Wingene
Dorpsgezicht (1813)
MENU
Terug naar HOMEPAGINA
Terug naar INHOUDSOPGAVE
Op deze tekening van 1813 van Séraphin Vermote is een dorpsgezicht te zien van Wingene. Wingene is een gemeente in de huidige provincie West-Vlaanderen. De gemeente is sinds 2025 gefusioneerd met de gemeente Ruiselede.
De hoofdparochie van Wingene is Sint-Amandus. Gemeentelijk en administratief behoort Wingene tot het arrondissement Tielt. Kerkelijk behoort het tot het bisdom Brugge.
De huidige dorpskern van Wingene is centraal gelegen. De dorpskern loopt uit in lintbebouwing langsheen de drie belangrijkste invalswegen met name Beernemstraat, Hillesteenweg en Tieltstraat. Hierbuiten is er voornamelijk sterk verspreide, landelijke bebouwing. De andere parochies zijn Wildenburg, Sint-Jan en Sint-Elooi.
De Sint-Amanduskerk is de oudste parochiekerk van de gemeente Wingene. De kerk ligt aan de kruising van de Markt, Kerkplein, Guido Gezellestraat en de Zandbergstraat.
Een eerste vermelding van Wingene dateert van 821, wanneer koning Lodewijk de Vrome het altaar van Wingene (“Winghina") schonk aan de Sint-Amandsabdij in Saint-Amand-les-Eaux.
De eerste heer van Wingene was dus de abt van de Sint-Amandsabdij en het Sint-Amandsche was de oudste heerlijkheid.
De eerste kerk werd bediend door de benedictijnerpaters.
Later gaf de prelaat van Elnon het patronaatschap aan de proost van Sint-Amand in Kortrijk. Door het invoeren van de feodaliteit werden de domeinen van de Sint-Amandusabdij de Vrije Heerlijkheid Sint-Amandsche in Wingene. Leenmannen van Sint-Amandsche Wingene mochten zich Heer of Dame van Wingene noemen.
De Benedictijnen van de Sint-Amandsabdij in Saint-Amand-les-Eaux bouwden het eerste romaanse kruisbeukkerkje. Deze fase situeerde zich omstreeks het jaar 1100. De achtkantige toren werd boven op het kruis van de kruisbeuk gebouwd.
Het kerkje was in veldsteen opgetrokken. Het dak was bedekt met stro. Op de fundamenten van dit eerste kerkje staat de huidige kerk. Het oosteinde van het kruisgebouw bevatte het sanctuarium met het hoogaltaar toegewijd aan de heilige Amandus.
In 1224 werd een eerste pastoor in Wingene vermeld. De parochie ressorteerde in die periode onder de dekenij Brugge en het bisdom Doornik.
In deze periode vonden op Wingens grondgebied ook een aantal veldslagen plaats. De strijd om het graafschap Vlaanderen tussen Willem van Normandië en Diederik van den Elzas werd uitgevochten in 1128 in de slag van Axpoele bij de Gulkeputten in Wingene. Naar aanleiding van de Gentse opstand van 1452 werd het kasteel van de heer van Bladelin in Wingene geplunderd en in brand gestoken. Begin oktober 1452 trokken de Gentenaren door Maldegem, Wingene, Ruiselede en andere omliggende dorpen en lieten een spoor van vernieling achter omdat hen de toegang tot de stad Brugge werd ontzegd. De Gentenaren werden in juli 1453 in Gavere verslagen.
Wingene lag op de grens van de vroegere Kasselrij Kortrijk en het Brugse Vrije. Oorspronkelijk bevonden er op het Wingense grondgebied vijf heerlijkheden die elk een eigen justitie bezaten en recht hadden op een galg en een schandpaal. Eén van die heerlijkheden was het Sint-Amandsche. Iedere heerlijkheid beschikte over een eigen bestuur, burgemeester, baljuw, griffier, ontvanger, schout en officieren. Van deze hoge heerlijkheden hingen een groot aantal lage heerlijkheden af.
Het "Sint-Amandsche-Wingene" was gegroeid uit de domeinen van de abdij van Sint-Amandus en vormde aldus een allodiale heerlijkheid die niet afhing van de graaf van Vlaanderen, maar van de Sint-Amandsproosdij in Kortrijk. De heerlijkheid lag hoogstwaarschijnlijk aan de oorsprong van de parochie en gemeente Wingene. Het foncier (grond in volle eigendom van de heer en meestal ook zijn woonplaats) van de heerlijkheid Sint-Amandsche was de "Lentacker Coutere", een groot stuk grond waarop de kerk stond.
Sint-Amandsche had verschillende achterlenen in Wingene en Zwevezele. Het grootste deel bestond uit velden, akkers en bossen, maar bij sommige hoorde ook een hof.
De heerlijkheid die in het bezit was van de heer van Wingene, werd het "Hof van Wingene" genoemd. Wie het leenverhef kon doen van het Sint-Amandsche mocht zich de heer van Wingene noemen. Het hof was afhankelijk van het leen van Tielt dat zelf ressorteerde onder de Kasselrij Kortrijk. De heer van Wingene bezat ook nog verschillende kleine lenen gehouden van het Sint-Amandsche en van de heerlijkheid van Oyghem. In 1420 was er voor het eerst sprake van het bijhorende omwalde opper- en neerhof en de (verdwenen) leenmolen.
In 1574 wordt de dekenij Torhout gesticht en Wingene en Zwevezele worden hierbij ingedeeld.
Een van de zwartste periodes voor Wingene was de tijd van de godsdienstoorlogen (1566–1610). Het gebied werd achtereenvolgens geteisterd door de repressie van Alva (1567), de plunderingen van de radicale Gentse calvinisten (1577-1583), de herovering van onze gewesten door de Malcontenten en de Spaanse legioenen (1580) en de strooptochten van de Staatse vrijbuiters vanuit Sluis en Oostende (1585-1610).
Deze ellende werd nog vergroot door tal van besmettelijke ziekten (onder andere difterie en de pest). Het gevolg was dat de bevolking meer dan gehalveerd werd (gevlucht of overleden) en vele materiële voorzieningen vernietigd waren.
In 1568 werd de kerk van Wingene in brand gestoken en op 11 januari 1583 vielen de Vrijbuiters van Oostende de parochie Wingene binnen waarbij de kerk opnieuw vernield werd, samen met de omliggende huizen en schuren.
Na het overlijden van Louis Mestdagh, heer van Wingene moest Wingene het tot 1602 stellen zonder dorpsheer of –dame, wat zeker geen voordeel was in deze moeilijke tijden.
In de periode 1619-1622 begon men met het herstel van de Sint-Amanduskerk: de zogenaamde tweede kerk werd op de oude muren herbouwd, maar deze keer in een gotische stijl. In 1626 kwam de bisschop werd het hoofdaltaar ingewijd. Dit project was grotendeels mogelijk door de mildheid van ridder Jan Van Haveskercke. Een spitse, houten, met schaliën bedekte toren werd achteraan het gebouw opgetrokken.
Tijdens de tweede helft van de 17e eeuw werden de Wingenaars opnieuw het slachtoffer van vernielingen, ziekten, hoge belastingen, opeisingen en hongersnood. Vanaf 1668 tot 1678 lag Wingene op het grensgebied van de Spaanse en de Franse gebieden omdat de Kasselrij Kortrijk ingelijfd was bij Frankrijk. Door de vele veldtochten van Lodewijk XIV werd Wingene in de periode 1665-1697 verschillende malen grondig vernield. In 1679 werd de kerk afgebrand. De kerk werd toen voorlopig halverwege met een muur dichtgemetseld.
Na de Spaanse Successieoorlog (1702-1713) keerde onder het Oostenrijks bewind de rust terug en kon het gebied zich herstellen en verder ontwikkelen. De periode wordt gekenmerkt door economische groei en demografisch expansie.
Het duurde lang voordat de kerkruïne heropgericht werd. In 1737 werden de werkzaamheden aangevat om de kerk te doen herrijzen. Bij het oprichten van de toren werd de gotische stijl verlaten en werden tongewelven ingewerkt.
Deze kerk bezat drie beuken. Boven op de middenbeuk stond een scherp, houten torentje van twaalf meter hoog. Men hing in het torentje het oude klokje van 1606. Er werd toen ook nog een tweede sacristie uitgebouwd.
Met de Franse Revolutie (1789) werden de feodale structuren afgeschaft en werd een volledig nieuw bestuur geïnstalleerd.
De kerkelijke instellingen worden eerst afgeschaft en later hervormd. De parochies worden omgevormd tot gemeenten. In 1797 werd de kerk van Wingene samen met die van Zwevezele, Egem en Pittem gesloten en verzegeld.
In 1798 werd het Leiedepartement verdeeld in 40 kantons. Wingene behoorde vanaf dan tot het kanton Pittem.
In 1800 werden onder keizer Napoleon de kantons afgeschaft en werd iedere gemeente terug afzonderlijk bestuurd. In 1801 verscheen een pauselijke bulle waardoor alle bisdommen werden gereorganiseerd. Wingene viel vanaf dan onder de dekenij Tielt en het bisdom Gent. Met de onafhankelijkheid van België ging de parochie van Wingene over naar het nieuw opgerichte bisdom Brugge.
In 1832 werden de gemeentegrenzen van Wingene definitief vastgelegd.
In 1853 werd de oude toren van de kerk afgebroken en werd een nieuwe toren opgetrokken. In deze toren kwam in 1857 een beiaard en een torenuurwerk. De nieuwe toren was 19 meter hoog.
Tijdens de twee Wereldoorlogen ontsnapte Wingene aan grote vernielingen. Toch eiste de Eerste Wereldoorlog veel soldatenlevens en verscheurde de Tweede Wereldoorlog de gemeente ten gevolge van de collaboratie.
In 1918 werd de kerktoren samen met het achterste gedeelte van het kerkgebouw door terugtrekkende Duitse soldaten opgeblazen.
In 1924 werd de kerktoren heropgebouwd in een neogotische stijl. De toren werd ditmaal zeer spits gebouwd en was voorzien van vier hoektorentjes.
In de tweede helft van de 20ste eeuw nam het aantal inwoners van Wingene geleidelijk verder toe. Dit is duidelijk waarneembaar aan het aantal nieuwe woonwijken.
De laatste grondige renovatiewerken van de kerk dateren van 1994.
(Bronvermelding: Onroerenderfgoed.be: Wikipedia)