Brussel
 
Grote Markt





Brussel : Grote Markt


Ansichtkaart van 
1909  versus  Foto (Google Maps) van 2019





De oude postkaart van 1909 toont de Grote Markt te Brussel (provincie Vlaams-Brabant).



Broodhuis

Aan de linkerkant is het zogenaamde “Broodhuis” te zien. Het Broodhuis (in het Frans: Maison du Roi) is een gebouw uit de 19e eeuw. In dit gebouw is nu het Museum van de Stad Brussel gevestigd met een veelzijdige collectie uit de geschiedenis van Brussel.

In het begin van de 13e eeuw stond er op de Grote Markt een houten constructie waar de bakkers hun broden verkochten.

Deze houten broodhal werd in 1405 vervangen door een stenen gebouw. Maar in het begin van de 15e eeuw begonnen de bakkers hun broden via deur-aan-deurverkoop aan de man te brengen, en het intussen vrije gebouw werd ingenomen door de toenmalige hertog van Brabant, die er een soort van administratief centrum van maakte.

Het verkreeg toen de naam " 's Hertogenhuys". Het werd het centrum van de hertogelijke macht door de oprichting van allerlei kantoren en gerechtshoven. Dit ging ten nadele van de autonomie van het stedelijk gezag, gevestigd in het stadhuis aan de overkant van de Grote Markt. Toen de jonge hertogin Maria van Bourgondië in 1477 onverwachts haar vader Karel de Stoute moest opvolgen, moest ze het hoofd bieden aan de ontevredenheid van de burgers en, door het verlenen van keuren, heel wat eisen inwilligen. Het 's Hertogenhuys werd een tijdje overgelaten aan de stad. Maar haar zoon Filips de Schone eiste het terug en, via hem, kwam het in bezit van zijn zoon, de latere Keizer Karel V, samen met andere eigendommen van de Bourgondische hertogen.

Gedurende de regeerperiode van keizer Karel V werd het Broodhuis, dat in vervallen toestand was geraakt, opnieuw met de grond gelijk gemaakt en werd zijn hofarchitect Antoon II Keldermans aangesteld om er een nieuw gebouw te ontwerpen in de elegante flamboyante gotiek.

De plannen waren klaar in 1514 en de werken aan het nieuwe Broodhuis werden voltooid tussen 1515 en 1536.

Nabijgelegen gebouwen werden onteigend, zodat het nieuwe gebouw aanzienlijk groter werd. De naam van het gebouw veranderde dan in " 's Coninckshuys". In het Frans ging men spreken over het Maison du Roi, aangezien Karel koning van Spanje was. De landvoogdes Isabella van Spanje liet in 1625 de voorgevel nog verfraaien en plaatste het gebouw onder de bescherming van O.L.Vrouw van de Vrede.

Door het Franse bombardement van 1695 werd dit gebouw zodanig door brand beschadigd, dat een grondige restauratie zich opdrong. Vanwege het ontbreken van de financiële middelen werden enkel de noodzakelijkste werken uitgevoerd om te beletten dat het gebouw verder zou instorten. Een tweede restauratie volgde in 1767.

Na de overname van Brussel door de Franse revolutionairen aan het einde van de 18e eeuw werd het Broodhuis uitgeroepen tot nationaal bezit en omgedoopt tot Volkshuis, maar het behield zijn polyvalente bestemming. Andere functies van het gebouw doorheen de tijden waren: inningskantoor, rechtbank, tijdelijke gevangenis, opslagruimte van paardenvoer voor de Britse ruiterij na de slag van Waterloo, repetitieruimte voor de balletschool van de Muntschouwburg, bibliotheek met leeszaal en onderkomen voor de stadsadministratie.

In 1811 werd het gebouw enkele jaren het eigendom van Paul Arconati-Visconti, de kasteelheer van Gaasbeek. Maar toen het gebouw gebruikt werd als opslagruimte van paardenvoer voor de Britse ruiterij na de slag van Waterloo in 1815, zag hij af van verdere restauratie en verkocht hij het in 1817. In 1860 werd het vervallen gebouw opnieuw verkocht.
Op het einde van de jaren zestig van de negentiende eeuw werd het gebouw uiteindelijk gesloopt en heropgebouwd in neogotiek, een bouwstijl die toen erg in trek was. Het nieuwe gebouw werd een een waarheidsgetrouwe reconstructie van het zestiende-eeuwse gebouw. De werken vingen aan in 1873 en duurden meer dan twintig jaar. Vanaf 1887 werd er het stadsmuseum ingericht.

In 1936 werd het Broodhuis als eerste burgerlijk gebouw in België beschermd en in 1998 werd het opgenomen in de Werelderfgoedlijst van de UNESCO.

In het gebouw is het Museum van de Stad Brussel gevestigd met een collectie van onder meer schilderijen, retabels, wandtapijten, beeldhouwwerken, zilverwerk, aardewerk en porselein, die een beeld geeft van de geschiedenis van Brussel.

Men bewaart hier ook de meer dan vijfhonderd kostuums van Manneken Pis, waarvan het eerste dateert van 1698 (er zijn nog slechts enkele fragmenten van over). Het eerste volledig bewaarde kostuum werd geschonken door de Franse koning Lodewijk XV in 1747.



Huis van de Hertogen van Brabant

Op de ansichtkaart trekt ook een tweede indrukwekkend gebouw de aandacht, namelijk het Huis van de Hertogen van Brabant.

Het Huis van de Hertogen van Brabant (Frans: Maison des Ducs de Brabant) is een bouwwerk in classiciserende barokstijl.

Het betreft een verzameling huizen onder een gemeenschappelijk dak. Het gebouw vult de volledige zuidoostelijke zijde van het plein. Het bouwwerk dankt zijn naam aan de in de gevels ingewerkte bustes van de hertogen van Brabant. Het betreft zeven huizen achter een monumentale façade met opvallend fronton, gelegen tussen de Hoedenmakersstraat en de Heuvelstraat.

De huizen aan het plein zijn gebouwd tussen 1697 en 1698 en worden De Faem, De Cluyse, De Fortuine, De Windmolen, De Tinnepot, De Heuvel en De Borse genoemd. Rond 1770 werden er wijzigingen aan het gebouw aangebracht. Er werd voorzien in een boogvormig fronton op het thema van de Overvloed. De individuele huizen zijn telkens versierd met symbolen die de naam uitbeelden. De overkoepelende naam is ontleend aan de borstbeelden van de hertogen van Brabant die de gevels sieren; de huidige borstbeelden zijn evenwel reconstructies uit de negentiende eeuw.

Tijdens de 16e – 18e eeuw werden deze huizen geregeld in gebruik genomen door diverse gilden en naties, onder meer door de wijn- en groentehandelaars, de boogschutters, kousenmakers, fruithandelaars, leerlooiers, handschoenmakers, beeldhouwers, steenkappers, metsers, schaliedekkers en linnenwevers.



Stadhuis

Aan de rechterkant is op de kaart – zij het slechts gedeeltelijk - het stadhuis van Brussel te zien.

Het stadhuis van Brussel is het historische raadhuis van de stad Brussel. Het gebouw wordt beschouwd als een meesterwerk van flamboyante gotiek en staat op de werelderfgoedlijst van UNESCO. Sinds de verhuizing naar Brucity in 2022 heeft het oude stadhuis vooral nog een ceremoniële en toeristische functie.

De bouw van de linkervleugel en het belfort (onderste deel van de huidige toren) startte in 1402. Het stadhuis is opgetrokken in kalkhoudende zandsteen.

In een versterkte kamer op de eerste verdieping werden naar alle waarschijnlijkheid de stedelijke oorkonden bewaard. In de woelige periode rond de stedelijke opstand van 1420-1421 is het stadhuis een aantal keren bestormd. Allicht daardoor duurde de belfortfunctie hoogstens enkele decennia. De charters en privileges werden overgebracht naar de tresoriekamers van de Sint-Goedele- en de Sint-Niklaaskerk. In de voorgevel werden lange balkons voorzien om evenementen op de Grote Markt te kunnen volgen, zoals de schitterende riddertoernooien en de blijde inkomsten. Als hertogelijke loge diende de privilegekamer in de toren, waarvan vier ramen uitgaven op het plein. In 1444 werd de uitbreiding van het gebouw aangevat. Karel de Stoute legde de eerste steen van de rechtervleugel, die zeker ook bedoeld was om ondersteuning te bieden voor de ophoging van de toren. Dat laatste was een kwestie van prestige. De toren van het stadhuis is 96 meter hoog.

In 1695 werd het stadhuis ernstig beschadigd bij het bombardement op Brussel door Franse troepen. Het gebouw werd in brand geschoten. Ook de houten dakstructuur vatte vuur: enkel de muren en toren stonden nog overeind. Het gebouw werd hersteld en uitgebreid met 3 nieuwe vleugels op de plaats van de afgebrande lakenhal (1706 tot 1717). In 1841 gebeurden er restauratiewerken.

Bij die gelegenheid werden beelden in de nissen van de gevel geplaatst. De afgebeelde figuren zijn belangrijke personen uit de geschiedenis van Brussel.

De aanpassing van de Leeuwentrap gebeurde omstreeks 1866. De trap werd naar binnen verdrongen en van twee kanten toegankelijk gemaakt.

Het oudste deel van het gebouw zijn de L-vormige vleugels in gotische stijl, waarvan de lange zijde naar de Grote Markt is toegekeerd. Ongeveer in het midden ervan staat de 96 meter hoge toren, bekroond met een verguld standbeeld van de aartsengel Michaël die een draak velt.

(Bronvermelding: Wikipedia)


Bekijk deze locatie in Google Street View