Brussel
Sint-Jacob-op-de-Koudenbergkerk
MENU
Terug naar HOMEPAGINA
Terug naar INHOUDSOPGAVE
Brussel : Sint-Jacob-op-de-Koudenbergkerk
Ansichtkaart van
1917
versus Foto (Google Maps) van
2024
Op deze ansichtkaart van 1917 is de Sint-Jacob-op-de-Koudenbergkerk te zien. Deze kerk bevindt zich op de Koudenberg aan het Koningsplein in Brussel.
Omstreeks 1100 werd door de graaf van Leuven een burcht gebouwd aan de weg die Brussel van oost naar west doorkruiste. Er werd tevens een gebedshuis gebouwd. Het is mogelijk dat dit gebedshuis oorspronkelijk de hofkapel was van deze burcht. Uit deze periode dateert ook de naam “Coudenberg”.
Ook is het mogelijk dat de Sint-Jacobskerk verbonden was aan een hospitaal voor pelgrims, dat gelegen was in de buurt van het hoger genoemde kasteel. Dit zou verklaren waarom Sint-Jacob als patroonheilige werd gekozen. Het bestaan van de kerk werd reeds beschreven in de 12e eeuw; de namen van de bedienaars zijn bekend vanaf het jaar 1121.
In 1162 werd het gebouw samen met het hospitaal aan de Orde van de Tempeliers overgedragen.
Op het einde van de 12e eeuw breidde de stad Brussel uit en na de bouw van de tweede stadswal (vanaf 1356 tot 1383) bevond Sint-Jacob zich samen met de twee andere parochies van het hooggelegen stadsdeel binnen de stadsmuren.
Hierdoor won Koudenberg aan belang. Door nalatenschap en erfrecht ging het hertogdom Brabant in 1430 over naar de kroon van de hertogen van Bourgondië. Filips de Goede vergrootte en verfraaide het paleis op Koudenberg, onder meer door een prestigieuze ontvangstzaal te bouwen waarin de Staten-Generaal der Bourgondische Nederlanden werden gehouden.
Maria van Bourgondië werd in het gebedshuis op Koudenberg in 1457 gedoopt en in 1465 vond er de begrafenisplechtigheid van Isabella van Bourbon, echtgenote van Karel de Stoute, plaats. Ter herinnering aan zijn ouders bouwde keizer Karel V (1500-1558) achter het Aula Magna een gotische kapel. Deze zou verdwenen zijn gedurende uitbreidingswerken.
In 1579 werd het gebedshuis op Koudenberg beschadigd ingevolge de gewelddadigheden tijdens de Beeldenstorm.
De aanvang van de 17e eeuw was voor Koudenberg de meest glorierijke periode. Zo werd het gebedshuis in 1618 verheven tot parochiekerk. In hun functie van staatshoofd van de Spaanse Nederlanden verfraaiden de aartshertogen Albrecht en Isabella hun hof in het imposante aartshertogelijk kasteel op Koudenberg.
Ongeveer een eeuw later, tijdens de nacht van 3 februari 1731, vernielde een brand het kasteel: slechts de ruïnes bleven over. Alléén de kapel ontsnapte aan het onheil. Als gevolg daarvan vestigde het hof zich elders en de ruïnes werden bij gebrek aan geldelijke middelen gedurende zowat veertig jaar aan hun lot overgelaten.
Deze van oorsprong gotische middeleeuwse kasteelkerk die in 1731 herschikt werd als abdijkerk en waarvan de gevel naar de Naamsestraat was gekeerd, leed schade tijdens een brand in 1743. Ze werd een aantal jaren later gesloopt op bevel van Karel van Lotharingen (1712-1780). Deze laatste ontwikkelde op dat ogenblik immers een neoclassicistische omgeving voor het Koningsplein.
Twee van de negen gebouwen op het Koningsplein werden aan weerszijden van de kerk aangebouwd. De huidige kerk werd ontworpen met een gevel die het uitzicht had van een naar het Koningsplein toegekeerd Romeins peristylium. De kerk werd gebouwd tussen 1776 en 1787. Het portiek was reeds in 1780 voltooid.
Het huidige sobere maar gelijktijdig statige neoclassicistische schip, de kruisbeuk, het koor, de Korinthische zuilen en de sacristie werden in 1785 en 1786 gebouwd. Na de wijding in 1787 kreeg het gebouw zijn vroegere functie van parochie- en abdijkerk weer. Om die reden werd in het koor aan beide zijden een koorgestoelte voor de monniken geplaatst. Maar gedurende de Franse Revolutie werd de abdij verboden en de kerk werd benut als een 'Tempel der Rede' en later als 'Tempel van de Wet'. Het gebouw werd terug vrijgegeven voor de katholieke gebedsdienst in 1802.
In 1831 legde prins Leopold van Saksen-Coburg op de portaaltrappen de grondwettelijke eed af als eerste vorst van België. De achthoekige houten klokkentoren dateert uit 1849. In die periode werden ook de twee zijbeuken toegevoegd.
Het kerkhof is rechtstreeks met het Koninklijk Paleis verbonden. De Sint-Jacob-op-de-Koudenbergkerk is de hoofdkerk van het diocees bij de Belgische Krijgsmacht en is thans de parochiekerk van het Koninklijk Paleis. In het koor bevindt zich een koninklijke loge die een rechtstreekse toegang geeft tot de tuin van het Koninklijk Paleis.
Links op de ansichtkaart is het Hotel Belle-Vue te zien, een voormalig 18e-eeuws hotel. Koning Leopold II liet het Koninklijk Paleis volledig herbouwen en kocht het hotel in 1902, zodat het deel uitmaakte van het complex. Het hotel werd opnieuw ingericht, vernieuwd, verfraaid en bemeubeld zodat prinses Clementina haar intrek in de grote salons kon nemen. De prinses verliet het paleis na haar huwelijk. Van 1905 tot 1934 deed het gebouw dienst als woonverblijf voor de hertogen van Brabant, de latere Leopold III van België en koningin Astrid.
Gedurende de eerste jaren van hun huwelijk woonden ze in de salons op de tweede verdieping. Groothertogin Josephine Charlotte werd in de slaapkamer van prinses Clementine geboren. Nadien verhuisde de prins met zijn vrouw en dochter naar Laken, na de dood van zijn vader.
In juli 2005 opende in dit gebouw een museum (BELvue-museum), bij de festiviteiten van 175 jaar België. Het museum is gelegen naast het Koninklijk Paleis en op een van de hoeken van het Koningsplein. In het museum is ook toegang tot de oude kelders en gangen en de Aula Magna van het Paleis op de Koudenberg.
(Bronvermelding: Wikipedia: https://nl.wikipedia.org/wiki/Sint-Jacob-op-Koudenberg (online) - geraadpleegd op 15 juli 2026 - CC BY-SA 4.0)
Bekijk deze locatie in Google Street View