Comines
 
Comines - Belfort en kerk (1813)






Deze tekening van Séraphin Vermote van 1813 werd niet gemaakt op Vlaams grondgebied, maar wel bijna pal op de grens tussen het Vlaanderen van die tijd en Frankrijk, namelijk in het Franse Comines in Frankrijk.

Langs de ene kant van de Leie ligt de stad Komen-Waasten, in de Belgische provincie Henegouwen. Zij vormt een Henegouwse exclave aan de zuidgrens van de provincie West-Vlaanderen. Vóór de vaststelling van de taalgrens in 1963 behoorden de deelgemeenten van de huidige fusiegemeente tot de Vlaamse provincie West-Vlaanderen, net als het naburige Moeskroen.

Langs de zuidelijke kant van de Leie ligt het Franse Comines. Dit is thans een gemeente in het Noord-departement in Noord-Frankrijk. De Leie vormt er de grens met België.

Archeologische opgravingen tonen een lange bewoningsgeschiedenis aan. In de 10e eeuw ontstond hier een belangrijke heerlijkheid en in 1096 werd Komen voor het eerst vernoemd, als Cumines, verwijzend naar een persoonsnaam of naar het Keltisch Comios, wat villa betekent.

In 1202 nam Boudewijn van Komen deel aan de Derde kruistocht. Geleidelijk groeide de op een gunstig knooppunt gelegen stad, er werden versterkingen opgericht en de lakennijverheid floreerde. In 1384 werd het kasteel herbouwd na diverse invallen van vreemde troepenmachten. In 1359 werd het eerste belfort opgericht. Regelmatig echter werd de stad geteisterd door militaire conflicten. Onder de heer Karel III van Croÿ werd de stad nogmaals hersteld, evenals het beschadigde kasteel.

De kerk Saint-Chrysole et Saint-Pierre werd voltooid in 1615 en het belfort, min of meer in zijn tegenwoordige vorm, kwam gereed in 1623.

In 1668 werd de stad in tweeën gedeeld. Het deel ten zuiden van de Leie kwam toe aan Frankrijk. Lodewijk XIV liet het kasteel versterken door Vauban, maar in 1664 werd deze vesting weer gesloopt, uit angst dat hij in handen van de Spanjaarden zou vallen.

De kerk zichtbaar op de tekening van Séraphin Vermote is de toenmalige kerk Saint-Chrysole et Saint-Pierre. Deze kerk bevond zich dicht bij het belfort en het stadhuis.

In 1925 begon de bouw van een nieuwe kerk, nadat de vorige tijdens de Eerste Wereldoorlog was verwoest.

Deze nieuwe kerk werd gebouwd in neo-Byzantijnse stijl. Ze werd ingehuldigd op 7 juli 1928, maar was pas volledig voltooid in juni 1929.

Op de tekening valt ook de mooie toren links van de kerk op. Het is het belfort van Comines. Het bevindt zich naast het stadhuis. Het stadhuis zelf werd pas gebouwd tussen 1922 en 1932.

Het eerste belfort van Komen werd aan het einde van de 13e eeuw gebouwd . In 1276 domineerde een uitkijktoren de stad. Bij hout heeft de constructie tot doel bescherming te bieden tegen indringers. Het brandde 30 jaar later af tijdens de brand die de stad verwoestte. Het werd verschillende keren herbouwd, zoals in 1382 nadat het door de Vlamingen was verbrand. Het werd herbouwd, omdat het steviger moest worden.

Het werd opgetrokken in steen, omringd door grachten en bekroond met een torenspits. Dit beschermde het niet tegen brand in 1427 en vervolgens in 1579, na de verwoesting ervan tijdens de godsdienstoorlogen. In 1594 financierde de familie de Croÿ de bouw van een nieuwe toren; het project duurde 40 jaar. In 1623 kreeg het belfort zijn vorm, een vierkante toren met een opvallende spits. Het was ook in de 17e eeuw dat het eerste stadhuis werd gebouwd, met de toevoeging van een hal. In de 18e eeuw werd het belfort eigendom van de stad met het stadhuis en de stallen.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd een groot deel van de stad verwoest, waaronder het stadhuis en het belfort, dat in 1918 door de Duitsers opgeblazen werd.

Begin jaren 1920 werden het stadhuis en het belfort heropgebouwd. Er werd  een nieuw stadhuis, in neo-Vlaamse stijl, aan het belfort bevestigd, een paar meter verplaatst maar op identieke wijze herbouwd als het belfort uit 1623.

Het stadhuis werd ingehuldigd in 1929 en het belfort in 1932.

Beide gebouwen liepen in de Tweede Wereldoorlog weinig schade op.

Het belfort, met een totale hoogte van 58 m, bestaat uit een vierhoekige toren van 22 m hoog, bekroond met een achthoekige bol bedekt met leisteen van 11 meter hoog, ondersteund door een betonnen frame. Twee op elkaar geplaatste lantaarns en een decoratieve lamp met een windwijzer en de kop van een monster sieren de rand. Rond de campanile draagt
​​de top van de toren een loopbrug omlijst door vier hoektorens.

(Bronvermelding: Wikipedia)