Meulebeke
 
Kasteel Ter Borcht (1813)






In 1813 maakte Seraphin Vermote deze tekening van het "Chateau du Baron de Lens de Meulebeke" met een zicht op de oostgevel, voorzien van diverse uitbouwen onder trapgevels, en op de zuidgevel met de aangebouwde kapel.

Dit kasteel is het Kasteel Ter Borcht, een kasteel dat nu nog bestaat en gelegen is langs de Baronielaan  te Meulebeke in de provincie West-Vlaanderen.

Het Kasteel Ter Borcht bevindt zich in een domein dat zich uitstrekt tussen de Ter Borchtlaan ten oosten en de Ingelmunstersteenweg ten westen tot aan de Kapellestraat ten zuiden.

Het kasteeldomein Ter Borcht is de site van de oude heerlijke verblijfplaats "Ter Borcht" of "Ter Burgt". Dit was eertijds de hoofdheerlijkheid van Meulebeke en een oud bezit van het prinselijk leenhof van Dendermonde dat door huwelijk in het bezit kwam van het huis van Bethune.

In 1215 werd als "dominus de Molenbeka" Willem van Bethune vermeld, zoon van Willem en Mathilde van Dendermonde en gehuwd met Elisabeth de Pont-Rohand. In 1244 werd hij opgevolgd door zijn zoon Gillis.

In 1245 was er reeds een nieuwe heer, Egidius de Bethunia. In 1289 verkocht Thomas de Lille, zoon van Mathilde van Bethune en Robert II van Wavrin, het kasteel en de heerlijkheid van Meulebeke aan Thomas van Mortagne, heer van Rumes.

In oorsprong was het hof wellicht een bescheiden versterkte herenwoning op een omwalde mote met neerhof. In de loop van de middeleeuwen werd het moerasgebied rond de (Oude) Devebeek geleidelijk drooggelegd, waardoor onder meer de zogenaamde Borchtmeersen ontstonden.

In de loop van de 14e eeuw was de heerlijkheid Ter Borcht in handen van de familie Boonyn. Na de dood van Jan Boonyn in 1436 ging deze over naar het geslacht vander Douve, dat de naam "van Meulebeke" aanneemt, waardoor de sterke band tussen het kasteeldomein en het dorp nog meer benadrukt werd.

In 1433 stond er reeds een molen ("muelene ter borch") die bij het kasteel hoorde en gelegen was op de hoek van de huidige Veldstraat en Spoorweglaan.

Op het einde van de 15e eeuw kwam de heerlijkheid in het bezit van de familie de Beer, die in het bezit bleef tot het einde van de 18e eeuw en een belangrijke stempel drukte op de Meulebeekse geschiedenis. In de middeleeuwen deed het Kasteel Ter Borcht vooral dienst als buitenverblijf.

In 1580 kwam Jan de Beer, woonachtig te Brugge waar hij schepen en korte tijd burgemeester was, zich in Meulebeke vestigen. Op het einde van de 16e eeuw richtte hij in Marialoop de kapel van Onze-Lieve-Vrouw ter Ruste op, volgens de legende omdat hij gered wordt bij een aanval door een wild dier tijdens de jacht.

Op een prent van Sanderus getiteld "Praetorium domini de Muelebeke familiae de Beer" opgenomen in de Flandria Illustrata, staat op de voorgrond het omwalde kasteel Ter Borcht afgebeeld als een rechthoekig volume van twee bouwlagen onder zadeldak, met een blinde noordgevel en een west- en oostgevel uitgewerkt onder trapgevel. Aan de oostzijde sluit een lager bijgebouw aan. Tevens zijn de omliggende tuinen, gronden en beboomde rechte dreven weergegeven.

Vermoedelijk halverwege de 17e eeuw verdubbelde het kasteel in omvang, waarbij een gelijkaardige noordelijke vleugel werd opgetrokken.

Wellicht dateert ook de toegangspoort met de twee achtkantige wachttorentjes uit deze periode.

Op 13 augustus 1655 verhief Filips IV de heerlijkheid Meulebeke of Ter Borcht tot baronie als dankbetoon aan Nicolas de Beer, hoofdbaljuw van de stad Gent, die jarenlang in het Spaanse leger gediend had.

Tijdens de 17e-eeuwse militaire terreur werd het kasteel jarenlang bezet, waarna de schade werd hersteld.

Tijdens de Negenjarige Oorlog (1688-1697) werd het kasteel in 1692 door geallieerde troepen ingenomen, doch 2 jaar later opnieuw veroverd door de Fransen op hun tocht naar Wakken.

Nog voor het overlijden van Gaspar de Beer in 1728 werd zijn zoon Robert François baron van Meulebeke. Deze werd op zijn beurt opgevolgd door zijn oudste zoon Filips Alexander. Filips Alexander de Beer stierf kinderloos en in 1768 ging de baronie over naar zijn broer kanunnik Jean Joseph Ghislain Ernest de Beer, die in 1780 de kasteelkapel (Onze-Lieve-Vrouwvan-Bijstandkapel) liet verfraaien.

Omwille van de moeilijke financiële situatie schonk hij in hetzelfde jaar zijn heerlijkheid en gronden te Meulebeke aan de zoon van Nicolas de Lens en zijn zus Livina de Beer.

De laatste feodale heer van Meulebeke was Robert Maria Alexander de Lens, heer van onder meer Ooigem en Bavikhove, wiens zoon Philippe de Lens na zijn dood omwille van de opheffing van de heerlijke rechten en renten vele bezittingen verkocht.

Bij de inval van de Franse troepen in 1794 werden militairen in het kasteel ingekwartierd.

Deze tekening van Séraphin Vermote dateert van 1813 en bij die tekening vermeldde hij "Chateau du Baron de Lens de Meulebeke”.

In 1819 kwam het kasteel in handen van Leonard Anthone Loncke, een koopman uit Meulebeke. Zijn dochter Barbara en haar man Leo Thienpont bewoonden vanaf 1856 het kasteel.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog verbleef een Duitse commandant in het kasteel.

In 1919 was de nieuwe en tevens laatste kasteelbewoner kunstschilder Edgard Van Baveghem, tevens burgemeester van Meulebeke van 1921 tot 1927 en gehuwd met Maria Thienpont, de kleindochter van Leo Thienpont, na wiens dood hij in 1941 het vruchtgebruik van het kasteel verwierf.

De Borchtmolen, die in 1937 door een storm zwaar beschadigd raakte en té grote herstellingswerken vergde, werd tegen het einde van de jaren 1930 afgebroken.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog bezetten de Duitsers het kasteel Ter Borcht.

Na de dood van Edgard Van Baveghem in 1952 bleef zijn tweede echtgenote Zoë Vanhove tot 1957 op het kasteel wonen.

In 1965 werd het ruim 17 ha grote kasteeldomein met aanpalende weiden en landerijen door het gemeentebestuur aangekocht. De Borchtmeersen aan de oostzijde van het domein werden verkaveld tot een villawijk, de zogenaamde
"Borchtwijk".

Op het kasteeldomein werd een groot sportcentrum uitgebouwd. Het kasteel werd ter beschikking gesteld van het Vrij Instituut voor Lichamelijke Opvoeding (V.I.L.O.). Reeds in 1966 werd een schoolgebouw opgetrokken op de plaats van het voormalige neerhof, waar twee gebouwen werden gesloopt.

Bij de herbestemming van het kasteel tot internaat werden diverse functionele ingrepen uitgevoerd, onder meer aanbrengen van een betonnen trap na verwijdering van de bestaande trap en van een verbinding tussen traphal en kapel, indeling van de zolderverdieping in kamertjes en omvorming van de poortdoorrit en de stallen tot respectievelijk sporthal en conciërgewoning. Tevens werd in 1968 aan de zuidzijde een nieuwe eetzaal gebouwd. In 1969 werd het nieuw gebouwde jongensinternaat betrokken en het resterende gebouw van het neerhof werd gehalveerd.

In 1972 kreeg het internaat een bijgebouw aan de oostzijde, werden de laatste restanten van de neerhofgebouwen afgebroken en het westelijke grachtsysteem met verbinding naar de Devebeek gedempt.

De laatste jaren zijn er enkele werken aan het kasteel gebeurd waarbij onder meer de functionele ingrepen van de jaren 1960 werden hersteld naar de oorspronkelijke toestand.

Het poortgebouw van het domein wordt gemarkeerd door twee achthoekige wachttorentjes met een leien spits, die het fraaie tweedelige smeedijzeren hekken met rechte stijlen flankeren. De torens, vermoedelijk daterend van halverwege de 17e eeuw, zijn opgetrokken uit baksteen en hebben hoeken en schietgaten afgewerkt met natuurstenen blokken.

(Bronvermelding: Onroerenderfgoed.be)