Menen
Stadhuis en belfort (1813)
MENU
Terug naar HOMEPAGINA
Terug naar INHOUDSOPGAVE
Op deze tekeningen van Séraphin Vermote van 1813 is het stadhuis en het belfort te zien in Menen (provincie West-Vlaanderen).
De eerste tekening toont de voorzijde; de tweede tekening de achterzijde.
Deze gebouwen zijn nog steeds aanwezig en situeren zich op de Grote Markt van Menen.
Het stadhuis
Er was een eerste vermelding van dit stadhuis, toen een grote stadsbrand verschillende gebouwen op de Grote Markt en ook dit gebouw vernielde.
Tussen 1562 en 1568 werd het stadhuis heropgebouwd op het midden van het marktplein. Het omvatte een nieuw gebouwencomplex met een gevangenis, een lakenhalle, een conciërgewoning, een stadsweegschaal of waag en een vleeshuis.
In 1694 werd het gebouw door een brand opnieuw in de as gelegd; het werd kort nadien hersteld.
In 1706 werd het gebouw met de grond gelijk gemaakt tijdens het beleg van Menen door de geallieerde troepen onder leiding van de hertog van Marlborourgh.
De verschillende stadsdiensten huisden ondertussen in andere gebouwen in Menen.
Na omzwervingen vonden de stadsdiensten vanaf 1768 opnieuw onderdak in de gebouwen van de oude waag, op de noordwesthoek van het bouwblok.
In 1782 sloten de roede van Menen en het stadsbestuur een overeenkomst om een nieuw gebouw op te richten, dat door beide partijen kon gebruikt worden. Het gebouw moest dienen als vergaderplaats voor de baljuw en de schepenen van de Roede van Menen, als een vergaderplaats van de stedelijke magistraat en als een gevangenis en archiefbewaarplaats. Het stadhuis moest dus tevens fungeren als kasselrijhuis, het “Landhuys” genoemd. Het gebouw herbergde toen het bestuur van de roede van Menen, een administratief district dat Menen zelf en enkele omliggende dorpen omvatte.
Bij de voltooiing in 1782 vormden het stadhuis, het belfort, de hallen en de waag een vierkant complex met een open binnenkoer.
In 1794 werd de roede van Menen afgeschaft. De gebouwen werden aangeslagen en verhuurd aan het stadsbestuur, om dienst te doen als een volwaardig stadhuis.
Bij beschietingen door Franse revolutionairen werden de hallen en de waag vernield . Enkel het in 1782 nieuw gebouwde blok bleef overeind.
Op de tekening van de achterzijde van het stadhuis ziet men nog duidelijk de sporen van de beschietingen van 1794.
In 1808 werd het gebouw onder het Napoleontische bewind gerestaureerd. In 1838 werd de waag heropgebouwd en werden er winkelpuien naast het gebouw ingericht.
In 1896 gebeurde er opnieuw een restauratie. De schepenzaal en de gemeenteraadszaal worden grondig verbouwd. De gevelopstand van de Ieperstraat werd volledig vernieuwd. Hierbij werden de winkelpuien uit 1840 vervangen door sierlijke houten puien.
In 1921-1922 gebeurden er aanpassingswerken aan het gebouw. De vroegere waag en het eerste huis in de Ieperstraat werden ingepalmd ten behoeve van de stadhuiswerking. In 1922 werd één van de winkelpuien verwijderd. In 1927 werd een schuilkelder onder het stadhuis ingericht.
Van 1969 tot 1974 en in 1980-1981 gebeurden en er restauratie- en vernieuwingswerken.
In 1973 werd ook de zwaar beschadigde beeldengroep bovenaan de voorgevel van het stadhuis gereconstrueerd. Deze witstenen beeldengroep (circa 2,40 m hoog en 6,00 m breed) bestaat uit een bas-reliëf met wapenschild van de stad Menen, aan de linkerzijde geflankeerd door een allegorische voorstelling van de rechterlijke macht, aan de rechterzijde de bestuurlijke macht.
Het belfort
De werken voor de bouw van het belfort naast het stadhuis op de Grote Markt vingen aan in 1574, maar werden reeds in
1575 stilgelegd tijdens de godsdienstoorlogen die in 1575 in alle hevigheid losbarsten.
In 1602 waren er herstellingswerken aan het reeds voltooide deel en werden de werken hervat. Het belfort werd voltooid in 1610. In 1611 werd een uurwerk aangebracht. Tijdens een pestepidemie werd in 1631 een Onze-Lieve-Vrouw- beeldje
in een nis boven de ingang geplaatst.
In 1706 werd de spits vernield. In 1711 werd de toren hersteld met een toevoeging van een derde achthoekige gemetste verdieping afgesloten met een koepelvormig dak met een lantaarn en klokkenspel. Er werd in 1713 een nieuw uurwerk.
Bij beschietingen in 1794 door de Franse republikeinse troepen werden de lantaarn en de kap vernield.
In 1828 gebeurden er herstellingswerken met toevoeging van een vierde achthoekige verdieping, geheel afgesloten met een platform met een opengewerkte balustrade met stenen pijlers, die in 1890 werden vervangen door gietijzeren pijlers.
Van 1961 tot 1966 gebeurden er herstellingswerken.
(Bronvermelding: Onroerenderfgoed.be)