Kortrijk
Magdalenakapel (1813)
MENU
Terug naar HOMEPAGINA
Terug naar INHOUDSOPGAVE
De tekening van Séraphin Vermote toont ons de Magdalenakapel in Kortrijk anno 1813. In het onderschrift bij de tekening maakt Séraphin ook gewag van een kerkhof.
De kapel was gelegen aan de Marksesteenweg te Kortrijk ter hoogte van het kruispunt met de Graaf Karel de Goedelaan.
Vanaf 1233 bezat Kortrijk een leprozerie langs de weg van Kortrijk naar Rijsel. De mensen die leden aan lepra leefden hier in afzondering. Zeker vanaf 1331 was er een kapel verbonden aan deze leprozerij, die gewijd was aan de Heilige Magdalena. De oorspronkelijke kapel werd vermoedelijk gebouwd eind 13e eeuw. Tot het laatste kwart van de 16e eeuw was deze gelegen in een ommuurd en omgracht domein samen met een reeks andere gebouwen, een boomgaard, een groententuin en een wijngaard.
Tot in de 16e eeuw was “Het beluuck van Magadaleene”, zoals het toen noemde, een georganiseerde instelling voor de opvang van leprozen, een poort voorzien van een hekken gaf toegang tot het domein, bij herhaling werd ze van een nieuw slot voorzien.
In 1501 waren er waarschijnlijk ingrijpende herstellingswerken naar aanleiding van een brand.
In 1579 werd de kapel gesloopt in opdracht van het stadsbestuur om een vrij schootsveld te verkrijgen.
In 1607 werd er na een brand een nieuwe, ruimere kapel gebouwd op dezelfde plaats in opdracht van het stadsbestuur.
Het betrof een gotische kapel van 14 m lang en 8m breed gewijd aan de Heilige Magdalena die ook aangeroepen werd tegen hoofdpijn. De kapel was eigendom van de Sint Maartenskerk en viel ook onder deze parochie.
In 1635 werd rondom de kapel een begraafplaats ingericht voor de slachtoffers van de pestepidemie.
In 1636 werden 6 dubbelwoonsten voor pestzieken ten westen van de kapel gebouwd.
Tijdens de 17e en 18e eeuw werden geleidelijk de overige gebouwen op het terrein gesloopt.
In 1674 werd het meubilair uit de kapel verwijderd.
In 1761 werd een nieuw torentje op de kapel geplaatst.
In 1773 werd het interieur opgefrist..
In 1784 werd het terrein voor de leprozerie omgevormd tot een stedelijke begraafplaats. De kapel werd ingericht als een dodenkapel. De inwoners van de stad werden voorheen elders begraven zoals bijvoorbeeld bij de Sint Maartenskerk, terwijl de lepra- en pestlijders hier werden begraven. Vanaf 1785 (tot 1944) werd het een stedelijke begraafplaats, welke regelmatig werd uitgebreid door inname van de boomgaard en de woningen.
In 1806 werd de mooie gotische kapel heropend op initiatief van de omwonenden na de herstelling van een vervallen en geplunderd interieur.
In 1813 werd deze kapel getekend door Séraphin Vermote.
In 1867-1868 werd het kerkhof in westelijke richting uitgebreid.
In 1898 werd er een kleine sacristie bijgebouwd.
In 1904 werd een brandglasraam in de westgevel vervangen door een nieuw venster.
Kort vóór 1914 werden alle kruisen en zerken van de begraafplaats door het stadsbestuur verkocht.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog liep de kapel beschadigingen op welke in 1920 hersteld werden.
In 1944 werd het kerkhof zwaar beschadigd door een geallieerd bombardement. Het kerkhof werd gesloten en afgeschaft.
In hetzelfde jaar werd de kapel grotendeels verwoest, met uitzondering van de voorgevel en een gedeelte van de dakconstructie. Bij het bombardement van 12 juli 1944 werd de kapel immers door een dichte treffer beschadigd waardoor een gedeelte van de fundering en muren in de bomkrater vielen. De schokgolf verplaatste delen van de kapel en veroorzaakte verschillende scheuren en instortingen. In 1946 werden de puinen gesloopt uit veiligheidsredenen.
Het moet gezegd dat de kapel ook vóór het bombardement eigenlijk al niet meer werd onderhouden.
Enkele kerkelijke attributen werden naar de Sint-Maartenskerk overgebracht. Veel van het roerend patrimonium werd gestolen reeds vóór de aanvang van het ruimen van het puin.
Na het ruimen werd slechts een klein gedeelte van een zijmuur behouden.
In 1955 werd het terrein heringericht en opengesteld als stadspark, het huidige Magdalenapark.
In 1958 werd het voorstel om de kapel weer op te bouwen afgewezen.
In 1985 waren er opgravingen op de plaats van de kapelruïne, gevolgd door een heraanleg als archeologisch park.
(Bronvermelding: Wikipedia; Onroerenderfgoed.be)