Avelgem
 
Sint-Martinuskerk en Scheldeburcht (1812)






De Sint-Martinuskerk van Avelgem (provincie West-Vlaanderen), zoals hier in 1812 afgebeeld door Séraphin Vermote, werd in 1866-1873 afgebroken.

De oudste vermeldingen van een kerkgebouw op die plaats dateren uit jaar 1269 of 1286. Toen lag het gebouw op het grondgebied van de Heerlijkheid Avelgem.

De eerste kerk was een romaanse kerk met een vierkante toren. In het jaar 1485 werd de kerk door Gentse opstandelingen verwoest. Zo'n honderd jaar later, omstreeks 1580, in de Geuzentijd, brandde de kerk bijna volledig uit.

Aan het einde van de 16e eeuw werd ze weer opgebouwd, dit keer in gotische stijl. Ze werd in 1620 ingewijd. Door verscheidene oorlogen raakte de kerk in verval. De latere Franse Revolutie deed dit nog bespoedigen. Het is deze kerk die op de tekening van Vermote staat afgebeeld.

Tussen de jaren 1866 en 1869 werd er naast het kerkgebouw een nieuwe neogotische kerk gebouwd, waarna het oude gebouw tussen 1866 en 1873 werd afgebroken.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog, in oktober 1918, werd de kerk plat gebombardeerd door de Duitsers. De heropgebouwde kerk werd ten slotte in 1928 ingewijd. De kerk is gewijs aan Sint-Martinus van Tours. De Sint-Martinuskerk werd recentelijk gerenoveerd (2017-2020).


De Scheldeburcht

Naast de kerk is op de tekening het kasteel van Avelgem te zien. Dit kasteel was het kasteel van de heren van Avelgem, de zogenaamde “Scheldeburcht”.

De oudste vermelding van een "curia" (zetel of woning) van de heren van Avelgem dateert van 1202. Vermoedelijk betrof het een donjon op een rechthoekig grondplan. In 1269 is er reeds sprake van een "castrum" of versterkte burcht, gelegen in de onmiddellijke nabijheid van de kerk.

De meest markante periode uit de geschiedenis van het kasteel van Avelgem is wellicht die van het "Huus de Playsance" onder de roemrijke Lodewijk van Gruuthuuse, heer van Avelgem in de 15de eeuw. Deze liet ingrijpende verbouwingen aan het kasteel uitvoeren.

Tijdens de godsdiensttroebelen op het einde van de 16de eeuw werd het kasteel zwaar beschadigd, waarna het hersteld werd door Catharina van Brugge.

Omstreeks het midden van de 17de eeuw was het een rijkelijk ingerichte residentie van de heren van Avelgem. Tijdens de tweede helft van de 17de eeuw liet Claude Richardot het kasteel opneiuw grondig verbouwen, met onder meer de vervanging van de bestaande daken door mansardedaken.

De familie d' Ursel, eigenaar vanaf 1701, liet het kasteel op het einde van de 18de eeuw verkommeren en bij de aanvang van de 19de eeuw was het onbewoond en in verval.

De zuidoostelijke vleugel werd in 1804 ingericht als gemeentehuis (tot 1868).

In 1813, een jaar nadat Séraphin Vermote de tekening maakte, bekwam de gemeente, die het kasteel huurde, de toelating van de hertog van Ursel om een straat (de huidige Kasteelstraat tussen het Daniel Vermandereplein en de Oudenaardsesteenweg) doorheen het kasteel te trekken.

Hiervoor werd het poortgebouw en een deel van de noordoostelijke vleugel gesloopt en de omwalling gedempt.

De noordwestelijke vleugel werd in 1847 gebruikt als weefatelier voor minder begoede jongens; in de bijgebouwen werd de gendarmerie ondergebracht. Een ander deel werd verhuurd aan een particulier, die er een textielfabriek in onderbracht en aan de broeders van Goede Werken, die het lager onderwijs verzorgden.

Op 1 oktober 1872 werd het Sint-Jan-Berchmanscollege opgericht en ondergebracht in de twee resterende vleugels van de voormalige Scheldeburcht.

Uiteindelijk kwam het kasteel door erfenis in handen van de familie Vergauwen, die het in 1873 aan het bisdom schonk.

In 1878 werd een neogotische kapel aangebouwd en vervolgens werden verbouwingen en uitbreidingen aan de schoolgebouwen doorgevoerd.

In 1918 werd het gebouw zwaar beschadigd door geallieerde beschietingen bij de bevrijding van Avelgem.

In 1924 werd de net opgerichte Decanale Vereniging Sint-Martinus van Avelgem de eigenaar.

In 1957 vond de (illegale) sloop plaats van de noordwestelijke vleugel, teneinde daar een nieuwe scholenvleugel (van 1959 tot 1961) van het Sint-Jan-Berchmanscollege op te richten.  Het complex werd dus deels opgetrokken op gronden, vrijgekomen na afbraak van verschillende delen van het kasteel van Avelgem.

Het bewaarde deel, de zuidoostelijke vleugel, huisvest tegenwoordig een conservatorium.

De zuidoostelijke vleugel ligt nu naar de straatzijde gericht, maar deze voorgevel was oorspronkelijk naar de binnenplaats gekeerd. Deze heeft nu nog het uiterlijk van omstreeks 1700 en is gebouwd in rode baksteen. De achtergevel heeft een centrale halfronde toren.

De oostzijde van de straat wordt thans gedomineerd door de resterende vleugel van het kasteel.


(Bronvermelding: Wikipedia; Onroerenderfgoed.be)