Roeselare
Zicht op de stad (1813)
MENU
Terug naar HOMEPAGINA
Terug naar INHOUDSOPGAVE
Op deze tekening van Séraphin Vermote uit 1813 is centraal de Sint-Michielskerk te zien van Roeselare (provincie West-Vlaanderen), gezien vanuit de huidige Blekerijstraat. De bomenrij duidt de Mandel aan en het gebouwtje rechts is de kerk van het Klein Seminarie. De Armeklarenstraat bestond toen nog niet.
De Sint-Michielskerk is gedurende een lange tijd de enige parochiekerk in de stad geweest. Pas sinds 1872 is er een tweede parochie bij gekomen. De kerk werd gebouwd in 1504 nadat ze door een brand in de as werd gelegd. Sindsdien is het de thuishaven voor allerhande kunstwerken. Daarnaast is het de kerk van het decanaat. De 65 meter hoge toren is een van de kenmerkende elementen in het stadsgezicht van Roeselare.
De vroegste sporen van deze kerk zijn te dateren in de middeleeuwen. Het was de enige kerk in Roeselare. In 1488 was er een stadsbrand, en gezien de meeste huizen uit hout waren en vlak bij de kerk stonden, was die vrij verwoestend. Ook de kerk werd niet gespaard. Het grootste deel werd herleid tot puin. De oorzaak van de brand waren trouwens Oostenrijkse troepen die de opstand tegen het centraliserende gezag van Maximiliaan wilden vergelden. Maximiliaan was gevangengenomen in Brugge en Filips van Kleef had die opstand geleid.
Van Kleef, de heer van Roeselare (en Wijnendale), gaf opdracht de kerk te herbouwen. In 1497 werd de eerste steen gelegd. De laatgotische kerk werd voltooid in 1504. De spitse toren was 91 meter hoog. In 1735 echter begaf de hoge toren het onder de wind. De spits waaide eraf en werd vervangen door een klokvormige toren. De kerkfabriek besliste in 1850 de kerk uit te breiden. De gebouwen die in de volgende 4 jaar werden opgetrokken zijn echter in 1968 afgebroken.
Zo verkreeg de kerk de omvang die ze nu heeft.
De kerk van het Klein Seminarie staat ook bekend als de Augustijnenkerk. Het is een voormalige kloosterkerk, gelegen aan de Zuidstraat 25 op de campus van het Klein Seminarie Roeselare. De kerk werd gebouwd van 1725 tot 1749. Van 1867 tot 1871 werden er vernieuwingen in het interieur aangebracht. Tijdens de Eerste Wereldoorlog gebruikten de Duitsers de kerk als veldhospitaal, waarbij de grafstenen van de Augustijnen, die zich in de crypte bevonden, werden geschonden. In 1918 brandde de kerk uit, waarbij slechts de muren en het gewelf overeind bleven. Van 1925 tot 1930 werd het interieur opnieuw ingericht.
Aan de linkerkant van de tekening is ook overduidelijk de Molen Delporte te zien.
De Molen Delporte was in de omgeving ook bekend als Molen Bonte, Molen van Pietje Pillaert en Pietje Pillaertsmolen (genoemd naar de molenaars van dat moment).
Deze molen situeerde zich ter hoogte van de huidige Groenestraat (nummer 25), nabij de hoek met de Blekerijstraat.
De molen was een houten graan- en oliewindmolen, type driezolder-staakmolen.
We vinden deze molen, telkens zonder benaming, aangeduid op de Ferrariskaart van 1777 met het bruin symbool van een staakmolen en ook op de Atlas der Buurtwegen (1841), met het grondvlak van een staakmolen op teerlingen.
Rond 1830 was de molen in het bezit van Joseph Meersseman, die bij de molen woonde en er zelf molenaar was. In 1838 werd de molen bij deling toegewezen aan Pierre Louis Demey, eigenaar te Vlamertinge. Hij werd opgevolgd door Leon Degrijze, molenaar te Roeselare. In 1851 kwam de molen in handen van de familie Bonte.
De molen werd in 1868 gesloopt.
(Bronvermelding: Wikipedia; Molenechos.org)