Spiere
Kasteel (1813)
MENU
Terug naar HOMEPAGINA
Terug naar INHOUDSOPGAVE
Het Kasteel van Spiere is een kasteel in het dorp Spiere. Het dorp maakt sinds 1977 deel uit van de gemeente Spiere-Helkijn. Het kasteel is gelegen op het adres Jaquetbosstraat 50-52.
Het huidige kasteel werd in het midden van de 18e eeuw opgericht en was de zetel van de baronie van Spiere.
Omstreeks 814 wordt de naam “Spira” vermeld op een diploma van Lodewijk de Vrome. Het dorp Spira was bekend omdat het aan een meander van de Schelde lag. Spira verwijst naar het riviertje dat hier in de Schelde uitmondt.
In de tijd van Karel de Grote (8
e
– 9
e
eeuw) werd er in het huidige domein van het Kasteel van Spiere een ‘motte’ opgericht. Een motte is een met aarde overdekte verdedigingswal. De eerste inwoners van Spiere verdedigden zich hier naar alle waarschijnlijkheid tegen de Noormannen die via de Schelde het land binnendrongen en onder meer in het nabije Rollegem een kamp opsloegen.
Op het domein lag de zetel van de heren van Spiere, in de vorm van een uitzonderlijk gaaf bewaarde feodale Motte.
In 1105 wordt de naam Spiere voor het eerst vernoemd.
Op de Motte, in de volksmond ook wel "La cave aux diables" genoemd, werd in de 12e eeuw een vesting uitgebouwd tot een versterkte burcht van de heren van Spiere, de zogenaamde “Motteburcht”.
In 1227 was de heer van Spiere Wante del Espire.
Het geslacht Van Mortagne bezat in 1275 de Heerlijkheid van Spiere. Rogier van Mortagne staat vermeld in een oorkonde van Gewijde van Dampierre, Graaf van Vlaanderen.
Agnes van Mortagne, vrouwe van Spiere hertrouwde in 1389 met Jan van Brugge, Heer van Gruuthuse. Na haar dood kwam Spiere in handen van het huis van Gruuthuse.
De versterkte Motteburcht was toen bewoond door de Graaf van Halluin. Hij was een roversheer die de kooplieden plunderde die langs de weg Oudenaarde-Roubaix voorbijtrokken. Hij werd streng gestraft door de Graaf van Vlaanderen.
Het versterkt kasteel werd vernield en de Graaf van Halluin werd terechtgesteld op de Markt in Kortrijk ‘voor opstand en muiterij’.
De Motteburcht werd platgebrand en volledig gesloopt, met een verbod tot het herbouwen.
Ondanks het verbod wordt de burcht toch heropgebouwd maar in 1477 opnieuw vernield door de Fransen tijdens de oorlog tegen de hertog van Bourgondië. Alleen de zogenaamde Motte zelf, de “cave aux diables”, bleef gespaard en bevindt zich nu nog in het bos op het kasteeldomein. Onder de Motte bestaat thans nog een ruime kelder met een goed bewaard gewelf, dat werd gebouwd in Doornikse steen. De Motte bestaat uit een kunstmatig opgeworpen heuvel met een circulair grondplan. Deze heuvel is zowat vier meter hoog en heeft een basisdiameter van 40 tot 50 meter. De circulaire gracht die het geheel omgeeft is 10 tot 15 meter breed.
De Motte is thans begroeid met struweel en beplant met hoog opgaande bomen.
Nabij de plaats waar de Motteburcht stond, werd een grote hoeve (Cense of Ferme) gebouwd. Deze fungeerde waarschijnlijk als de hoofdplaats van de heerlijkheden van het Nederhof en het Opperhof van Spiere. In de 16de eeuw behoorden de beide heerlijkheden toe aan de familie Gruuthuse.
Wegens grote schulden van Catharina van Brugge, vrouw van Gruuthuse, werden de heerlijkheden in 1593 openbaar verkocht aan ridder Maximiliaan van Oignies, de heer van Beaupaire.
In 1679 werd de heerlijkheid van het Nederhof verkocht aan Karel de Lannoy, baron van Wasnes.
Circa 1700 kocht Nicolas del Fosse uit Doornik de heerlijkheid van het Nederhof van Spiere. Waarschijnlijk werden in die periode de gebouwen van de hoeve verfraaid en uitgebreid gevoelig uitgebreid.
De keizer Karel VI verleende in 1720 de titel ‘baron del Fosse et d’Espierres’ aan Nicolas del Fosse.
Het grondgebied van Spiere was versnipperd door verschillende heerlijkheden. Twee ervan droegen de naam van de parochie. Spiere-Vlaanderen behoorde tot de kasselrij Kortrijk. Spiere-Doornikse behoorde tot het Nederhof van Spiere, dat de titel van baronie voerde en in leen gehouden was van het leenhof van Maire bij Doornik. Op het grondgebied van Spiere-Vlaanderen lag het Opperhof van Spiere. Beide heerlijkheden hadden de hoge justitie. De baronie van Spiere was zelfs een van de 4 hoge gerechtshoven van het Doornikse. Tussen de heren van Spiere rezen er voortdurend geschillen over de titel van dorpsheer en de daarmee verbonden voordelen.
De oude Motte werd in de 18de eeuw in het kasteelpark van het huidige kasteel geïntegreerd, wat de hoofdreden is dat de Motte tot vandaag de dag als relict bewaard is. De Motte ligt bovendien verscholen achter de begroeiing en is daardoor niet toegankelijk of zelfs zichtbaar.
Bruno-August del Fosse, de zoon van Nicolas, liet omstreeks 1750 het Kasteel van Spiere bouwen. In 1767 kwam ook het Opperhof in handen van de familie del Fosse.
Het kasteel wordt benaderd via een gekasseide dreef, waaraan ook een neogotische kapel staat uit het laatste kwart van de 19e eeuw. Het kasteel heeft een U-vormige plattegrond. De vleugels sluiten een binnenplaats in. Het gebouw is symmetrisch van opzet. Het is in Doornikse steen uitgevoerd. Het heeft twee bouwlagen en wordt gedekt door een schilddak. Het middenrisaliet wordt bekroond door een driehoekig fronton met het alliantiewapen van de familie del Fosse en de Sourdeau, de familie van Bruno's echtgenote. Er is een bescheiden bordestrap. De zijvleugels zijn één bouwlaag hoog en worden elk afgesloten door een gebouwtje van twee bouwlagen.
In 1813 tekende Séraphin Vermote het kasteel. Het was dan nog in handen van baron del Fosse. In 1832 overleed August Felix del Fosse, de laatste Heer van Spiere.
Het park rondom het kasteel betreft een landschapstuin van begin 18e eeuw.
Het kasteel is één van de belangrijkste 18de-eeuwse kastelen in West-Vlaanderen.
Het Kasteel van Spiere werd in 2004 verkocht door de familie del Fosse. De nieuwe eigenaar liet het grondig restaureren.
Het kasteel en het domein zijn niet publiekelijk toegankelijk.
(Bronvermelding: Onroerenderfgoed.be; Wikipedia)