Oostende
Oostelijke Zeedijk
MENU
Terug naar HOMEPAGINA
Terug naar INHOUDSOPGAVE
Oostende : Oostelijke Zeedijk
Ansichtkaart van
1910
versus Foto (Google Maps) van
2017
De ansichtkaart van 1910 toont de oostelijke Zeedijk in Oostende (provincie West-Vlaanderen). Deze maakt thans deel uit van de Albert I-Promade.
Rechts is op de hoek van de Hertstraat met de Zeedijk het "Hôtel du Littoral" te zien.
De Albert I-Promenade is een zeewering en wandeldijk die loopt vanaf de Langestraat (oostelijk gedeelte) tot de Parijsstraat (westelijk gedeelte), met centraal het Casino-Kursaal. De huidige benaming dateert pas van 1934.
Oorspronkelijk werd deze wandeldijk enkel aangelegd als een versterking tegen de zee. Het oostelijk gedeelte behoorde tot de vesting en was gescheiden van de binnenstad door een wal, die enkel toegankelijk was via het "Hulppoortje" of
"Porte de secours du Nord" (1740) en een houten brug over de stadsgracht ter hoogte van de huidige Hofstraat.
De dijk sloot ten oosten aan bij de zogenaamde "Kanonnendijk" op de westoever van de havengeul. Er waren verbredingen ter hoogte van de huidige Christina- en Louisastraat, gebruikt als zogenaamde wapenpleinen voor het opstellen van kanonnenbatterijen.
Vanaf het einde van de 18e eeuw kwam het badleven in Oostende pas goed op gang. Er werden vanaf 1783 badkarren verhuurd aan het Ooststrand, het huidige zogenaamd "Klein Strand" tussen het Westerstaketsel en de Zeedijk. Vanaf het tweede kwart van de 19e eeuw ontwikkelde het toerisme zich tot de meest rendabele activiteit. Het jaarlijkse langdurig verblijf van de koninklijke familie in de stad stimuleerde anderzijds het elitair toerisme.
Het centrum van het strand- en badleven situeerde zich aan het Ooststrand en het strand vóór de zogenaamd "Grote Zeedijk" (oostelijk deel tot aan het huidige Casino-Kursaal). Het Ooststrand werd verbreed wanneer het Westhoofd oostwaarts werd verschoven voor het vernauwen van de havengeul (1833-1837).
Aanvankelijk werden slechts enkele kleine houten barakken uitgebaat als winkeltjes en kiosken. Vanaf 1830 werden de eerste permanente zeedijkpaviljoenen opgericht aan de oostzijde en centraal op de Grote Zeedijk; ze werden ingericht als café-restaurant-badhuizen voor de toeristen uit de hogere klassen.
In 1842 wordt de "Sint-Pietersbrug" aangelegd ter hoogte van de Christinastraat als een tweede toegang tot de dijk. In 1851 werd een eerste Kursaal gebouwd.
Vanaf de tweede helft van de 19e eeuw verschoof het badtoerisme zich meer naar het Weststrand, onder meer doordat het Ooststrand kleiner werd na een ontzandingproces door het herstellen van strandhoofden en havenwerken. Tussen 1854 en 1861 kwam er een dijk- en duinversterking. In 1858-1859 werden diverse nuts- en ontspanningsgebouwen gebouwd.
Tussen 1865 en 1868 werden de vestingen ontmanteld, de houten bruggen tussen stad en dijk afgebroken en de vrijgekomen strook verkaveld.
Langs de westelijke Zeedijk werden de eerste hotels in baksteenbouw opgetrokken zoals "Pavillon National", later "Hôtel de l'Océan" van 1865 tot 1867. Erna onder meer het imposante "Hôtel de la Plage" (1868).
In 1868-1869 werd de oostelijke zeedijk nogmaals verbreed en werd de Noordgracht opgevuld ter vergroting van de zeedijk en omwille van gevaar van dijkbreuk en overstromingen.
In 1875-1878 werd het nieuwe Kursaal gebouwd op de westzijde van de grote Zeedijk, op de plaats van het huidige Kursaal.
Vanaf het laatste kwart van de 19e eeuw had men de inzet van de Belle Epoque-periode met mondain elitetoerisme. Er werden verschillende aaneengesloten dijkhuizen op smalle percelen gebouwd. Ze vormden een gevelwand met een afwisseling van zwaar versierde eclectische gevels met ornamenten in neostijlen onder meer aanknopend bij classicisme, renaissance en gotiek.
De mondaine hotels namen grotere percelen in en vestigden zich bij voorkeur in hoekpanden waar hun imposante volumes van vier bouwlagen en meer verrijkt werden met beeldbouwwerk en uitgewerkte hoekafwerkingen, al dan niet voorzien van grillige torens.
Zo werd op de hoek van de Hertstraat en de Zeedijk het "Hôtel du Littoral" in 1921 verbouwd tot "Littoral Palace".
In 1881 werd ten noordoosten een volwaardige Zeedijk aangelegd die boogvormig aansluit op het Westerhoofd en de smalle slingerende Kanonnendijk en de Jeneverbrug verving. Tussen 1898 en 1907 werd het Kursaal verbouwd en uitgebreid.
Na de Eerste Wereldoorlog was er beperkte schade. Het elitetoerisme flakkerde nog even op, maar er was weinig nieuwbouw tijdens het interbellum. In de jaren 1930 werden er eerste badinstallaties ingericht. Over een lengte van circa 220 meter werden drie gebouwencomplexen onder en tegen de Zeedijk aangebouwd, onderling verbonden door brede trappen met respectievelijk luxecabines, cabines van tweede klasse en sportcabines.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden er bunkers opgetrokken op de dijk en werden dijkhuizen en hotels ingekapseld in de zogenaamde “Atlantikwall”.
In 1942 werd het tweede Kursaal afgebroken voor de bouw van een Duitse bunker. Er was zware oorlogsschade.
Na de Tweede Wereldoorlog nam de democratisering van het toerisme sterk toe.
Zo werd het "Littoral Palace" verkocht aan een verzekeringsmaatschappij die er in 1957 de sociale instelling "Les Heures Claires" in onderbracht. Het gebouw werd gesloopt in 1985 voor een nieuw appartementsgebouw zogenaamd "Résidence Belvedère" De vernielde villa's en palace-hotels werden vervangen door grote appartementsgebouwen met veelal horecafuncties op de begane grond, uitgerust voor het massatoerisme vanaf de tweede helft van de 20ste eeuw.
(Bronvermelding: Inventaris Onroerend Erfgoed 2026: Zeedijk (Oostende) (online), https://id.erfgoed.net/themas/7021 - geraadpleegd op 11 juli 2026 - CC BY-SA 4.0)
Bekijk deze locatie in Google Street View