het publiek.
Enkele bijgebouwen werden omstreeks 1995 gedeeltelijk ingericht als museum voor Europese en Amerikaanse koetsen, evenals alle mogelijke attributen voor het optuigen van paarden.
(Bronvermelding: deze tekst werd opgesteld in 2025 en is gebaseerd op info van Wikipedia, Onroerenderfgoed.be en Kasteelvanbornem.be/historiek)