Brugge
 
Burg (1814)





Séraphin Vermote maakte deze tekening in 1814. Op de tekening is de Burg te zien in Brugge (West-Vlaanderen). Men ziet duidelijk het toenmalige stadhuis en de Heilig-Bloedkapel.

De Burg is een plein en voormalige vesting in Brugge. De site behoort tot de oudste kern van de stad. Oorspronkelijk was het een omwalde burcht voorzien van toegangspoorten. Hij was gelegen op het knooppunt van de mogelijk Romeinse weg Oudenburg-Aardenburg en de Reie.

De burcht had een oppervlakte van circa 1 ha. Graaf Arnulf I (889-965) bouwde de Brugse burcht uit tot een machtscentrum met keizerlijke allures, een gebied van 1,5 ha. Van de 11de tot het einde van de 13de eeuw bevond zich aan de westzijde van het plein een van de residenties van de graven van Vlaanderen, Het Steen.

Binnen de versterking werd in het noorden de burchtkerk opgetrokken, toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Donaas. Later werd het bijhorend kapittel van kanunniken gesticht. Hieraan ontleende de burcht zijn tweeledige functie: de zuidelijke helft had een civiele functie en de noordelijke helft een kerkelijke.

Toen Brugge in 1559 een bisdom werd, werd de Sint-Donaaskerk een kathedraal. Deze kathedraal werd in 1799 afgebroken. In de kelders van het Crowne Plaza Hotel is een deel van de fundamenten van de afgebroken kathedraal te bezichtigen.

Het huidige plein wordt omringd door verschillende historische gebouwen, zoals het vroegere Landhuis van het Brugse Vrije, de voormalige Civiele Griffie, het stadhuis, de Basiliek van het Heilig Bloed en Sint-Basiliuskapel en de voormalige Sint-Donaasproosdij.

Sinds de sloop van de kathedraal is het plein zowat verdubbeld in oppervlakte tot circa 1,1 hectare, en daarmee groter dan de Grote Markt. Het blijft echter opgesplitst in twee herkenbare op elkaar aansluitende delen.

Tussen de Burg en de Philipstockstraat loopt een korte straat, die Burgstraat heet.

Het stadhuis van Brugge is gebouwd in 1376 en afgewerkt rond 1400. Van hieruit wordt de stad sindsdien bestuurd.

Na een brand in het Brugse belfort in 1280 werd het oude ghyselhuus op de Burg, de toen niet meer gebruikte grafelijke gevangenis, de nieuwe vergaderplaats van de stadsschepenen. In 1376 werd het ghyselhuus in opdracht van graaf Lodewijk van Male gesloopt om plaats te maken voor een echt scepenhuus, dat pas in 1421 volledig was voltooid. Het Brugse stadhuis is het eerste monumentale laatgotische raadhuis van Vlaanderen en Brabant, een getuige van de economische en politieke bloei van de stad tijdens de 14e eeuw.

Op de muurdammen bevinden zich beelden van historische figuren onder versierde baldakijnen, die meermaals werden vernieuwd.

De gekanteelde borstwering, die de gevel afwerkt, is versierd met erkertorentjes.

Na een brand in 1887 was het interieur van het raadhuis er slecht aan toe.  Tussen 1895 en 1905 gebeurden er aanzienlijke restauratiewerken.

In de gotische zaal van het stadhuis komt de Brugse gemeenteraad nog maandelijks samen en worden er huwelijken voltrokken.

Het stadhuis is daarnaast ook een museum en valt onder Musea Brugge. Zowel de gotische zaal met muurschilderingen en kleurrijk gewelf, als de historische zaal met een moderne opstelling over de geschiedenis van Brugge, zijn open voor publiek.

De Kapel van het Heilig Bloed werd pas in 1923 verheven tot basiliek. Het is een dubbelkapel. Beneden ligt de Sint-Basiliuskapel (1139-1149), de enige volledig bewaarde romaanse kerk in West-Vlaanderen. Ze is gewijd aan de Heilige Basilius. Dit was de huiskapel van de graven van Vlaanderen, meer bepaald van Diederik van de Elzas, graaf van Vlaanderen.

Tussen het stadhuis en de Sint-Basiliuskapel ligt de kleine Sint-Ivokapel, die onder het ancien régime de bidplaats was van de Brugse rechtsgeleerden en van hun vereniging, genaamd De Sabbatine.

De Basiliuskapel en de Ivokapel werden de onderbouw van de gotische bovenkapel, de Heilig Bloedkapel, waar de relikwie wordt bewaard van het Heilig Bloed, die elk jaar op Hemelvaartsdag wordt rondgedragen in de Heilig Bloedprocessie. Ook de Heilig Bloedkapel was oorspronkelijk romaans, maar werd in de 15e eeuw in gotische stijl gerenoveerd.

Tijdens de Franse Revolutie werd de bovenkapel grotendeels verwoest en in 1819-1839 opnieuw opgebouwd. Ze is thans een pronkstuk van neogotische aankleding. De beide kapellen werden in 1923 tot basiliek verheven en bevatten heel wat kunstvoorwerpen en een museum.

Het trappenhuis werd gebouwd tussen 1528 en 1532, mogelijk ter vervanging van een eenvoudige trap die toegang gaf tot de Heilig Bloedkapel. Het trappenhuis is in een laatgotische stijl met renaissance-kenmerken gebouwd, net zoals de rechts aangebouwde Criminele Griffie. Tussen 1829 en 1839 werden het trappenhuis en de Criminele Griffie gereconstrueerd met hergebruik van het bouwmateriaal en het beeldhouwwerk, waarbij het gebouw vier meter achteruit werd geplaatst. De gevels van de twee gebouwen werden pas tussen 1891 en 1894 afgewerkt, waarbij het beeldbouwwerk vernieuwd werd.

De Burg is vandaag – naast een favoriet decor voor verschillende voorstellingen en optredens – een belangrijke toeristische trekpleister.

(Bronvermelding: Wikipedia ; Onroerenderfgoed.be)