Brugge
Carmersstraat (1818)
MENU
Terug naar HOMEPAGINA
Terug naar INHOUDSOPGAVE
De tekening van Séraphin uit 1818 toont een beeld van de Carmersstraat in Brugge, waar de Sint-Sebastiaansgilde was gevestigd.
Het is een gilde van kruisboogschutters (in het Frans "Gilde des Arbalétriers"). Merk op dat deze plaats uitstekend bewaard is gebleven. Deze gilde kent ook een zeer rijke geschiedenis.
De Sint-Sebastiaansgilde is een meer dan 600 jaar oude schuttersgilde in de Carmersstraat in Brugge (provincie West-Vlaanderen). De gilde is, als georganiseerde vereniging, ontstaan in de 14e eeuw. Ze kreeg toen als militaire gilde en als ontspanningsvereniging een duidelijke organisatie, die er een van de belangrijke ontmoetingsplaatsen van maakte voor de stedelijke burgerij.
In 1454 vestigde de gilde zich op een eigendom aan de Rolweg. In 1572 kocht de gilde een gebouw en tuin aan, genaamd Lombaertsheester in de Carmersstraat, waar ze tot vandaag gevestigd is.
Tijdens de 17e eeuw werden deze gebouwen verder uitgebouwd in laatgotische stijl. Rond 1900 werd het complex ingrijpend hersteld in neogotische stijl. In de loop van de 20e eeuw werden herhaaldelijk restauratiewerken uitgevoerd.
Vandaag bewaart de gilde er haar kunstcollectie en haar archieven.
De gilde werd genoemd naar Sint-Sebastiaan, de behoeder van de “haestighe ende onvoorsiene dood”. Het gaaischieten, de centrale activiteit van deze gilde, was vanaf het begin de ontspanningsbezigheid bij uitstek, evoluerende door de eeuwen heen naar een onderverdeling in vier disciplines: liggende wip op 18 m, staande wip op 30 m, doel op 25 m en doel op 60 m.
De politieke erkenning van ambachtsgilden en het toekennen van een zekere rechtspersoonlijkheid aan deze gilden kwam op gang vanaf het begin van de 14e eeuw. Ze werden een symbool van stedelijke macht.
Stedelijke boogschutters, initieel voornamelijk de kruisboogschutters, vormden reeds in de 13e eeuw geduchte strijders, die tactisch in afzonderlijke korpsen binnen de stadslegers werden ingezet. Begin de 14e eeuw vormden ze gilden.
De gilden van kruisboog- en handboogschutters ontstonden als religieus-caritatieve broederschappen, opgericht in de marge van hun militaire activiteiten, militaire milities waar ze zich in beperkte kring konden oefenden in het schieten. Ze schoten horizontaal op de wieken van de windmolens en verticaal op de doelen opgesteld tussen de molenbergen. Bij de voornaamste schieting, de papegaaischieting, kreeg de beste schutter de titel van ‘koning’.
De Sint-Sebastiaangilde is de enige vereniging die dateert uit de bloeiperiode van de stad Brugge en onafgebroken tot heden is blijven functioneren.
Het gebruik op de slagvelden van vuurwapens verhaastte de evolutie van de schuttersgilden naar sportieve gezelligheidsverenigingen. Ook de Sint-Sebastiaansgilde legde zich voortaan toe op schietcompetities, tornooien, feesten, banketten, deelnamen aan stoeten en processies, escortes van landvoogden en andere prominenten, reizen naar en competities met andere schuttersgilden.
Hun activiteiten kregen een mondain karakter met feesten waaraan heel de stad deelnam. De gilde beschikte vanaf 1424 over uitgebreide statuten die de werking en organisatie tot in detail vastlegden. Vanaf 1454 werden ze eigenaar van eigen lokalen in de Rolweg. De leden van de Sint-Sebastiaansgilde waren vooral middenstanders en ambachtslieden. De gilde werd goed bestuurd met als gevolg dat ze er financieel goed voorstond en in 1572-73 de aankoop van het Lombaertsheester in de Carmersstraat kon realiseren.
De Eerste Wereldoorlog en de Tweede Wereldoorlog waren aanleiding tot het praktisch stopzetten van het verenigingsleven, onder meer bij de schuttersverenigingen. De gebouwen werden door het leger gebruikt als veldhospitaal. Vanaf de bevrijding in 1944 werden de activiteiten hernomen.
Op de tekening van Séraphin Vermote is ook de koepel te zien van het Engels Klooster langs de Carmersstraat.
Het Engels Klooster Onze Lieve Vrouw van Nazareth (English Convent) is een klooster met koepelkerk in de Carmersstraat in Brugge (West-Vlaanderen).
Het Sint-Monicaklooster te Leuven, een volledig Engels klooster dat in 1609 gesticht werd door de Windesheimer priorij Sint-Ursula, uit diezelfde stad en geworteld in de spiritualiteit van de Moderne Devotie en met de Regel van de Heilige Augustinus, kreeg in de 16e eeuw een toevloed van Engelse kandidaten. Engelse kanunnikessen uit Leuven kwamen zich in 1629 in Brugge vestigen in "Nazareth", een passantenhuis voor pelgrims. Tegen 1650 stond er een volwaardig klooster door de bekostiging.
Wegens de Franse Revolutie werden de zusters in 1794 gedwongen naar Engeland te vluchten. Ze verbleven in Hengrave Hall (Suffolk), maar in 1802 beslisten ze om naar Brugge terug te keren. De gemeenschap kreeg toen de naam "Engels Klooster". Tot het einde van de 19e eeuw werden er alleen Engelse kandidaten aanvaard. Sedert de nieuwe stichting in Engeland in 1886 zijn er verschillende nationaliteiten in de gemeenschap aanwezig.
Van bij het begin was er aan het klooster een school verbonden met als doel Engelstalige meisjes uit diverse landen een godsdienstige opvoeding te verschaffen. Naderhand werd het een 'finishing school' waar hoofdzakelijk meisjes uit de Belgische adel en hogere burgerij Franstalig onderricht ontvingen. In 1973 werd deze school, die niet in de mogelijkheid was wettelijke diploma's af te leveren, opgeheven en verbouwd tot een gastenverblijf. De naam "Nazareth" werd voor dit onthaalhuis behouden.
In 2008 werd het gedeelte gastenverblijf aangekocht door de vzw Hemelsdaele-Sint-Leocollege, die het tot 2017 in gebruik nam als internaat.
De priester en dichter Guido Gezelle werd begin 1899 tot geestelijk directeur van het klooster benoemd. Hij overleed op 27 november van dat jaar in het proosthuis van het klooster. Dit wordt herdacht door een versje bij de ingang van het klooster: “En 'k hoorde de veugeltjes zoo geerne schufelen”, wat vermoedelijk Gezelles laatste woorden waren.
Tijdens de enkele maanden van zijn proostschap was Gezelle geestelijk begeleider van de kloosterzusters en als godsdienstleraar van de meisjes in de kloosterschool. Hij werd voornamelijk in deze functie benoemd omdat bisschop Waffelaert de vertaler van zijn Geestelijke oefeningen graag bij de hand had.
In de 18e eeuw werden serieuze bouwwerken uitgevoerd. De refter en de pandgang werden vergroot en de gesloten straatgevel kreeg een classicistische poort. Er werd tussen 1736 en 1739 een koepelkerk opgetrokken. Deze eenbeukige kerk is laatbarok of vroegclassicistisch. De toegang werd in 1802 dichtgemaakt. Boven de toegang bevindt zich een doorbroken fronton dat door een beeldnis bekroond wordt.
(Bronvermelding: Wikipedia)