Antwerpen
De Rede
MENU
Terug naar HOMEPAGINA
Terug naar INHOUDSOPGAVE
Antwerpen : De Rede
Ansichtkaart van
1904
versus Foto (Google Maps) van
2022
Op de oude ansichtkaart van 1904 is de Rede te zien in Antwerpen (provincie Antwerpen). De stad Antwerpen is doorheen haar hele geschiedenis onlosmakelijk verbonden met de rivier de Schelde.
De stad Antwerpen heeft een zeer rijke geschiedenis, die moeilijk in een notendop kan worden verteld.
De Schelde was in de 11e eeuw net zoals nu een getijdenrivier. Met die nuance dat de verschillen tussen hoog- en laagtij in die periode veel minder groot waren. Is het verschil tussen beide tegenwoordig meer dan 5 meter, 1000 jaar geleden was dat amper 1 meter. De hoofdreden voor de veel minder aanwezige getijden in de elfde eeuw was, dat de Schelde niet rechtstreeks verbonden was met de Noordzee. Enkele kleinere waterwegen zorgden tussen de negende en de twaalfde eeuw voor de watertoevoer van de Schelde.
Aangezien de riviertjes in de Schelde-delta ondiep waren, konden enkel schepen met weinig diepgang verder inlands varen. Voor de Noormannen, die zich met hun zeer wendbare schepen op zowat alle wateren konden redden, was het bevaren van deze rivieren een koud kunstje. In 836 na Christus bereikten ze op die manier het toenmalige Antwerpen, dat ze meteen verwoestten.
De Noormannen bouwden, op een stuk grond dat uitsprong in de Schelde en dat met de rechttrekking van de Scheldekaaien na 1875 verdween, een nieuwe nederzetting. Rondom Antwerpen werd een verdedigingsgracht gegraven, de latere Burchtgracht (waar een stukje van bewaard is gebleven en waarvan de straatnaam verwijst naar haar vroegere functie).
Tijdens de regeerperiode van keizer Otto I (912-973) werd een verdrag gesloten met de Noormannen. De houten omwalling rondom het tiende-eeuwse Antwerpen werd vervangen door een stenen omwalling. Otto had zo zijn redenen voor deze beslissing. Als keizer van het Duitse rijk was het zijn taak om de westelijke grens, de Schelde dus, te versterken. Aan de andere kant van de Schelde lag immers het aan macht winnende graafschap Vlaanderen, het noordelijk deel van het West-Frankische rijk (ook Neustrië genoemd). Met als doel de rijksgrens te versterken creëerde Otto markgraafschappen, militaire grensgebieden met elk een versterkte burcht.
Vanaf 1106 maakte Antwerpen deel uit van het hertogdom Brabant. Vanaf 1221 verkreeg Antwerpen stadsrechten.
De restanten van de middeleeuwse burcht zijn in de 19e eeuw verdwenen. Wat overbleef was een stuk van de omwalling die dienst deed als gevangenis. Tegenwoordig ligt dit stuk, het Steen genaamd, ietwat afgezonderd op de Scheldekaai. Het lijkt alsof het Steen een op zichzelf staand kasteel was, maar dat is slechts schijn. De neogotische afwerking werd pas in de jaren 1890 aangebracht, puur om het gebouw wat te verfraaien.
Vanaf de 13e eeuw zorgden zware stormvloeden ervoor dat de Schelde-delta in een estuarium werd getransformeerd. Een eerste periode van stormvloeden, tussen 1288 tot 1304, speelde een belangrijke rol in de ontwikkeling van de Hontemond. Honderd jaar later volgde een tweede periode van stormvloeden (tussen 1375 en 1404) en deze zorgde ervoor dat het belang van de noordelijker gelegen Oosterschelde daalde, ten voordele van de zuidelijker gelegen Honte.
Geleidelijk aan begon men de Oosterschelde als oude Schelde aan te duiden. De Honte werd vanaf de 16e-17e eeuw als Westerschelde aangeduid.
Al in de loop van de 13e en 14e eeuw had Antwerpen als havenstad aan belang gewonnen. Met koggeschepen (platbodems met beperkte diepgang) voeren zeelui vanuit de Brabantse havenstad naar onder meer de Hanzesteden aan de Oostzee. In 2000 werd tijdens werken aan het Deurganckdok bij Doel een veertiende-eeuwse kogge blootgelegd.
Intussen ging het bergaf met de andere grote havenstad in Vlaanderen: Brugge. De verzanding van het Zwin vond plaats in dezelfde periode waarin de Westerschelde vorm kreeg. De in Brugge gevestigde handelshuizen zagen in dat de toestand steeds hopelozer werd. Daar kwam nog bij dat keizer Maximiliaan van Oostenrijk (1459-1519) de Bruggelingen zwaar strafte voor hun aandeel in de opstand tegen zijn bewind (1483-1492). Brugge moest onder meer haar stadsmuren afbreken en een groot deel van de bevolking zocht zijn heil elders, waaronder in Gent en Antwerpen. Toen in 1501 de Portugezen hun stapelmarkt voor specerijen in Antwerpen vestigden, was het lot van Brugge helemaal bezegeld. De bloeiperiode van het Venetië van het Noorden kwam ten einde en Antwerpen begon aan haar Gouden Eeuw.
Maar ook mediterrane boottypes slaagden er in diezelfde periode in Antwerpen te bereiken. In de 14e eeuw meerden de eerste Venetiaanse galeien aan langs de Antwerpse Scheldekade. Net zoals de kogge had ook de galei een geringe diepgang, wat maakt dat de nog steeds vrij ondiepe Schelde van de Late Middeleeuwen voor dit type schepen bevaarbaar was. Toen de Westerschelde tegen 1500 een feit was konden ook zwaardere scheepstypes, zoals de kraak, tot Antwerpen varen. Kraken werden gebruikt om op open zee te varen.
In Antwerpen was het ontstaan van de Westerschelde tegen de 16e eeuw een feit. De getijdenwerking werd aanzienlijk groter en dus ook de mogelijkheid om met grotere schepen verder landinwaarts te varen. Antwerpen verkreeg een rechtstreekse verbinding met de Noordzee. Deze rechtstreekse route naar de zee via de Schelde zorgde voor een toestroom van mensen, schepen en andere zaken.
Beetje bij beetje breidde de stad uit. De stadsgrenzen werden gemarkeerd door natuurlijke en uitgegraven kanaaltjes, vlieten of ruien genaamd. Van deze “openbare riolen” rest nu niks meer. Een deel werd in de negentiende eeuw overwelfd, terwijl een ander deel gedempt werd.
Antwerpen groeide in de 16e eeuw uit tot een internationale metropool. Antwerpen kreeg een van de meest moderne stadswallen uit die tijd, een nieuw stadhuis (1565), een Ooster- of Hanzehuis (waar nu het MAS ligt), een beurs (1531) en tal van andere gebouwen.
Religieuze hervormingsbewegingen, met name het protestantisme en het calvinisme, kregen voet aan de grond in de Scheldestad. En dat konden katholieke koningen zoals Karel V en vooral diens zoon Filips II van het Spaans-Habsburgse huis absoluut niet waarderen. De gevreesde Spaanse inquisitie trad dan ook meedogenloos op, vooral na de Beeldenstorm van 1566. De Tachtigjarige Oorlog brak uit en na Brugge begon nu ook voor Antwerpen de zwanenzang. Filips stuurde de ijzeren hertog van Alva naar de Scheldestad, met de bedoeling orde op zaken te stellen. Alva liet stante pede een kasteel bouwen ten zuiden van de stad, de zogenaamde Spaanse Citadel of Zuiderkasteel (gebouwd tussen 1567 en 1572).
In 1585 viel het doek definitief. De hertog van Parma, Alexander Farnese (1545-1592), slaagde erin Antwerpen weer te veroveren voor de Spanjaarden. Van de 100.000 inwoners die Antwerpen medio 16e eeuw telde, was enkele jaren later minder dan de helft over. Met tienduizenden trokken de veelal geschoolde Antwerpenaren naar elders. Een groot deel strandde in Amsterdam en legde daar het fundament van een nieuwe Gouden Eeuw, zij het ditmaal die van de Nederlandse Republiek.
Tussen 1585 en 1863 bleef de Schelde “gesloten”. In 1648, bij de Vrede van Münster die het einde van de Tachtigjarige Oorlog inluidde, mochten grote vrachtschepen niet passeren en alle andere schepen moesten ter hoogte van de Westerschelde tol betalen aan de Nederlanders. Pas met het afkopen van de Scheldetol (1863) door de Belgische regering werd de Schelde weer bevaarbaar voor vrachtverkeer. Op dat moment bestond dat vrachtverkeer niet meer uit kogge’s, galeien of kraken, maar wel uit grote zeil- en stoomschepen.
De Antwerpse kaai was hierop niet voorzien. Met haar in de Schelde uitstulpende stukken land bood de kaai geen ‘parkeerplaats’ voor de nu veel langere schepen. Een rechttrekking van de kaai drong zich op. Napoleon Bonaparte had enkele decennia eerder al een gedeeltelijke rechttrekking van de Scheldekaaien laten uitvoeren. Onder zijn bewind werd de Schelde ook effectief vrijgemaakt. Wat Napoleon eveneens bewerkstelligde was het leggen van de basis van de latere dokkenhaven die Antwerpen nu nog steeds is. Naast het Hanzehuis liet hij twee dokken, Grand Bassin en Petit Bassin (nu: Willemdok en Bonapartedok) genaamd, uitgraven. Napoleons bedoeling was om van Antwerpen een militaire basis te maken.
Vanaf 1875 begon de afbraak van wat steeds het kloppende hart van de metropool was geweest. De Werf, het eeuwenoude trefpunt van de Antwerpenaar uit het verleden, die legendarische strook aangespoeld land waar 1000 jaar daarvoor de Noormannen hun kamp hadden opgeslagen, verdween. Ook de stadswallen verdwenen, om plaats te maken voor grote boulevards.
Het Zuiderkasteel werd in de jaren zeventig van de 19e eeuw afgebroken en op dezelfde locatie verrees een compleet nieuwe wijk: het Zuid, met als een van de meest markante gebouwen het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten
(1885).
Met de komst van alsmaar grotere en zwaardere schepen ontstond de behoefte aan nieuwe, diepere aanmeerplekken. De Scheldekaai raakte al gauw gedateerd en waar de Antwerpse haven zich aanvankelijk zowel naar het noorden als naar het zuiden uitbreidde, sloeg de balans uiteindelijk toch in het voordeel van het noorden door. De dokken in het Zuiden van de stad werden gedempt en in het noorden kwamen er steeds nieuwe dokken bij.
Omdat de grens met Nederland de doorgang enigszins blokkeert, is men niet zo lang geleden ook op de linker-Scheldeoever begonnen met het graven van dokken.
(Bronvermelding: tekst over de geschiedenis van Antwerpen gebaseerd op: Follens, Jeroen,
Een schets van de geschiedenis van Antwerpen
via Historiek.net/geschiedenis-van-antwerpen
Bekijk deze locatie in Google Street View