Brugge
Jan van Eyckplein (1813-1816)
MENU
Terug naar HOMEPAGINA
Terug naar INHOUDSOPGAVE
Het Jan van Eyckplein is een plein in het centrum van Brugge (provincie West-Vlaanderen).
Deze tekening moet dateren van vóór 1818, toen aan de Poortersloge, de toenmalige behuizing van de Academie voor Schone Kunsten, aan de oostkant een vleugel werd toegevoegd. Deze is hier nog niet te zien. Een autografe inscriptie met de pen, onderaan op het steunblad waarop de tekening geplakt is, wijst uit dat Vermote ze heeft opgedragen aan de directeur van de Academie. Waarschijnlijk dateert de tekening van de periode 1813-1816.
Het Jan van Eyckplein, gelegen aan het begin van de Spiegelrei, werd kort na 1787 aangelegd, toen de zogenaamde Nieuwjaars- of Sint-Jansbrug werd afgebroken en een eerste deel van de Kraanrei werd overwelfd.
Vóór de aanleg van het plein lag de Sint-Jansbrug in het verlengde van de Wijnzakstraat. Deze brug werd reeds vermeld in 1282 en was aanvankelijk van hout. In 1444 werd ze herbouwd als een drieledige boogbrug met een stenen borstwering.
Oorspronkelijk was er geen plein te bespeuren, maar liep de Reie door, met er boven een brug die de naam Sint-Jansbrug droeg. In 1787 werd de Reie op die plek overwelfd en werd de Sint-Jansbrug afgebroken. Zo ontstond een plein dat aanvankelijk de naam Sint-Jansbrug bleef dragen.
Het opvallende gebouw met de toren op de tekening is de zogenaamde Poortersloge. Het bevindt zich in het deel van Brugge dat zich in de late middeleeuwen richtte op de internationale handel.
De oorspronkelijke Poortersloge werd gebouwd tussen circa 1395 en 1417 en was bestemd om de ontmoetingsplaats te zijn van de Brugse commerciële elite. Vanuit het gebouw had deze elite zicht op het kanaal langs waar de zeeschepen Brugge binnenvoeren en kon over het succes of de mislukking van de invoerders gespeculeerd worden.
De ontspanningsvereniging “Het Genootschap van de Witte Beer”, vestigde er zich en werd eigenaar, misschien zelfs bouwheer. Deze Brugse ridderlijke steekspelvereniging, in of rond 1380 opgericht, een hele tijd na de legendarische heldendaad van Boudewijn I, kreeg kort na de constructie van het gebouw, van de stad de toestemming om het beeld van haar mascotte, een schilddragende beer, in een nis in de gevel te plaatsen. Vandaag staat het er nog en spreekt men nog steeds van het 'Beertje van de Loge'. Dit beertje vindt men op verscheidene andere plaatsen, ook op het wapenschild van Brugge.
Toen de Witte Beer tegen het einde van de vijftiende eeuw wegkwijnde, werd de stad eigenaar van de Poortersloge, waar ze trouwens al decennia zeer nauw bij betrokken was en een aantal kosten op zich nam.
In de 16e eeuw werd de benedenverdieping gebruikt als oefenlokaal door de schermersgilde van Sint-Michiel. Vanaf dezelfde periode hield de rederijkerskamer van de Heilige Geest er haar bijeenkomsten. Ook de Kamer van Koophandel of Gilde van de Makelaars hield er zijn bijeenkomsten tijdens de 17e eeuw.
Van 1720 tot 1890 was de in 1717 gestichte Vrije Kunstacademie er gevestigd. Er werd een begin van stedelijke kunstcollectie aangelegd en aldaar bewaard. Na het vertrek van de intussen hernoemde Stedelijke Kunstacademie, installeerde in 1912 het Rijksarchief zich in de Poortersloge.
Het gebouw kende een brand in 1755 en werd toen spoedig, mits enkele wijzigingen, heropgebouwd.
Omstreeks 1818 werd in het verlengde van het bestaande gebouw en gedeeltelijk boven de overwelfde Kraanrei, een nieuwbouw opgetrokken in net dezelfde stijl. Deze vleugel werd in 1897 terug afgebroken. Ondertussen was in 1854-55 het buurhuis 'Den Slyncker Keysere' in de Academiestraat aangekocht, afgebroken en vervangen door twee bijkomende traveeën, identiek gebouwd als de Poortersloge zelf.
Er werd een nieuwe stenen toren gebouwd. De traptoren is wel nog voor een deel authentiek. De doorlopende borstwering met waterspuwers is een verwijzing naar de Brabantse gotiek.
Eind 19e eeuw werd het Rijk eigenaar van de Poortersloge en huisvestte er de Brugse afdeling van het Rijksarchief in.
In 2012 vertrok het Rijksarchief naar nieuwe gebouwen aan de Predikherenrei. De stad Brugge werd in 2014 opnieuw eigenaar van de Poortersloge. Eind 2016 kreeg het gebouw een functie als tentoonstellingsruimte voor hedendaagse kunst.
In de Franse tijd kwam stilaan de naam 'Academieplaetse' in gebruik, naar de teken- en schildersacademie die in de Poortersloge gevestigd was. In 1844 voerde het stadsbestuur de naam 'Jan van Eyckplaats' in, als hulde aan de schilder Jan van Eyck, die er in 1856 een marmeren standbeeld kreeg. In 1871 werd dit beeld verwijderd, waarna het een eeuw op de Burg heeft gestaan. Sinds 1971 staat het op het binnenplein van de Academie. De inhuldiging van het huidige beeld op hoge arduinen sokkel van 1878 was de aanleiding voor de restauratie met stadstoelage van verschillende huizen op dit plein.
Op de tekening van Séraphin Vermote is rechts ook gedeeltelijk de gevel te zien van het Tolhuis. In de middeleeuwen werd tol geheven aan de Sint-Jansbrug, nu het Jan van Eyckplein. Met dat geld herbouwde Pieter van Luxemburg, ridder van het Gulden Vlies, in 1477 het Tolhuis. Het laatgotische voorportaal draagt dan ook zijn gepolychromeerde wapen.
Tot aan de Eerste Wereldoorlog was het plein bij de Bruggelingen bekend als Petattenmarkt, omdat er wekelijks een aardappelenmarkt werd gehouden.
Nu heeft het Jan van Eyckplein vooral een horeca- en woonfunctie.
(Bronvermelding: Wikipedia)